Net als de meeste Christelijke feesten is Pasen voor een groot deel een amalgaam van oudere tradities, die de Christenen hebben overgenomen van andere geloven. Er is niet heel veel authentieks aan: net als het gehele Christendom is het paasfeest een toonbeeld van een over de jaren bijeengeraapte mythologie, ontdaan van de wortels. Daardoor mist het nu toch echt iets: als een fraai bos bloemen, dat wellicht mooi op tafel staat, maar waarvan de stengels niet meer met de aarde zijn verbonden. Vergeef me derhalve, maar ik wens u geen zalig Pasen. In plaats daarvan beroep ik mij op een oudere traditie: ik wens u een gelukzalig Ooster.
Dat woord herkent u wellicht aan de hand van de Engelse naam van Pasen: Easter. Het is een pre-Christelijke term, die verwijst naar de Germaanse godin Ôstara. In de Angelsaksische talen, de voorlopers van het Engels, heette zij Ēostre of Ēastre. Dat deze naam op de woorden “oosten” en “east” lijkt is niet toevallig: haar feest was het lentefeest, de viering van het nieuwe licht. En iedereen weet dat de zon, bron van al het licht, opkomt in het oosten. De woorden Ôstara, Easter, oosten etc. zijn hoogstwaarschijnlijk allemaal afgeleid van het Proto-Indo-Europese woord voor zonsopkomst, Ausṓs.
Dergelijke lentefeesten zijn heel oud, net als het archetype van de lentegodin. Bijna alle Indo-Europese culturen hebben een dergelijke traditie, en de Christenen hebben de datum van hun feestje gewoon aangepast om daar mee samen te vallen (op dezelfde manier dat ze hun kerstfeest bewust lieten samenvallen met de midwinterviering). In het Engels hebben ze, zoals wel blijkt, zelfs de naam niet eens aangepast.
Dus nee, met dat Christelijke feestgebeuren heb ik toch wat minder. Hun interpretatie van het lentefeest mogen ze zelf houden. Ik gun iedereen dat van harte. Ik betreur enkel wel dat ze hun religie met grof geweld hebben opgelegd aan mijn voorouders. Het gevolg is dat veel te weinig mensen nog kennis hebben van de prachtige en rijke Germaanse cultuur. Maar u heeft nog tijd: het Germanen deelden het jaar in twee seizoenen, zomer en winter. Het begin van de zomer werd gevierd gedurende de maand april—het daadwerkelijke begin van de zomer was op de eerste mei.
Dit hebben de Christenen ook overgenomen, althans in Duitsland, door de nacht van 30 april op één mei te portretteren als een heksennacht—Walpurgissnacht. Dat grijpt terug op het Germaanse geloof dat zomer de tijd van leven en licht is, en winter de tijd van dood en duisternis. Op de laatste nacht vóór de zomer kon de duisternis nog één keer om zich heen grijpen. (Overigens ligt het aantal ongelukken en sterfgevallen in de laatste dagen van april inderdaad onevenredig hoog, en daar is nooit een verklaring voor gevonden.)
De Germanen namen in ieder geval het zekere voor het onzekere: gedurende april hielden ze feesten ter ere van Ôstara. De maand die wij april noemen heette zelfs Ôstarmânoth: de maand van Ôstara. Door deze godin van licht en leven te eren wilde men het duister bezweren, zodat de zomer kon aanbreken. In de laatste nacht van de wintertijd werden grote vuren ontstoken, die de hele nacht bleven branden, en zo werd de duisternis op afstand gehouden. In het noorden en oosten van ons land zien we die traditie nog terug in de paasvuren.
In ieder geval: ik ben er wellicht nogal vroeg mee, maar ik wens u alvast een gelukkig Oosterfeest, en een lange, warme zomer. Bij mij zal het vuur branden, op de laatste nacht vóór de tijd van zomer. Bij u ook? Ik hoop het van harte: laten we ons niet helemaal doodstaren op de gekerstende cultuurvormen van onze beschaving, en ook wat meer oog hebben voor de aloude Germaanse elementen, die beslist nog aanwezig zijn.
---
De discussiedraad op Facebook over dit artikel bevindt zich hier.
zondag 31 maart 2013
woensdag 20 maart 2013
Het nieuwe nationalisme
De Eurofielen beweren voortdurend dat het nationalisme eng en
gevaarlijk is. Is dat wel zo? In het verleden is het nationalisme weliswaar
misbruikt voor wandaden, maar nu kan het juist onze redding zijn.
zaterdag 23 februari 2013
Nederland is een republiek
Tegenstanders van de Nederlandse monarchie, waartoe u
ondergetekende mag rekenen, stellen dat ons land een republiek zou moeten
worden. Het geval wil echter dat Nederland al een republiek is. De
monarchie die ons sedert 1813 opgedrongen wordt is vanaf dag één onwettig
geweest, en heeft geen enkel bestaansrecht. De monarchale ambities van de
Oranjes zijn net zo abject als de Franse overheersing die ons daarvóór op het
bord werd gesmeten.
woensdag 20 februari 2013
Hoe krijgen we het spoor terug op de rails?
Afgelopen zondag schreef ik een kritisch artikel over de NS. Mijn ongenoegen ontmoette bijkans universele herkenning en weerklank. Maar wat zijn mijn oplossingen? Ik kreeg die vraag meer dan eens en terecht! Iedereen met een gedegen observatievermogen, een bruikbare woordenschat en een pen of toetsenbord kan een bijtende kritiek schrijven. Zelf bruikbare suggesties bieden voor verbetering is stukken lastiger. De reden waarom ik die zondag achterwege liet was simpelweg het feit dat ik de kritiek voor iedereen leesbaar wilde houden. Dus ook voor mensen die mijn oplossingen wellicht afwijzen. Hierbij alsnog mijn visie op de vraag, hoe wij het spoor weer op de rails kunnen krijgen.
De oplossing die men hoort vanuit linkse hoek is hernationalisering van de NS en ProRail. Dat is niet alleen onverstandig, het is zelfs onmogelijk om iets te nationaliseren moet het eerst geprivatiseerd zijn, en dat zijn deze bedrijven niet. Het zijn staatsbedrijven: de overheid is nog immer eigenaar van de hele tent. We hebben te maken met een nep-privatisering. Een truc. Iedere keer dat er iets misgaat kan men nu roepen dat komt door die nare privatisering! terwijl de overheid in het geniep nog altijd de baas is op het spoor.
Nee, de oplossing ligt niet in méér van hetzelfde méér overheid maar juist in echte privatisering. De NS en ProRail worden op dit moment zwaar gesubsidieerd door Vadertje Staat (met 3,3 miljard per jaar) en hebben feitelijk geen concurrentie. Op enkele tracés worden private aanbieders toegelaten, en die doen het dikwijls beter dan de NS, maar dat is vaak ergens in een uithoek van het land. Overal waar het echt telt zorgt de NS er wel voor dat ze haar monopolie behoudt. Bovendien wordt het concurrenten onmogelijk gemaakt om te concurreren: ze mogen met hun prijzen niet te ver onder de NS-prijzen gaan zitten, en onlangs stelde de NS zelfs voor om overal één verplicht tarief op te leggen (namelijk het NS-tarief).
Dat is geen privatisering, dat is socialisme met een fopneus. En het zal niet verbeteren totdat NS en ProRail de tucht van de markt voelen, door ongehinderde concurrentie en een einde aan alle overheidssubsidies. Dan pas, en geen seconde eerder, worden de problemen opgelost die nu blijven etteren in een bedrijfscultuur die is doordrenkt van bureaucratisme en de typische arrogantie van een monopolist.
Wat zijn tenslotte de echte problemen? Het primaire probleem is een mate van chaotische complexiteit die enkel ontstaat als slordigheid niet wordt gestraft door het vertrek van de klant richting concurrent. Er is immers geen concurrent. De NS en ProRail hebben talloze technocratische plannen en vernieuwingen op elkaar gestapeld, jaar na jaar, en nu lijkt zowel hun bestuurlijke model als hun infrastructuur vooral op de rommelzolder van een enigszins gestoorde oudtante met een neiging om ieder prul te bewaren.
In theorie moest het leven voor de klant gemakkelijk gemaakt worden, dus zijn er allemaal ingenieuze schemas en constructies ontworpen om te zorgen dat aansluitende treinen waar mogelijk stil komen te staan op perrons naast elkaar. Leuk, maar dat vereist eindeloos veel wissels en bijzonder onoverzichtelijke planning om te zorgen dat treinen elkaar niet raken. Enorm arbeidsintensief, en daar komt nog bij dat die wissels kwetsbaar zijn zowel voor beschadigingen als voor weersomstandigheden. Waarom denkt u dat andere landen minder last hebben van winterweer? Ze hebben een minder complex schema van aankomst en vertrek, en ze hebben minder wissels.
In de praktijk is deze hele gang van zaken niet bepaald klantvriendelijk. Het is een technocratenoplossing voor een denkbeeldig probleem. Echte service naar de klanten is er niet; niemand bij de NS heeft de klant ooit gevraagd wat die wilde. Men dacht het wel te weten, en bedacht een oplossing. De klant kan nu lekker overstappen van perron 1 naar perron 2, maar van begin herfst tot in de lente is er voortdurend ellende op het spoor. In de zomer ben je ook niet veilig, want dan hebben die talloze wissels last van de hitte! Komt nog eens bij dat het proces enorm arbeidsintensief is er zijn erg veel mensen nodig om al die wissels en processen in de gaten te houden en daarom ook erg dúúr.
Ik weet zeker dat de gemiddelde klant liever wat vaker van perron 2 naar perron 10 loopt, als dat al die ellende oplost en zijn kaartje ook nog eens goedkoper maakt. En geloof me; ik kan garanderen dat dit mogelijk is. Want het alternatief dat ik beschrijf bestáát, en het is géén staatsbedrijf. In Japan heeft men de hele bende begin jaren 80 geprivatiseerd, en vervolgens is de aanpak die ik voorstel daar gehanteerd. De drukte op het spoor is daar vergelijkbaar met de situatie in ons land, dus het biedt een mooi perspectief. Er zijn daar geen onnodige wissels. Het spoor bestaat zo veel mogelijk uit aaneengesloten rails. Er is niet één aanbieder, maar meerdere concessiehouders. Bij de stop op een station op de grens van twee concessiegebieden stapt de ene bemanning uit, de andere in en de trein rijdt verder zonder vertraging. Ook tijdens een sneeuwstorm rijden alle treinen, zonder significante vertraging.
Het Japanse spoor is niet perfect, dat beweer ik niet, maar dat heeft voornamelijk met de Japanse mentaliteit te maken: ze willen dat het efficiënt is. De burger daar maalt geen moment om klantvriendelijkheid of gemak. Als het maar snel en effectief is. Dus dat levert de aanbieder. De prioriteiten in Nederland liggen anders. Wij bekommeren ons er om als mensen met veel bagage (of ouderen, of gehandicapten) van perron 2 naar perron 8 moeten lopen. Maar daar is geen complexe technocratenoplossing voor nodig! We kunnen op grote stations van die loopbanden aanleggen, zodat mensen die dat nodig hebben dáár op kunnen staan. Uiteindelijk goedkoper en gemakkelijker. Zon oplossing verzint een aanbieder op de vrije markt. De NS bedenkt dat in geen honderd jaar.
Dat is mijn voorstel: de Japanse aanpak, met een Nederlandse insteek. Efficiency en klantvriendelijkheid, hand in hand. Het is niet moeilijk. Je moet alleen even buiten de hokjes van een fantasieloos staatsbedrijf durven kijken. Waar wachten we op? Splits de NS in meerdere delen, en verkoop de hele tent per concessiegebied aan een marktpartij. Breng zowel spoor als stations zonder uitzondering onder bij ProRail, knikker daar de directie er uit, en verkoop dat óók aan een marktpartij. Dan kan dat bedrijf zorgen voor een efficiënt spoor en klantvriendelijke stations, en diverse exploitanten kunnen op dat spoor treindiensten aanbieden.
Dit alles natuurlijk geheel geregeld door de vrije markt, zonder bemoeienis van de overheid. Er komt geen cent subsidie meer bij kijken; die 3,3 miljard gebruiken we om de belastingen op autogebruik te verlagen. Voor wie denkt dat de prijzen op het spoor dan stijgen: in Japan is de prijs van het treinkaartje sinds de privatisering begin jaren 80 niet meer gestegen (behoudens inflatiecorrectie). De vrije markt, anders dan logge staatsbedrijven, levert wat de mensen willen, en voor een redelijke prijs. Nogmaals: waar wachten we op? Privatiseer die bende! Dan krijg je het spoor weer terug op de rails!
De oplossing die men hoort vanuit linkse hoek is hernationalisering van de NS en ProRail. Dat is niet alleen onverstandig, het is zelfs onmogelijk om iets te nationaliseren moet het eerst geprivatiseerd zijn, en dat zijn deze bedrijven niet. Het zijn staatsbedrijven: de overheid is nog immer eigenaar van de hele tent. We hebben te maken met een nep-privatisering. Een truc. Iedere keer dat er iets misgaat kan men nu roepen dat komt door die nare privatisering! terwijl de overheid in het geniep nog altijd de baas is op het spoor.
Nee, de oplossing ligt niet in méér van hetzelfde méér overheid maar juist in echte privatisering. De NS en ProRail worden op dit moment zwaar gesubsidieerd door Vadertje Staat (met 3,3 miljard per jaar) en hebben feitelijk geen concurrentie. Op enkele tracés worden private aanbieders toegelaten, en die doen het dikwijls beter dan de NS, maar dat is vaak ergens in een uithoek van het land. Overal waar het echt telt zorgt de NS er wel voor dat ze haar monopolie behoudt. Bovendien wordt het concurrenten onmogelijk gemaakt om te concurreren: ze mogen met hun prijzen niet te ver onder de NS-prijzen gaan zitten, en onlangs stelde de NS zelfs voor om overal één verplicht tarief op te leggen (namelijk het NS-tarief).
Dat is geen privatisering, dat is socialisme met een fopneus. En het zal niet verbeteren totdat NS en ProRail de tucht van de markt voelen, door ongehinderde concurrentie en een einde aan alle overheidssubsidies. Dan pas, en geen seconde eerder, worden de problemen opgelost die nu blijven etteren in een bedrijfscultuur die is doordrenkt van bureaucratisme en de typische arrogantie van een monopolist.
Wat zijn tenslotte de echte problemen? Het primaire probleem is een mate van chaotische complexiteit die enkel ontstaat als slordigheid niet wordt gestraft door het vertrek van de klant richting concurrent. Er is immers geen concurrent. De NS en ProRail hebben talloze technocratische plannen en vernieuwingen op elkaar gestapeld, jaar na jaar, en nu lijkt zowel hun bestuurlijke model als hun infrastructuur vooral op de rommelzolder van een enigszins gestoorde oudtante met een neiging om ieder prul te bewaren.
In theorie moest het leven voor de klant gemakkelijk gemaakt worden, dus zijn er allemaal ingenieuze schemas en constructies ontworpen om te zorgen dat aansluitende treinen waar mogelijk stil komen te staan op perrons naast elkaar. Leuk, maar dat vereist eindeloos veel wissels en bijzonder onoverzichtelijke planning om te zorgen dat treinen elkaar niet raken. Enorm arbeidsintensief, en daar komt nog bij dat die wissels kwetsbaar zijn zowel voor beschadigingen als voor weersomstandigheden. Waarom denkt u dat andere landen minder last hebben van winterweer? Ze hebben een minder complex schema van aankomst en vertrek, en ze hebben minder wissels.
In de praktijk is deze hele gang van zaken niet bepaald klantvriendelijk. Het is een technocratenoplossing voor een denkbeeldig probleem. Echte service naar de klanten is er niet; niemand bij de NS heeft de klant ooit gevraagd wat die wilde. Men dacht het wel te weten, en bedacht een oplossing. De klant kan nu lekker overstappen van perron 1 naar perron 2, maar van begin herfst tot in de lente is er voortdurend ellende op het spoor. In de zomer ben je ook niet veilig, want dan hebben die talloze wissels last van de hitte! Komt nog eens bij dat het proces enorm arbeidsintensief is er zijn erg veel mensen nodig om al die wissels en processen in de gaten te houden en daarom ook erg dúúr.
Ik weet zeker dat de gemiddelde klant liever wat vaker van perron 2 naar perron 10 loopt, als dat al die ellende oplost en zijn kaartje ook nog eens goedkoper maakt. En geloof me; ik kan garanderen dat dit mogelijk is. Want het alternatief dat ik beschrijf bestáát, en het is géén staatsbedrijf. In Japan heeft men de hele bende begin jaren 80 geprivatiseerd, en vervolgens is de aanpak die ik voorstel daar gehanteerd. De drukte op het spoor is daar vergelijkbaar met de situatie in ons land, dus het biedt een mooi perspectief. Er zijn daar geen onnodige wissels. Het spoor bestaat zo veel mogelijk uit aaneengesloten rails. Er is niet één aanbieder, maar meerdere concessiehouders. Bij de stop op een station op de grens van twee concessiegebieden stapt de ene bemanning uit, de andere in en de trein rijdt verder zonder vertraging. Ook tijdens een sneeuwstorm rijden alle treinen, zonder significante vertraging.
Het Japanse spoor is niet perfect, dat beweer ik niet, maar dat heeft voornamelijk met de Japanse mentaliteit te maken: ze willen dat het efficiënt is. De burger daar maalt geen moment om klantvriendelijkheid of gemak. Als het maar snel en effectief is. Dus dat levert de aanbieder. De prioriteiten in Nederland liggen anders. Wij bekommeren ons er om als mensen met veel bagage (of ouderen, of gehandicapten) van perron 2 naar perron 8 moeten lopen. Maar daar is geen complexe technocratenoplossing voor nodig! We kunnen op grote stations van die loopbanden aanleggen, zodat mensen die dat nodig hebben dáár op kunnen staan. Uiteindelijk goedkoper en gemakkelijker. Zon oplossing verzint een aanbieder op de vrije markt. De NS bedenkt dat in geen honderd jaar.
Dat is mijn voorstel: de Japanse aanpak, met een Nederlandse insteek. Efficiency en klantvriendelijkheid, hand in hand. Het is niet moeilijk. Je moet alleen even buiten de hokjes van een fantasieloos staatsbedrijf durven kijken. Waar wachten we op? Splits de NS in meerdere delen, en verkoop de hele tent per concessiegebied aan een marktpartij. Breng zowel spoor als stations zonder uitzondering onder bij ProRail, knikker daar de directie er uit, en verkoop dat óók aan een marktpartij. Dan kan dat bedrijf zorgen voor een efficiënt spoor en klantvriendelijke stations, en diverse exploitanten kunnen op dat spoor treindiensten aanbieden.
Dit alles natuurlijk geheel geregeld door de vrije markt, zonder bemoeienis van de overheid. Er komt geen cent subsidie meer bij kijken; die 3,3 miljard gebruiken we om de belastingen op autogebruik te verlagen. Voor wie denkt dat de prijzen op het spoor dan stijgen: in Japan is de prijs van het treinkaartje sinds de privatisering begin jaren 80 niet meer gestegen (behoudens inflatiecorrectie). De vrije markt, anders dan logge staatsbedrijven, levert wat de mensen willen, en voor een redelijke prijs. Nogmaals: waar wachten we op? Privatiseer die bende! Dan krijg je het spoor weer terug op de rails!
zondag 17 februari 2013
Het eindeloze geklungel van de NS
De NS, vooralsnog een slecht georganiseerd staatsbedrijf in alles behalve naam, blijkt jaar na jaar te falen. Verbetering is niet in zicht, arrogantie des te meer. Zodra de R in de maand is, komt alles knarsend en piepend tot stilstand op het spoor. Van de vroegste herfst tot aan het voorjaar is er op ieder moment wel ergens ellende. Jaar na jaar na jaar. De NS blijkt niet in staat om hier de nodige lessen uit te trekken. Ze worden enkel steeds bekwamer in het ontkennen van problemen en het afschuiven van schuld.
Van de week liet de NS de treinen alwéér volgens een beperkte dienstregeling rijden. Anders zou alles spaaklopen door de sneeuwval. Het is al de elfde keer deze winter. De incidenten in het najaar (dan is steevast het spoor te nat, liggen er blaadjes op de rails nee, echt, dat zijn de excuses!) rekenen we maar even niet mee. De NS garandeert het land dat het allemaal echt niet anders kan: het is om te voorkomen dat bij vertragingen het spoorwegennet helemaal vastloopt zegt men bij de NS. Bovendien moet de reiziger niet overdrijven, zo verklaart NS-topman Bert Meerstadt: deze winter, waarin we meer dan tien grote sneeuwbuien hebben gehad, houdt de dienstregeling zich beduidend beter dan in de jaren ervoor.
Meer dan tien grote sneeuwbuien. Ja. Elf, om precies te zijn. En elf van de elf keer ging de NS keihard onderuit. Als meneer Meerstadt dáár ook maar iets positiefs in kan zien, dan vermoed ik dat hij rijp is voor opname in een gesticht. Waandenkbeelden van zeer ernstige aard. De werkelijkheid zal wat cynischer zijn: Meerstadt liegt gewoon dat het gedrukt staat. Creatief omgaan met de waarheid is hem sowieso niet vreemd. Zo beweerde hij eerder deze week ook dat 80 procent van de treinen gewoon rijdt.
Dat is ver bezijden de waarheid: op 80 procent van de trajecten wordt gereden, maar dat zijn vooral de trajecten die minder bezet zijn. Op de drukke trajecten, waar het overgrote deel van het passagiersverkeer op het spoor plaatsvindt, dáár worden bij sneeuw minimaal de helft van de treinen van het spoor gehaald. Deze winter, zoals gezegd, al elf keer. Zelfs als we begin december als begin van de winter hanteren (nogal ruim genomen, dus) duurt de winter tot nu toe elf weken! Gemiddeld faalt de NS dus wekelijks, en dat zijn enkel de grote missers. Op ieder tijdstip, vanaf begin december tot nu, is er wel ergens in het land iets mis. Dagelijks.
Desondanks heeft de directie van de NS zich in het hoofd weten te halen om onlang te melden dat heel Europa jaloers is op de Nederlandse winterdienstregeling. Dit moet een tot nu toe onbekende betekenis van het woord jaloezie zijn. Die zo veel betekent als heel Europa lacht ons uit. En als ze dat niet deden vóór die absurde uitspraak (wederom bij monde van de heer Meerstadt, overigens); daarna deden ze het zeker. Het bericht haalde enkele Belgische en Duitse kranten. Spot en hoon waren ons deel. Terecht.
Een mens zou denken dat de NS-directie zich vervolgens héél stil zou houden. Dan kent u meneer Meerstadt nog niet: zodra van de week wéér sneeuw viel, wist hij zonder blikken of blozen te melden dat de diverse reizigersorganisaties een beetje piepen wanneer zij klagen over de miserabele staat van de winterdienstregeling. Zo erg is het allemaal niet. Meerstadt wees vervolgens op het feit dat de NS medewerkers heeft ingezet om gratis koffie te schenken voor wachtende reizigers. In de wereld van Meerstadt is een kopje lauwe pleur blijkbaar een royale compensatie voor een uur of twee, drie (zo niet méér) staan wachten in de vrieskou.
Zulke abjecte wereldvreemdheid kan eigenlijk niet eens meer als verbazend gelden; Meerstadt zelf hoeft immers nooit op de trein te wachten. De NS-directie beloont zichzelf tenslotte rijkelijk. De NS behaalde in 2012 een totaal van 264 miljoen euro pure winst, zon 53 miljoen méér dan een jaar daarvoor. Een deel van die groei in winst komt omdat de NS (in gevallen van slecht weer, zoals sneeuw, hevige regen en blaadjes ) minder treinen liet rijden, en wel de volledige subsidie-injectie van de staat op wist te strijken. (3,3 miljard euro, voor wie het wil weten.) Van het bespaarde geld weet de directie er warmpjes bij te zitten, terwijl de reiziger in de kou staat.
Denk er maar eens over na: ze laten minder treinen rijden, en strijken daardoor meer belastinggeld op als pure winst. Een situatie waarbij zowel de reiziger als de belastingbetaler de dupe zijn, maar het bestuur van de daarvoor verantwoordelijke organisatie enorm profiteert. Een cynischer mens dan ikzelf zou vermoeden dat ze het met opzet doen.
Meerstadt drukt de reiziger op het hart dat de NS er allemaal niets aan kan doen. Over het rapport inzake de NS-prestaties in 2012 zegt hij: de grenzen qua capaciteit op het spoor zijn bereikt. Dat is opvallend, aangezien uit het rapport zelf blijkt dat defecten aan materieel geen aantoonbare rol spelen bij de ellende. Alles duidt op een vooral organisatorisch probleem. Oftewel: het is wel degelijk de directie die het jaar na jaar weet te verkloten. Meerstadt ontkent dat in alle toonaarden, en voegt toe dat het beeld van de problemen op het spoor vaak wordt gekleurd door mensen die niet in de trein willen zitten en daar nog een goede reden voor moeten vinden.
Weet u dat ook weer. Er zijn helemaal geen problemen, het zit gewoon tussen uw oren, en bovendien is het uw eigen schuld. U moet vooral niet zeuren, en de directie is hoe dan ook niet verantwoordelijk. De Duitse en Belgische kranten die onlangs de NS noemden vroegen zich niet zelden af waarom wij in Nederland de NS-directie nog niet hebben gesommeerd om subiet de trein naar Nergenshuizen te nemen. Dat is een bijzonder goede vraag. Hij zou wel eens in de Tweede Kamer mogen worden gesteld.
Van de week liet de NS de treinen alwéér volgens een beperkte dienstregeling rijden. Anders zou alles spaaklopen door de sneeuwval. Het is al de elfde keer deze winter. De incidenten in het najaar (dan is steevast het spoor te nat, liggen er blaadjes op de rails nee, echt, dat zijn de excuses!) rekenen we maar even niet mee. De NS garandeert het land dat het allemaal echt niet anders kan: het is om te voorkomen dat bij vertragingen het spoorwegennet helemaal vastloopt zegt men bij de NS. Bovendien moet de reiziger niet overdrijven, zo verklaart NS-topman Bert Meerstadt: deze winter, waarin we meer dan tien grote sneeuwbuien hebben gehad, houdt de dienstregeling zich beduidend beter dan in de jaren ervoor.
Meer dan tien grote sneeuwbuien. Ja. Elf, om precies te zijn. En elf van de elf keer ging de NS keihard onderuit. Als meneer Meerstadt dáár ook maar iets positiefs in kan zien, dan vermoed ik dat hij rijp is voor opname in een gesticht. Waandenkbeelden van zeer ernstige aard. De werkelijkheid zal wat cynischer zijn: Meerstadt liegt gewoon dat het gedrukt staat. Creatief omgaan met de waarheid is hem sowieso niet vreemd. Zo beweerde hij eerder deze week ook dat 80 procent van de treinen gewoon rijdt.
Dat is ver bezijden de waarheid: op 80 procent van de trajecten wordt gereden, maar dat zijn vooral de trajecten die minder bezet zijn. Op de drukke trajecten, waar het overgrote deel van het passagiersverkeer op het spoor plaatsvindt, dáár worden bij sneeuw minimaal de helft van de treinen van het spoor gehaald. Deze winter, zoals gezegd, al elf keer. Zelfs als we begin december als begin van de winter hanteren (nogal ruim genomen, dus) duurt de winter tot nu toe elf weken! Gemiddeld faalt de NS dus wekelijks, en dat zijn enkel de grote missers. Op ieder tijdstip, vanaf begin december tot nu, is er wel ergens in het land iets mis. Dagelijks.
Desondanks heeft de directie van de NS zich in het hoofd weten te halen om onlang te melden dat heel Europa jaloers is op de Nederlandse winterdienstregeling. Dit moet een tot nu toe onbekende betekenis van het woord jaloezie zijn. Die zo veel betekent als heel Europa lacht ons uit. En als ze dat niet deden vóór die absurde uitspraak (wederom bij monde van de heer Meerstadt, overigens); daarna deden ze het zeker. Het bericht haalde enkele Belgische en Duitse kranten. Spot en hoon waren ons deel. Terecht.
Een mens zou denken dat de NS-directie zich vervolgens héél stil zou houden. Dan kent u meneer Meerstadt nog niet: zodra van de week wéér sneeuw viel, wist hij zonder blikken of blozen te melden dat de diverse reizigersorganisaties een beetje piepen wanneer zij klagen over de miserabele staat van de winterdienstregeling. Zo erg is het allemaal niet. Meerstadt wees vervolgens op het feit dat de NS medewerkers heeft ingezet om gratis koffie te schenken voor wachtende reizigers. In de wereld van Meerstadt is een kopje lauwe pleur blijkbaar een royale compensatie voor een uur of twee, drie (zo niet méér) staan wachten in de vrieskou.
Zulke abjecte wereldvreemdheid kan eigenlijk niet eens meer als verbazend gelden; Meerstadt zelf hoeft immers nooit op de trein te wachten. De NS-directie beloont zichzelf tenslotte rijkelijk. De NS behaalde in 2012 een totaal van 264 miljoen euro pure winst, zon 53 miljoen méér dan een jaar daarvoor. Een deel van die groei in winst komt omdat de NS (in gevallen van slecht weer, zoals sneeuw, hevige regen en blaadjes ) minder treinen liet rijden, en wel de volledige subsidie-injectie van de staat op wist te strijken. (3,3 miljard euro, voor wie het wil weten.) Van het bespaarde geld weet de directie er warmpjes bij te zitten, terwijl de reiziger in de kou staat.
Denk er maar eens over na: ze laten minder treinen rijden, en strijken daardoor meer belastinggeld op als pure winst. Een situatie waarbij zowel de reiziger als de belastingbetaler de dupe zijn, maar het bestuur van de daarvoor verantwoordelijke organisatie enorm profiteert. Een cynischer mens dan ikzelf zou vermoeden dat ze het met opzet doen.
Meerstadt drukt de reiziger op het hart dat de NS er allemaal niets aan kan doen. Over het rapport inzake de NS-prestaties in 2012 zegt hij: de grenzen qua capaciteit op het spoor zijn bereikt. Dat is opvallend, aangezien uit het rapport zelf blijkt dat defecten aan materieel geen aantoonbare rol spelen bij de ellende. Alles duidt op een vooral organisatorisch probleem. Oftewel: het is wel degelijk de directie die het jaar na jaar weet te verkloten. Meerstadt ontkent dat in alle toonaarden, en voegt toe dat het beeld van de problemen op het spoor vaak wordt gekleurd door mensen die niet in de trein willen zitten en daar nog een goede reden voor moeten vinden.
Weet u dat ook weer. Er zijn helemaal geen problemen, het zit gewoon tussen uw oren, en bovendien is het uw eigen schuld. U moet vooral niet zeuren, en de directie is hoe dan ook niet verantwoordelijk. De Duitse en Belgische kranten die onlangs de NS noemden vroegen zich niet zelden af waarom wij in Nederland de NS-directie nog niet hebben gesommeerd om subiet de trein naar Nergenshuizen te nemen. Dat is een bijzonder goede vraag. Hij zou wel eens in de Tweede Kamer mogen worden gesteld.
vrijdag 21 december 2012
Een Onchristelijke Wereld
Een Onchristelijke Wereld
Wat als de man die wij Jezus noemen nooit geboren was?
Voorwoord
Vandaag, de eenentwintigste december, is een dag waaraan al
sinds de oudheid groot belang wordt toegekend. Terecht, want het is de datum
van de zonnewende die iedere winter de kortste dag markeert. Vanaf morgen
worden de dagen weer langer, keert het licht terug, nadert de zomer. Het is
niet voor niets dat de Mayakalender op deze dag afloopt (hetgeen in hun
kosmologie overigens niet het einde van de wereld betekent, maar de aanvang van
een nieuwe era). Het is niet voor niets dat talrijke volkeren in de oudheid hun
winterfeest vierden op deze dag, hun feest van licht en leven. De Germanen
vierden het Joelfeest, de Romeinen hielden op deze dag de Saturnaliën.
Het is niet voor niets dat de Christenen rond deze tijd de
geboorte van hun messias vieren. Niet omdat Jezus in de winter geboren is, maar
specifiek om het feest samen te laten vallen met de heidense lichtfeesten —
zodat deze makkelijker door het Christendom gecoöpteerd konden worden. (Wie
denkt dat er tegenwoordig een commercialisering van het kerstfeest plaatsvindt
kan dus maar beter in gedachte houden dat het hele feest vanaf het begin al
stoelt op een slinkse marketingtruc.) De enige reden dat Kerstmis op de 25ste
valt, en niet op de ware datum van de zonnewende, is vanwege latere
kalenderaanpassingen. Wanneer Jezus nou echt geboren is zullen we wel
nooit meer kunnen achterhalen.
Hoe het ook zij, de Christenen vieren zijn geboorte
tegenwoordig in december, en daarmee zijn deze dagen, de kortste en donkerste
dagen van het jaar, het moment bij uitstek om eens stil te staan bij de enorme
invloed die deze geboorte heeft gehad op de wereld zoals wij die kennen. Ik
durf te stellen dat er nauwelijks gebeurtenissen zijn die van grotere invloed
zijn geweest. We leven, zeker in het Westen, in een wereld die in zeer
verregaande mate is gevormd door het Christendom. Onze wereld is een
Christelijke wereld. Onze aannames, onze dogma’s, onze morele en ethische
opvattingen en onze politieke vanzelfsprekendheden zijn — direct of indirect —
producten van een Christelijke belevingswereld.
We zijn ons daar zelden echt van bewust. We staan er niet
bij stil, omdat de maatschappij waarin we leven onze enige referentie is. We
kennen niets anders dan deze wereld, en daarom zijn we blind voor het feit dat
onze visie op de maatschappij, de geschiedenis, de moraal, de ethiek etc. etc.
zeer sterk is gevormd door van oorsprong Christelijke aannames. Hoe kunnen we
dan ooit tot objectief inzicht komen? Pas als we beseffen dat, en in hoeverre,
we door iets beïnvloed worden kunnen we daar rekening mee houden en objectief
denken. We moeten ons dan afvragen: hoe, en in hoeverre, heeft het Christendom
onze wereld gevormd?
De historicus Niall Ferguson gebruikt een uiterst
interessante methode om dergelijke vragen te benaderen: om de invloed van een
gebeurtenis te analyseren vraagt hij zich af wat er gebeurt zou zijn als deze
gebeurtenis nooit had plaatsgevonden. In zijn boek The Pity of War
gebruikt hij deze methode (die hij virtual history noemt) om een aantal
aannames inzake de Eerste Wereldoorlog kritisch te bestuderen. Deze aanpak
dwingt een onderzoeker om de materie vanuit een totaal andere invalshoek te
benaderen — hetgeen uiterst bevorderlijk is voor het loslaten van dogmatische
premissen.
Om onze eigen, Christelijke, wereld objectiever te benaderen
zou het best wel eens raadzaam kunnen zijn om ons af te vragen wat er geworden
zou zijn van onze geschiedenis, onze cultuur, onze wereld, als er geen
Christendom bestond. Als Jezus nooit geboren was. Er zijn al grote aantallen
boeken geschreven — variërend van nauwkeurige geschiedkunde tot pure fictie —
waarin men zich afvraagt wat er gebeurd zou zijn als een cruciale gebeurtenis anders
zou zijn verlopen. Hoe vaak heeft men zich niet afgevraagd hoe een wereld
zonder Hitler er uit had gezien? (Daar zijn al snel een paar honderd boeken
over geschreven.) Een boek of serieus essay dat gaat over een wereld zonder Jezus
heb ik echter nog nooit gezien. Wellicht bestaat het, maar het is mij niet
bekend. Duidelijk houdt het de gemoederen merkbaar minder bezig. Terwijl de
invloed van Jezus op onze wereld toch echt ontelbare malen groter is geweest
dan die van Hitler. (En ik schroom niet om daar aan toe te voegen: godzijdank!)
Ik heb vaker zeer interessante gesprekken en discussie
gevoerd over de invloed van het Christendom op onze wereld. Het is een
onderwerp dat mij — en, gezien die gesprekken, ook anderen — weet te boeien.
Vandaar dit essay, waarin ik tracht de vraag te beantwoorden: wat als de man
die wij Jezus noemen nooit geboren was? Ik zal hier een portret schetsen
van een Onchristelijke wereld. Vanzelfsprekend is het antwoord op de vraag “wat
zou er gebeurd zijn als…?” per definitie een vorm van speculatie. Ook een
pionier op het gebied, zoals Niall Ferguson, geeft dat direct toe. Aan de
andere kant, er zijn heel wat mensen die ook de inhoud van de bijbel zouden
kenmerken als een vorm van speculatie — dus door dergelijke bezwaren hoeven we
ons niet te laten weerhouden.
In dit essay pretendeer ik tevens niet de
Onchristelijke wereld te beschrijven, maar één mogelijke Onchristelijke
wereld. Niet de gang van zaken die zonder twijfel zou hebben bestaan,
ware het Christendom nooit opgekomen, maar een geschiedenis die had kunnen
bestaan. Een gang van zaken die ik, op basis van de historische werkelijkheid,
het meest waarschijnlijk acht. Natuurlijk kan ik niet met zekerheid zeggen hoe
een versmelting van Germaanse en Romeinse religie in een Onchristelijk Italië
onder de Ostrogoten zou hebben uitgepakt (om maar een voorbeeld te noemen). Ik
kan enkel beargumenteren dat zo’n syncretische ontwikkeling zou hebben
plaatsgevonden. Mijn duiding van hoe zo’n religie er ongeveer uit zou hebben
gezien heb ik toegevoegd om de door mij geschetste wereld wat levendigheid te
geven. U mag het couleur locale noemen.
Bij alles dat ik mijn lezers voorspiegel zal ik eerst
vertellen waarom ik geloof dat het zo gegaan zou zijn, en niet anders:
ik onderbouw de wereld die ik met fantasie schets door middel van feitelijke
observaties uit de ons welbekende geschiedenis. Ieder “hoofdstuk” van de
Onchristelijke geschiedenis die ik opteken wordt voorafgegaan door een analyse
die ik baseer op concrete feiten uit onze eigen geschiedenis — die zo sterk
gevormd is door het Christendom. Ik zal trachten die vorming, en de gevolgen
ervan, helder weer te geven. Mijn hoop is dat daarmee ook de gevolgen van een absentie
van het Christendom zichtbaar worden.
Hier, dan, volgt een dubbelportret van twee werelden. De
onze, zo ingrijpend gevormd door het Christendom — en een andere,
Onchristelijke wereld, die ook door geheel andere krachten is gevormd.
Labels:
Byzantium,
Christendom,
filosofie,
geloof,
geschiedenis,
Gnosticisme,
Hermetiek,
Ideeënleer,
Ideeënwereld,
Imperium,
Klassieke Oudheid,
metafysica,
Neoplatonisme,
Plato,
religie,
Rome,
virtual history
donderdag 29 november 2012
Op zoek naar de waarheid
Wat is waarheid? Uiteindelijk is dat de meest fundamentele vraag van de filosofie. Niet “wie ben ik?” of “wat is de zin van het leven?” of enige andere existentiële vraag. Om vragen over het bestaan te stellen, moeten we eerst weten wat echt bestaat, en wat de aard van dat bestaan is. Wat is wáár? Wat is echt? Wat is werkelijkheid?
De grondleggers van de Westerse filosofische traditie – Socrates, Plato en Aristoteles – hielden zich al bezig met deze vraag, hoewel ze niet tot dezelfde conclusies kwamen. We kennen Socrates enkel via de werken van Plato, waarin Plato de Socratische leer verdedigt. Er bestaat zelfs de theorie dat Socrates nooit bestaan heeft, en een verzinsel van Plato was, om diens eigen denkbeelden uit te dragen. Of dit het geval is geweest is onmogelijk na te gaan, maar het is in ieder geval een feit dat Plato en Socrates één hoofdstroming in het Westerse realiteitsbesef vertegenwoordigen, terwijl Aristoteles de andere hoofdstroming belichaamt.
Labels:
Aristoteles,
filosofie,
geloof,
geschiedenis,
Ideeënleer,
Ideeënwereld,
Klassieke Oudheid,
metafysica,
Neoplatonisme,
Plato,
Socrates,
waarheid,
werkelijkheid
donderdag 8 november 2012
Alle wegen leiden naar...
Hoe Republiek onvermijdelijk moest wijken voor Imperium.
Rome – méér dan een stad, meer zelfs dan de eeuwige
stad – het is een idee, een symbool. Het woord “Rome” staat in ons collectieve
bewustzijn voor de ultieme belichaming van Imperium. Het was het
Romeinse Rijk dat een vorm bood waar alle latere Europese Rijken zich naar
modelleerden. Toch was Rome gedurende vijf eeuwen juist de belichaming van de Republiek.
Het is een vreemd idee, dat de archetypische Republiek uiteindelijk het
archetypische Imperium werd. Toch geloof ik dat het (bijna) niet anders kon. Er
zijn maar weinig scenario’s denkbaar waarin de Republiek het overleefd zou
hebben. Uiteindelijk hadden alle wegen van de geschiedenis naar het Romeinse
Rijk geleid.
donderdag 25 oktober 2012
Aígyptos en Miṣr
Zelfs de grootste rijken en oudste culturen kunnen
verstikken in het stof van de woestijn – als ze niet immer waakzaam zijn. Dat
is een les die men op wrede wijze heeft geleerd in het land dat wij “Egypte”
noemen.
woensdag 24 oktober 2012
Het Heilige Roomse Rijk… herboren?
Iedereen weet volgens mij wel dat ik beslist geen
voorstander ben van Europese éénmaking (ik zeg bewust geen éénwording,
want het is geen natuurlijk proces, maar een kunstmatige poging). Dat zegt
echter niet dat ik een isolationist ben.
Iedereen die kritiek levert op Brussel krijgt dat stempel
opgeplakt. Je verschuilt je achter de dijken, je bent een xenofoob, een
populist, wellicht zelfs een vuile neonazi. Een Europropagandist als Guy
Verhofstadt deinst er niet voor terug om alle Eurosceptici tot
rechts-extremisten uit te roepen. Steevast wordt de beschuldiging aangevuld
met: “de sceptici hebben geen oplossing; ze zijn alleen maar tegen.”
Soms is dat zelf ten dele wáár. Ook dat diskwalificeert de
Eurosceptici natuurlijk niet: het is niet onredelijk om kritiek op iets te
hebben dat fout gaat, zonder meteen een volledig uitgewerkt alternatief te
hebben. Het is echter wel verstandig om na te denken over alternatieven, en
daarbij moeten we vooral letten op de structuren die Europa in het verleden
veel goeds hebben gebracht.
woensdag 10 oktober 2012
The Green Hills of Earth
Let’s talk
songs. Let’s talk poems. Let’s talk science fiction. It can’t be all politics
all the time, and I like to read and write and discuss all of the
aforementioned business.
And why
not? After all, it’s not the essays and manifestos that bare our souls.
Those reveal our minds, our intellect. For the more romantic inclination, we
must often look elsewhere. And where else do we reveal as much of ourselves as
in our songs? Not the mass-produced drivel that all too often pollutes the
airwaves, but true songs, blessed with meter and rhyme. Our lyrical poems.
These are the purest expressions of our mind, more direct and more transcendant
than our prose could ever hope to be.
It is with this notion in mind that I direct your attention
to the lyrical poem “The Green Hills of Earth”. A song of the future. A song of
space travel. A song, above all else, of our own dear Earth. Most people
familiar with it will most likely have come across it in a short story of the
same name, written by Robert A. Heinlein.
It is the story of Rhysling, “the Blind Singer of the
Spaceways”, whom Heinlein presents as the composer of the work in question. At
this point I feel that I should tell you that it is not without reason that
SFWA’s annual poetry award is called the Rhysling Award, in honour of the
character that Heinlein made up to be great bard of his future history.
donderdag 20 september 2012
De verloren ziel der kunsten
Van modernistische kunst ben ik niet bepaald gecharmeerd – en dat
is nog zacht uitgedrukt. Eigenlijk zou ik veel van wat vandaag de dag wordt
gemaakt niet eens kunst willen noemen. Het is prutswerk zonder inhoud,
en het bestaat enkel bij de gratie van de vele bakken vol subsidie die de staat
er ieder jaar overheen stort.
Laat me duidelijk zijn: ik ben verklaard tegenstander van de
“culturele sector” die we vandaag de dag zien, omdat deze de bagger
produceert die hedendaagse kunst wil heten. Maar ik ben niet tegen kunst en
cultuur. Integendeel: ik ben er dol op. Neem me mee naar Londen, laat me los in
de National Gallery, en je bent voor de rest van de dag van me af. Maar het
Tate Modern sla ik liever over, met uw welnemen. Soms, heel soms, wordt ook
daar iets moois tentoongesteld. Dat is echter slechts de uitzondering die de
regel bevestigt, en de regel is: moderne kunst is rommel.
Waarom is dat? Hoe komt het dat we niet of nauwelijks nog
kunstwerken lijken te produceren die de moeite waard zijn? Waar, met andere
woorden, ging het mis? Ik kan in ieder geval wel zeggen wannéér: de eerste
helft van de twintigste eeuw. Vóór pakweg de Tweede Wereldoorlog werd kunst met
inhoud gemaakt. Kunst in talloze vormen en stijlen, maar altijd met een
boodschap. Met een ziel. En dat is precies wat nu ontbreekt. Hoe kan dat toch?
woensdag 19 september 2012
De uitzuigers en hun trouwe stemvee
49% van de huishoudens in de Verenigde Staten van Amerika krijgt op de één op andere manier geld van de overheid. Het lijkt wel alsof The Land of the Free eerder een land van handophouders is geworden. Dat beeld klopt echter gelukkig! niet helemaal. Niet dat de zittende president, Obama, er niet alles aan doet om zo veel mogelijk mensen afhankelijk van de staat te maken: hij is de meest linkse president in decennia. Toch is Amerika nog niet zo afhankelijk van het staatsinfuus als die 49% zou doen vermoeden.
De meeste van die huishoudens betalen namelijk ook belasting, en een flink deel betaalt méér aan belasting dan het ontvangt aan allerlei uitkeringen en subsidies. De vraag die we moeten stellen is: hoeveel mensen betalen méér dan ze ontvangen? En hoeveel mensen ontvangen méér dan ze betalen? Netto komt het er namelijk op neer dat de eerstgenoemde groep betaalt voor de tweede groep.
Economisch is ieder land onderverdeeld in netto-betalers en netto-ontvangers. Dat geldt voor de VS, maar ook voor Nederland. Het kan best zijn dat netto-betalers óók geld krijgen van de overheid, maar dat is dan een sigaar uit eigen doos. Als je 50.000 euro betaalt en 20.000 euro krijgt, kan je net zo goed niks krijgen en 30.000 euro betalen. Dat is echter minder gunstig voor de overheid. Die wil niet dat je weet hoeveel je eigenlijk betaalt. Overheden kunnen het volk namelijk enkel uitzuigen om twee redenen. Ten eerste omdat de staat de netto-ontvangers paait met allerlei cadeautjes die door de netto-ontvanger betaalt worden. (Voor de overheid bent u dus ofwel stemvee om vet te mesten, ofwel een melkkoe om uit te zuigen.) Ten tweede omdat een groot deel van de burgers van die hierboven genoemde 49% niet wéét dat ze eigenlijk netto-betalers zijn! (Ze betalen dus onbedoeld mee aan hun eigen uitzuiging.)
Hoe meer mensen afhankelijk zijn, hoe meer mensen netto ontvangen, hoe gunstiger het is voor de overheid. Dat wint namelijk steun: stemvee. En hoe onduidelijker het belastingstelsel is, hoe minder mensen dóórhebben dat ze eigenlijk netto-betaler zijn, en uitgezogen worden. De oplossing voor dit probleem vereist twee simpele stappen. Ten eerste: maak van iedere burger een jaarlijks overzicht van wat hij precies afstaat aan en wat hij precies ontvangt van de staat. Ieder jaar dient de burger dat overzicht te ontvangen, zodat hij zelf weet of hij netto-betaler of netto-ontvanger is. Ten tweede: geef alleen stemrecht aan netto-betalers. Dit volgens de aloude principes Wie betaalt, die bepaalt en Wie van andermans tafel eet, die eet wat de pot schaft.
Dit komt neer op een moderne vorm van censuskiesrecht, waar de uitzuigers in Den Haag het volk niet meer kunnen reduceren tot willoos en machteloos vee. Het geeft degene die de lasten moet dragen ook het recht om de beslissingen te nemen en dat is hoe het hoort. Vanzelfsprekend moet zon voorstel goed overwogen worden. Iemand die zijn leven lang hard werkt en dan plotseling zijn baan verliest, die moet niet opeens zijn stemrecht kwijt zijn.
Het is van groot belang om dergelijke aandachtspunten goed te belichten. Ik heb al eerder voor een modern censuskiesrecht gepleit, waarbij netto-ontvangers niet mogen stemmen. Anderen hebben het ook voorgesteld. Zon betoog wordt bijna standaard aangevallen met allerlei voorbeelden van mensen die opeens buiten hun eigen schuld niet meer zouden mogen stemmen.
De meest voor de hand liggende oplossing is één die nu ook vaak wordt toegepast: de mogelijkheid om een alternatief peiljaar aan te geven. Wie plotseling zijn inkomsten verliest, maar voordien wel een minimum aantal jaren heeft gewerkt, kan een vorig jaar dan opgeven als peiljaar. Of het gemiddelde dan de laatste tien jaar laten bekijken. Op die manier worden de permanente handophouders uitgesloten van het kiesrecht, en de harde werkers die tijdelijk wat tegenslag ontmoeten niet.
Ook hoort een voorstander van modern censuskiesrecht vaak dat hij dus een hekel heeft aan vrijwilligers, mantelzorgers, gepensioneerden en studenten. Dat is simpelweg een drogredenering. Het idee is dat enkel wie zijn hand ophoudt niet mag stemmen. Een vrijwilliger die geen cent belasting betaalt mag nog steeds gewoon stemmen zo lang hij maar niet uit de staatsruif vreet. Er zijn geen minimum inkomensvereisten, er is enkel de eis dat je niet op kosten van de belastingbetaler leeft.
Gepensioneerden hebben natuurlijk hun hele werkzame leven premie afgestaan. Die mogen dus gewoon stemmen: het pensioen dat ze ontvangen komt wel via de staat, maar als resultaat van de premie die ze hun leven lang hebben betaald. Ik ben zelf overigens voorstander van een spaarstelsel in plaats van een omslagstelsel, waardoor alle verwarring hieromtrent de wereld uit zou zijn.
Studenten die studiefinanciering ontvangen in de vorm van een gift, en méér ontvangen dan ze aan belasting afstaan, zouden inderdaad niet moeten mogen stemmen. Een leenstelsel zou dat oplossing. Een lening is namelijk geen gift, maar iets dat je terugbetaalt. Dat kan je tegen elkaar wegstrepen, waardoor een student die enkel een lening ontvangt wel zou mogen stemmen.
Al met al zijn de kritiekpunten die worden geleverd op een modern censuskiesrecht stuk voor stuk ongeldig en gebaseerd op foute aannames. De enige mensen die uitgesloten worden van het kiesrecht zijn de mensen die structureel op kosten van de belastingbetaler leven. Die mensen zouden ook gewoon niet moeten mogen stemmen, want die inspraak geeft ze beschikking over het eigendom van een ander. Dat is niets minder dan georganiseerde roof.
De praktische uitvoerbaarheid levert geen problemen op. Het is nu al bekend wie welke (directe) belastingen en heffingen betaalt, en wie welke uitkeringen en subsidies ontvangt. Er is geen extra bureaucratie voor nodig om iedereen inzicht te geven in zijn netto positie: betaalt hij meer dan hij ontvangt, of vice versa? Ook is het niet moeilijk om stempassen vervolgens enkel te verstrekken aan netto-betalers. Er is maar één obstakel: om modern censuskiesrecht in te voeren moeten we de Grondwet wijzigen, en dat zal niet snel gebeuren. Het verplicht stellen van een overzicht van de belastingafdrachten en overheidssteun van en voor iedere burger is minder moeilijk in te voeren. Maar ook dat voorstel zal op flinke weerstand vanuit Den Haag stuiten.
Doorvoering van dergelijke plannen zou de roofstaat een geweldige dreun geven, en daar zijn de politici doodsbang voor. Het zou de overheid zo radicaal inkrimpen dat de uitzuigers massaal hun baantjes kwijtraken. Geen gevestigde partij zal dit voorstel dan ook steunen. Toch lijkt het mij de enige manier om Nederland weer op de rails te krijgen. Zo lang Jan mag stemmen over de vraag of de overheid geld van Piet moet afpakken om het aan Jan te geven, zal Jan daar vóór stemmen. En dat is waar de overheid haar veel te grote macht vandaan haalt.
De meeste van die huishoudens betalen namelijk ook belasting, en een flink deel betaalt méér aan belasting dan het ontvangt aan allerlei uitkeringen en subsidies. De vraag die we moeten stellen is: hoeveel mensen betalen méér dan ze ontvangen? En hoeveel mensen ontvangen méér dan ze betalen? Netto komt het er namelijk op neer dat de eerstgenoemde groep betaalt voor de tweede groep.
Economisch is ieder land onderverdeeld in netto-betalers en netto-ontvangers. Dat geldt voor de VS, maar ook voor Nederland. Het kan best zijn dat netto-betalers óók geld krijgen van de overheid, maar dat is dan een sigaar uit eigen doos. Als je 50.000 euro betaalt en 20.000 euro krijgt, kan je net zo goed niks krijgen en 30.000 euro betalen. Dat is echter minder gunstig voor de overheid. Die wil niet dat je weet hoeveel je eigenlijk betaalt. Overheden kunnen het volk namelijk enkel uitzuigen om twee redenen. Ten eerste omdat de staat de netto-ontvangers paait met allerlei cadeautjes die door de netto-ontvanger betaalt worden. (Voor de overheid bent u dus ofwel stemvee om vet te mesten, ofwel een melkkoe om uit te zuigen.) Ten tweede omdat een groot deel van de burgers van die hierboven genoemde 49% niet wéét dat ze eigenlijk netto-betalers zijn! (Ze betalen dus onbedoeld mee aan hun eigen uitzuiging.)
Hoe meer mensen afhankelijk zijn, hoe meer mensen netto ontvangen, hoe gunstiger het is voor de overheid. Dat wint namelijk steun: stemvee. En hoe onduidelijker het belastingstelsel is, hoe minder mensen dóórhebben dat ze eigenlijk netto-betaler zijn, en uitgezogen worden. De oplossing voor dit probleem vereist twee simpele stappen. Ten eerste: maak van iedere burger een jaarlijks overzicht van wat hij precies afstaat aan en wat hij precies ontvangt van de staat. Ieder jaar dient de burger dat overzicht te ontvangen, zodat hij zelf weet of hij netto-betaler of netto-ontvanger is. Ten tweede: geef alleen stemrecht aan netto-betalers. Dit volgens de aloude principes Wie betaalt, die bepaalt en Wie van andermans tafel eet, die eet wat de pot schaft.
Dit komt neer op een moderne vorm van censuskiesrecht, waar de uitzuigers in Den Haag het volk niet meer kunnen reduceren tot willoos en machteloos vee. Het geeft degene die de lasten moet dragen ook het recht om de beslissingen te nemen en dat is hoe het hoort. Vanzelfsprekend moet zon voorstel goed overwogen worden. Iemand die zijn leven lang hard werkt en dan plotseling zijn baan verliest, die moet niet opeens zijn stemrecht kwijt zijn.
Het is van groot belang om dergelijke aandachtspunten goed te belichten. Ik heb al eerder voor een modern censuskiesrecht gepleit, waarbij netto-ontvangers niet mogen stemmen. Anderen hebben het ook voorgesteld. Zon betoog wordt bijna standaard aangevallen met allerlei voorbeelden van mensen die opeens buiten hun eigen schuld niet meer zouden mogen stemmen.
De meest voor de hand liggende oplossing is één die nu ook vaak wordt toegepast: de mogelijkheid om een alternatief peiljaar aan te geven. Wie plotseling zijn inkomsten verliest, maar voordien wel een minimum aantal jaren heeft gewerkt, kan een vorig jaar dan opgeven als peiljaar. Of het gemiddelde dan de laatste tien jaar laten bekijken. Op die manier worden de permanente handophouders uitgesloten van het kiesrecht, en de harde werkers die tijdelijk wat tegenslag ontmoeten niet.
Ook hoort een voorstander van modern censuskiesrecht vaak dat hij dus een hekel heeft aan vrijwilligers, mantelzorgers, gepensioneerden en studenten. Dat is simpelweg een drogredenering. Het idee is dat enkel wie zijn hand ophoudt niet mag stemmen. Een vrijwilliger die geen cent belasting betaalt mag nog steeds gewoon stemmen zo lang hij maar niet uit de staatsruif vreet. Er zijn geen minimum inkomensvereisten, er is enkel de eis dat je niet op kosten van de belastingbetaler leeft.
Gepensioneerden hebben natuurlijk hun hele werkzame leven premie afgestaan. Die mogen dus gewoon stemmen: het pensioen dat ze ontvangen komt wel via de staat, maar als resultaat van de premie die ze hun leven lang hebben betaald. Ik ben zelf overigens voorstander van een spaarstelsel in plaats van een omslagstelsel, waardoor alle verwarring hieromtrent de wereld uit zou zijn.
Studenten die studiefinanciering ontvangen in de vorm van een gift, en méér ontvangen dan ze aan belasting afstaan, zouden inderdaad niet moeten mogen stemmen. Een leenstelsel zou dat oplossing. Een lening is namelijk geen gift, maar iets dat je terugbetaalt. Dat kan je tegen elkaar wegstrepen, waardoor een student die enkel een lening ontvangt wel zou mogen stemmen.
Al met al zijn de kritiekpunten die worden geleverd op een modern censuskiesrecht stuk voor stuk ongeldig en gebaseerd op foute aannames. De enige mensen die uitgesloten worden van het kiesrecht zijn de mensen die structureel op kosten van de belastingbetaler leven. Die mensen zouden ook gewoon niet moeten mogen stemmen, want die inspraak geeft ze beschikking over het eigendom van een ander. Dat is niets minder dan georganiseerde roof.
De praktische uitvoerbaarheid levert geen problemen op. Het is nu al bekend wie welke (directe) belastingen en heffingen betaalt, en wie welke uitkeringen en subsidies ontvangt. Er is geen extra bureaucratie voor nodig om iedereen inzicht te geven in zijn netto positie: betaalt hij meer dan hij ontvangt, of vice versa? Ook is het niet moeilijk om stempassen vervolgens enkel te verstrekken aan netto-betalers. Er is maar één obstakel: om modern censuskiesrecht in te voeren moeten we de Grondwet wijzigen, en dat zal niet snel gebeuren. Het verplicht stellen van een overzicht van de belastingafdrachten en overheidssteun van en voor iedere burger is minder moeilijk in te voeren. Maar ook dat voorstel zal op flinke weerstand vanuit Den Haag stuiten.
Doorvoering van dergelijke plannen zou de roofstaat een geweldige dreun geven, en daar zijn de politici doodsbang voor. Het zou de overheid zo radicaal inkrimpen dat de uitzuigers massaal hun baantjes kwijtraken. Geen gevestigde partij zal dit voorstel dan ook steunen. Toch lijkt het mij de enige manier om Nederland weer op de rails te krijgen. Zo lang Jan mag stemmen over de vraag of de overheid geld van Piet moet afpakken om het aan Jan te geven, zal Jan daar vóór stemmen. En dat is waar de overheid haar veel te grote macht vandaan haalt.
vrijdag 24 augustus 2012
De staatsschuld: een groeiend monster
Is het niet vreemd? We hebben tegenwoordig een politiek stelsel waarin de zuinige partijen ons een begrotingstekort van slechts 3 procent in de maag splitsen. Hoe kan een normaal mens denken dat dit zuinig zou zijn? Ja, het is beter of liever gezegd: minder erg dan de plannen van de meest linkse partijen om een nog groter tekort te laten ontstaan. Maar zuinig is toch echt anders. Bij de gevestigde partijen in Den Haag, van links tot (zogenaamd) rechts, is men helemaal niet van plan om te bezuinigen. Zelfs de "rechtse" partijen willen enkel minder méér uitgeven dan de linkse partijen. Maar ze willen allemaal de overheidsuitgaven vergroten, en de staatsschuld laten aanzwellen. Die parasieten vreten meer dan de helft van ons inkomen op, en nog willen ze extra bijlenen. Hun honger is nooit gestild.
Ik zag nog liever dat ze de belasting verhoogden! Ja, dat leest u goed. Natuurlijk pleit ik hier niet vóór hogere lasten, ik vind dat bezuinigen het enige acceptabele middel is om de begroting op orde te krijgen. Maar als ik dan toch gedwongen zou worden om te kiezen tussen twee kwaden, dan heb ik liever extra belastingverhoging dan extra staatsschuld. En ik zal u vertellen waarom. Nederland kampt nu al met een staatsschuld van ruim 400 miljard euro, en die groeit en groeit en groeit maar door. Iedere 24 uur leent de staat 70 miljoen euro bij: 810 euro per seconde. Mijn punt? Dat geld moet ooit terugbetaald worden met rente! We betalen jaarlijks al miljarden aan rente op de staatsschuld, zonder één cent van het eigenlijke bedrag af te betalen. Jaar na jaar betalen we rente over hetzelfde geld, en de hoeveelheid waarover we die rente betalen wordt alleen maar groter. We zouden dat geld net zo goed kunnen verbranden!
Daarom is een staatsschuld erger dan een belasting. Een staatsschuld is een belasting die je later pas hoeft te betalen, maar waar ieder jaar dat je hem niet betaalt rente over geheven wordt. We worden dus dubbel beroofd, driedubbel, etc. etc. Een eeuwigdurende kaalplukkerij, waar niet alleen wij de dupe van zijn, maar ook toekomstige generaties. Kinderen die dit jaar worden geboren, hebben meteen een schuld van bijna 25.000 euro op hun nek. En dat danken we aan onze spilzieke overheid.
En die zuinige partijen? Laat ik het zo zeggen: Mister VVD, Mark Rutte, heeft de staatsschuld gedurende zijn twee jaar aan het roer met 30 miljard euro weten te verhogen. En nog wil hij als we dom genoeg zijn om hem wéér het Torentje in te laten extra bijlenen. De last die we torsen is blijkbaar nog niet zwaar genoeg. Er kunnen nog wel wat miljardjes (per jaar!) bij, denken onze politici. Het monster groeit maar door en door, en heel Den Haag steekt de kop in het zand.
Dit is onhoudbaar. Het enige dat we kunnen doen, als we Nederland op orde willen krijgen, is de staatsschuld afbouwen. Dat kan op twee manieren. Mogelijkheid één: je verhoogt de belastingen dramatisch, en je gebruikt de extra inkomsten om de staatsschuld af te betalen. Nou nee. Bedankt. De staat zuigt al meer dan de helft van alles dat we verdienen op via allerlei belastingen. Nog veel meer dan dat overleeft de economie niet. Mogelijkheid twee: je gaat radicaal bezuinigen, en gebruikt het geld dat de overheid daardoor niet meer uitgeeft om de staatsschuld af te betalen. Dat betekent ook dat de rente die je betaalt ieder jaar daalt, omdat immers de hoofdsom waarover je die rente betaalt ook kleiner wordt. Ieder jaar hoeven we dus minder rente te betalen, en ieder jaar kunnen de belastingen een beetje omlaag.
De bezuiniging zal drastisch moeten zijn. De staat geeft nu per jaar 18 miljard te veel uit. Je zal dus in ieder geval 18 miljard per jaar moeten bezuinigen, plus het bedrag dat je per jaar wilt aflossen op de staatsschuld. Aangezien die 400 miljard is, en een aflossing gedurende 40 jaar niet onrealistisch is, zou een bedrag van 10 miljard per jaar heel logisch zijn. Dan moeten we dus in ieder geval 28 miljard euro per jaar moeten bezuinigen. Alles dat je daar bovenop nog extra bezuinigd, vertaalt zich naar een belastingverlaging.
Voor de duidelijkheid: de staat rooft nu per jaar zon 255 miljard euro aan belastinggeld uit onze portemonnee. Minus 28 miljard grijpen ze nog steeds 227 miljard. Is dat soms niet genoeg? Liever gezegd: is dat niet al veel te veel? Ik zou voorstellen om radicaal te bezuinigen, zodat we zowel de staatsschuld kunnen afbetalen als de belastingen kunnen verlagen.
Laten we bovenop de structurele bezuiniging van 28 miljard euro ook nog eens ieder jaar een extra bezuiniging van 5 miljard euro toevoegen. Het eerste jaar dus 28+5=33 miljard minder uitgeven dan nu, het tweede jaar 38 miljard minder dan nu, het derde jaar 43 miljard minder dan nu en na de 40 jaar die ook nodig zijn om van de staatsschuld af te komen blijven we over met een minimale overheid (die alleen nog zorg draagt voor politie, justitie, defensie, buitenlandse zaken en hoofdinfrastructuur zoals wegen en dijken). We hebben dan 228 miljard bezuinigd, en blijven over met een staat die ons jaarlijks 27 miljard euro kost.
Dat klinkt al een stuk acceptabeler.
Ik zag nog liever dat ze de belasting verhoogden! Ja, dat leest u goed. Natuurlijk pleit ik hier niet vóór hogere lasten, ik vind dat bezuinigen het enige acceptabele middel is om de begroting op orde te krijgen. Maar als ik dan toch gedwongen zou worden om te kiezen tussen twee kwaden, dan heb ik liever extra belastingverhoging dan extra staatsschuld. En ik zal u vertellen waarom. Nederland kampt nu al met een staatsschuld van ruim 400 miljard euro, en die groeit en groeit en groeit maar door. Iedere 24 uur leent de staat 70 miljoen euro bij: 810 euro per seconde. Mijn punt? Dat geld moet ooit terugbetaald worden met rente! We betalen jaarlijks al miljarden aan rente op de staatsschuld, zonder één cent van het eigenlijke bedrag af te betalen. Jaar na jaar betalen we rente over hetzelfde geld, en de hoeveelheid waarover we die rente betalen wordt alleen maar groter. We zouden dat geld net zo goed kunnen verbranden!
Daarom is een staatsschuld erger dan een belasting. Een staatsschuld is een belasting die je later pas hoeft te betalen, maar waar ieder jaar dat je hem niet betaalt rente over geheven wordt. We worden dus dubbel beroofd, driedubbel, etc. etc. Een eeuwigdurende kaalplukkerij, waar niet alleen wij de dupe van zijn, maar ook toekomstige generaties. Kinderen die dit jaar worden geboren, hebben meteen een schuld van bijna 25.000 euro op hun nek. En dat danken we aan onze spilzieke overheid.
En die zuinige partijen? Laat ik het zo zeggen: Mister VVD, Mark Rutte, heeft de staatsschuld gedurende zijn twee jaar aan het roer met 30 miljard euro weten te verhogen. En nog wil hij als we dom genoeg zijn om hem wéér het Torentje in te laten extra bijlenen. De last die we torsen is blijkbaar nog niet zwaar genoeg. Er kunnen nog wel wat miljardjes (per jaar!) bij, denken onze politici. Het monster groeit maar door en door, en heel Den Haag steekt de kop in het zand.
Dit is onhoudbaar. Het enige dat we kunnen doen, als we Nederland op orde willen krijgen, is de staatsschuld afbouwen. Dat kan op twee manieren. Mogelijkheid één: je verhoogt de belastingen dramatisch, en je gebruikt de extra inkomsten om de staatsschuld af te betalen. Nou nee. Bedankt. De staat zuigt al meer dan de helft van alles dat we verdienen op via allerlei belastingen. Nog veel meer dan dat overleeft de economie niet. Mogelijkheid twee: je gaat radicaal bezuinigen, en gebruikt het geld dat de overheid daardoor niet meer uitgeeft om de staatsschuld af te betalen. Dat betekent ook dat de rente die je betaalt ieder jaar daalt, omdat immers de hoofdsom waarover je die rente betaalt ook kleiner wordt. Ieder jaar hoeven we dus minder rente te betalen, en ieder jaar kunnen de belastingen een beetje omlaag.
De bezuiniging zal drastisch moeten zijn. De staat geeft nu per jaar 18 miljard te veel uit. Je zal dus in ieder geval 18 miljard per jaar moeten bezuinigen, plus het bedrag dat je per jaar wilt aflossen op de staatsschuld. Aangezien die 400 miljard is, en een aflossing gedurende 40 jaar niet onrealistisch is, zou een bedrag van 10 miljard per jaar heel logisch zijn. Dan moeten we dus in ieder geval 28 miljard euro per jaar moeten bezuinigen. Alles dat je daar bovenop nog extra bezuinigd, vertaalt zich naar een belastingverlaging.
Voor de duidelijkheid: de staat rooft nu per jaar zon 255 miljard euro aan belastinggeld uit onze portemonnee. Minus 28 miljard grijpen ze nog steeds 227 miljard. Is dat soms niet genoeg? Liever gezegd: is dat niet al veel te veel? Ik zou voorstellen om radicaal te bezuinigen, zodat we zowel de staatsschuld kunnen afbetalen als de belastingen kunnen verlagen.
Laten we bovenop de structurele bezuiniging van 28 miljard euro ook nog eens ieder jaar een extra bezuiniging van 5 miljard euro toevoegen. Het eerste jaar dus 28+5=33 miljard minder uitgeven dan nu, het tweede jaar 38 miljard minder dan nu, het derde jaar 43 miljard minder dan nu en na de 40 jaar die ook nodig zijn om van de staatsschuld af te komen blijven we over met een minimale overheid (die alleen nog zorg draagt voor politie, justitie, defensie, buitenlandse zaken en hoofdinfrastructuur zoals wegen en dijken). We hebben dan 228 miljard bezuinigd, en blijven over met een staat die ons jaarlijks 27 miljard euro kost.
Dat klinkt al een stuk acceptabeler.
Labels:
economie,
politiek,
staatsschuld
woensdag 15 augustus 2012
Het vallen van de nacht
“As
nightfall does not come all at once, neither does oppression. In both
instances, there is a twilight when everything remains seemingly unchanged. And
it is in such twilight that we all must be most aware of change in the air — however
slight — lest we become unwitting victims of the darkness.”
Het zijn de woorden van William O. Douglas, waarschijnlijk
de meest libertarische Supreme Court Justice in de geschiedenis van de
Verenigde Staten. Een voorvechter van persoonlijke vrijheid, die op geheel
eigen wijze de veel te grote macht van de overheid aan banden legde. Hij
waarschuwde keer op keer voor het oprukkende gevaar van privacyschendingen,
inperkingen van burgerrechten en het muilkorven van mondige mensen – allemaal
in de naam van orde en veiligheid.
dinsdag 24 juli 2012
Rechten en Plichten
Het wordt vaak beweerd dat ieder mens rechten en plichten
heeft. Maar welke rechten hebben we dan, en welke plichten? Wat zijn rechten en
plichten eigenlijk? Daarover is dikwijls veel discussie. Tijd om er een
libertarische blik op te werpen.
donderdag 19 juli 2012
Twee Revoluties
Waarom ik de Verenigde Staten bewonder en Frankrijk minacht
Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik dol ben op de
Verenigde Staten – en dat ik een hekel heb aan Frankrijk. Nu heeft volgens mij
iedereen wel favoriete landen, en hebben de meeste mensen ook wel één of twee
landen waar ze bepaald niet van gecharmeerd zijn. Dat kan met van alles te
maken hebben: het weer, de taal, de mensen die er wonen… noem maar op.
Mijn afkeer van Frankrijk heeft met dat alles echter niets te
maken. Het weer is er doorgaans stukken beter dan in Nederland, de taal (hoewel
Romaanse talen niet mijn sterkste kant zijn) klinkt beslist niet slecht, en
Fransen zijn voor zo ver ik weet ongeveer net zo vriendelijk of onvriendelijk
als de rest van de wereld. Nee, mijn hekel aan Frankrijk heeft een heel andere
oorzaak, en het is tijd om dat eens uiteen te zetten. Waarom tenslotte niet?
zaterdag 9 juni 2012
De liberalen en het fabeldier
Er is een fabeldier, nog ongrijpbaarder dan de
verschrikkelijke sneeuwman. Het is een verschijning die regelmatig opdoemt in
politieke discussies, maar die nooit in levende lijve wordt aangetroffen: de
zogenaamde neoliberaal.
vrijdag 1 juni 2012
The future of Europe
Yesterday,
I published an article discussing the many problems of the EU, which have until
now gone unsolved due to the unwillingness of the Europhiles to accept that
their utopian dreams are simply impossible. Arrogance has poisoned the European
project beyond any hope of rescue, and it seems that arrogance will in the end
destroy the EU altogether.
The
question is now: how do we get rid of the bad, while preserving the good?
Cooperation and good relations between the many states of Europe are by no
means a bad thing. How can we preserve those elements, while dismantling the
European bureacracy and the undemocratic power of Brussels? Well, if you think
about it, it’s not that difficult. The only thing missing to achieve a peaceful
and relatively painless end to the EU is the political will to go about it.
That’s
certainly a problem, because the Eurocrats in charge are dead set on creating a
centralized political union. I explained yesterday how their efforts are
inherently counterproductive, serving only to sow futher animosity between the
nations of Europe. If they continue to force their utopia on all of us, they
even risk sparking off a civil war. That catastrophe must be avoided at all
costs.
So how?
What’s the alternative? That question is imperative, because Europhiles will
repeat again and again that we need the EU, and that to dismantle it
would be tantamount to economic suicide. What we need to do is prove them
wrong, so everyone can see that there is a viable alternative to Eurofederalism.
To that end, I’ve written this article: a proposal for dismantling the European
Union in a peaceful and orderly manner. Because we can prevent the
disastrous future currently awaiting Europe, and we can lay the ground
work for a far better future for us all.
donderdag 31 mei 2012
When will the Europhiles learn their lesson?
Countless
citizens of EU-member states are asking themselves “Where are we going?”,
and with good reason. The European Union is tearing itself apart through bad
policy and undemocratic efforts at forced centralization of power. It is
entirely unclear where this road will lead the many nations of Europe, but the
notion that all of them will eventually end up in the same place is becoming
increasingly unlikely. An outcome long held unthinkable – the break-up of the
EU – is steadily becoming inevitable.
The
Europhiles in Brussels and across the EU will hear nothing of it. Just as they
have done for decades, they dismiss the notion of the EU being split up as
nothing more than small-minded chauvinism. It is easy, however, to portray your
opponents as small-minded. It is much harder to actually prove them wrong. In
this case, it might not be possible at all: the Eurosceptics have been proven
right time and again since the start of the global financial crisis.
In fact, it
turns out that the “small-minded chauvinists” have, in fact, for years and
years been the most forward-thinking people in Europe. It was the Eurosceptics
who forsaw that expansion of the “European family” (as Europhiles lovingly call
it) was going too fast: many new member states were simply not yet ready. The
cultural and economic mindsets of Northern, Southern and Eastern Europe were
insufficiently aligned to accommodate a grand unification project.
These
warnings were ignored, but it turns out they should have been heeded instead.
Similarly, the Eurosceptics warned that the institutions of the Union were not
democratic enough, and that there was not (yet) enough popular support for the
EU among the peoples of Europe. Again, they cautioned, more time was needed.
But no – the Europhiles pushed for more centralization, at the expense of
national sovereignty and popular democracy. The EU thus became a project of the
elite, disliked by the people at large.
The grand
misconception of the Europhiles was that they would be able to shape Europe as
they wanted: that they could force their utopian ideal on the people without
any resistance at all, and everyone would come to love their creation as much
as they did. Simply put: the Europhiles behaved like a bunch of arrogant
tossers. As a result, they – and everyone else in Europe – are now faced with
the results of their hubris. Many countries weren’t ready for a monetary
union, and precicely due to that single currency, their economic woes are also
ravaging the countries that were ready. The people have come to hate the
EU, rather than love it.
Abonneren op:
Posts (Atom)




