Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

donderdag 3 september 2015

Het belang van rechtspersoonlijkheid

Het is een opvallend (en storend) fenomeen: mensen binnen de libertarische beweging die ageren tegen het bestaan van rechtspersonen. Die mensen vinden rechtspersoonlijkheid maar een door de overheid opgezet idee om corrupte ondernemers hun verantwoordelijkheid te laten kunnen ontlopen. Niet verrassend komt deze hetze uit "links-libertarische" kringen.

Juist, ja. De mensen die tegen rechtspersonen zijn begrijpen dus totaal niet dat juist het concept van de rechtspersoonlijkheid de basis is geweest van het enorme economische succes van de Westerse wereld. De uitvinding van het idee 'rechtspersoon' is, durf ik te stellen, belangrijker geweest voor de industriële revolutie dan de stoommachine.

Rechtspersoonlijkheid stelt een organisatie met meerdere eigenaren of aandeelhouders in staat om beheerd te worden door een dagelijks bestuur, zodat de boel daadwerkelijk kan functioneren. Zonder rechtspersoonlijkheid is het onmogelijk om een beursgenoteerd bedrijf te hebben. Iedere actie (tot en met het bestellen van paperclips!) vereist dan de handtekening van iedere aandeelhouder! Stel je Apple of Microsoft even voor als dat het geval zou zijn…

Bovendien is rechtspersoonlijkheid ook een mogelijkheid voor aandeelhouders om hun persoonlijke vermogen los te koppelen van hun aandeelhouderschap. Derhalve kunnen zij hun eigen persoon en vermogen afschermen tegen bepaalde financiële en juridische risico’s die worden genomen door de rechtspersoon waarin zij een aandeel hebben. Deze afscherming zorgt ervoor dat mensen daadwerkelijk bereid zijn te investeren in ondernemingen. Als iedere aandeelhouder persoonlijk verantwoordelijk gehouden kan en zal worden voor alles dat een bedrijf doet (ook al heeft hij daar zelf nooit een hand in gehad), zal niemand ooit nog één aandeel kopen.

Het is op dit moment zeker zo dat het te gemakkelijk is om misstanden af te schuiven op de rechtspersoon, en zelf lachend naar de bank te kuieren. Daar mag best verandering in komen. Zodra er wordt geknoeid moeten de mensen binnen de organisatie die foute dingen hebben gedaan gewoon gestraft worden.

Maar het idee van de rechtspersoon totaal afschaffen? Dat is volstrekte waanzin, en heeft met libertarisme geen fluit te maken.


De Facebookdiscussie over dit artikel is hier te vinden.

dinsdag 5 mei 2015

De valstrik van het minimumloon

Het minimumloon is een wrede valstrik die juist de armsten in de samenleving keihard treft, hun banen vernietigt, en deze mensen veroordeelt tot een uitkering, zonder uitzicht op een baan.

Waarom? Vrij eenvoudig: een minimumloon betekent per definitie dat er hogere kosten zijn voor de werkgever (want dat hogere loon moet ergens van betaald worden...) Dat compenseert die werkgever door de prijzen van zijn producten of diensten te verhogen.

Dus als jij werkt in een bakkerij, en jouw loon moet wettelijk omhoog, dan stijgt de prijs van brood in evenredigheid. Je hebt meer loon, maar het brood is ook duurder geworden. Jouw koopkracht neemt dus helemaal niet toe. Het enige effect van een hoger minimumloon is dat Nederland een duurder land wordt t.o.v. andere landen, en dus een slechtere exportpositie krijgt. Als Nederland een 'duur' land is, vergeleken met andere landen... dan is dat slecht voor de economie. Dus: nog minder banen!

Bekijk het als volgt: als in Nederland alle lonen extreem laag zijn (denk aan een bakkersassistent met een uurloon van 2 euro) maar de prijzen ook (denk aan een brood dat 20 cent kost)... dan kan de bakkersassistent van zijn uurloon 10 broden kopen.

Maar als er een minimumloon van 10 euro is en een brood kost 2 euro... dan kan hij maar vijf broden kopen van zijn uurloon. Hij is slechter af! En daar komt nog bij dat in het eerste scenario Nederland spotgoedkoop is en heel veel goedkope goederen kan exporteren naar het buitenland (en heel veel toeristen aantrekt, 'want in Nederland is alles goedkoop!') - dat is allebei goed voor de economie. Dus: meer banen! Meer welvaart! Meer koopkracht!

Een minimumloon maakt de armen armer, vernietigt banen, kost welvaart en verlaagt de koopkracht. Het is in het grootste belang van juiste de armsten in de samenleving dat er zo efficiënt en goedkoop mogelijk geproduceerd kan worden. Dat verhoogt hun koopkracht, hun levensstandaard en hun welvaart.

Een waarlijk vrije markt is goed voor ons allemaal. Weg met schadelijke overheidsbemoeienis zoals het wettelijke minimumloon!

vrijdag 21 november 2014

Gratis geld bestaat niet (herziene uitgave)

Dit is een herziene uitgave van mijn eerdere essay inzake het zogenaamde basisinkomen. Naar aanleiding van dat kritische artikel, hier gepubliceerd op 1 Augustus 2014, heb ik meerdere reacties ontvangen van diverse voorstanders van (een vorm van) het basisinkomen. Sommige van die reacties bleken te berusten op incorrecte aannames, of waren gewoon niet inhoudelijk (want puur op de onderbuik gebaseerd). Een aantal reacties was echter inhoudelijk sterk. Daarom heb ik mijn analyse uitgebreid om eigenlijk alle punten te behandelen die in de discussie ter sprake zijn gekomen.

Het is mijn streven geweest om het idee van een basisinkomen te overwegen met een open geest. Desondanks kan ik niet stellen dat mijn eindconclusie fundamenteel is gewijzigd: gratis geld bestaat simpelweg niet. Er zijn overtuigende sociale en economische redenen om het basisinkomen af te wijzen. In dit essay worden de mogelijkheden van een basisinkomen afgewogen tegen de nadelen en de risico's. Die laatste categorie, zo zal blijken, weegt uiteindelijk toch zwaarder.

Nota Bene: alle mogelijkheden die worden onderzocht in deze tekst zijn gebaseerd op de situatie in Nederland, en de cijfers zijn ontleend aan de overheidsbegroting voor 2015. Ik heb bewust gekozen om de meest recente cijfers te benutten in deze uitgave van dit essay.




GRATIS GELD BESTAAT NIET


Steeds vaker hoor je het langskomen: het idee van het onvoorwaardelijke basisinkomen. Het is beslist niet nieuw, maar het steekt de afgelopen maanden met toenemende frequentie de kop op. Voorstanders van het onvoorwaardelijke basisinkomen beweren al decennia dat hun plan het wondermiddel is dat de verzorgingsstaat radicaal gaat hervormen. De strekking is kinderlijk eenvoudig: gratis geld voor iedereen. Het komt er op neer dat alle huidige voorwaardelijke uitkeringen en andere sociale voorzieningen worden afgeschaft. In plaats daarvan gebruikt de overheid de enorme bak belastinggeld die nu naar al die regelingen gaat om iedere maand standaard een vast bedrag op de rekening van iedere Nederlander te storten. Dat maandelijks bedrag, het basisinkomen, is onvoorwaardelijk. Hoe weinig of hoe veel je ook verdient, wat je situatie ook is, je krijgt het hoe dan ook.

Dat klinkt nogal utopisch, en het plan komt dan ook uit een nogal utopistische hoek. In de jaren ’90 was een enthousiaste club pleitbezorgers—die vooral bestond uit doorgewinterde socialisten en enkele zweverige academici—er flink mee bezig, en kwam het af en toe in het nieuws. Destijds had de politiek weinig interesse. Enkele liberale politici voelden wel wat voor een onderzoekje naar zo’n idee, maar die dachten aan een basisinkomen van misschien eens honderd gulden per maand. De activisten van de Vereniging Basisinkomen dachten eerder aan een “leefloon” van een paar duizend gulden, en daar had de politiek geen behoefte aan.

Maar nu is het idee opeens terug. Niet alleen in Nederland, maar op veel plaatsen in de Westerse wereld. De afgelopen maanden steekt het basisinkomen met toenemende frequentie de kop op. In links-liberale, progressieve kringen zijn steeds meer voorstanders te vinden. De jongerenbewegingen van GroenLinks en D66 zijn uitgesproken voorstanders. Ook de internetactivisten van de PiratenPartij vinden het een aantrekkelijk idee. Inmiddels heeft D66 zelf aangekondigd dat de partij een onderzoek naar het basisinkomen zeker ziet zitten. Een dooie mus van twintig jaar geleden blijkt opeens weer springlevend.

vrijdag 1 augustus 2014

Gratis geld bestaat niet

Op deze pagina bevond zich de eerste uitgave van het essay "Gratis geld bestaat niet". Die eerste versie is inmiddels verouderd, omdat er een herziene uitgave is. Deze kunt u hier vinden.

zaterdag 29 juni 2013

De zekerheid van goud


Aurum per medios ire satellites
Et perrumpere amat saxa potentius
Ictu fulmineo.

“Goud passeert met gemak oplettende wachters
en geniet ervan om zelfs de hardste steen te doorbreken
met de kracht van een donderslag.”

— Horatius, Ode III.16, regel 12



Dit artikel is opgedragen aan Brecht Arnaert, die er ongetwijfeld veel van zijn eigen inzichten in zal herkennen. Ik schrijf dit met dankbaarheid voor onze vele gedachtewisselingen, en met de wens dat er nog veel meer mogen volgen.



De economie verkeert in zwaar weer, en alleen de zekerheid van goud kan ons veilig door de storm brengen. Nu is een terugkeer naar de gouden standaard vandaag de dag beslist geen breed gedragen idee onder economen, maar toch is het precies wat we eigenlijk nodig hebben.

De veelgehoorde afkeer van een gouden standaard berust op aannames, dogma’s en een gebrek aan economische kennis. Steevast beweren de volgelingen van John Maynard Keynes dat herstel van de gouden standaard ons verschrikkelijk onheil zou brengen. Hun grote voorganger was immers tegen de gouden standaard, en ook vandaag slikken Keynesianen dat verhaal als zoete koek. Ze laten geen kans voorbij gaan om goud te besmeuren met hun venijnige kritiek, maar ze hebben het fout.

Het onheil dat ze zo zeggen te vrezen is hier al, en het is juist ontstaan omdat we de gouden standaard verlaten hebben. Hun probleem is dat ze hun held, Keynes, zien als een economisch genie. In realiteit was hij helemaal geen econoom, maar een ideoloog. En al veel te lang hebben wij geluisterd naar zijn ideologisch gemotiveerde vooroordelen. Al veel te lang betalen wij daarvoor een hoge prijs. Tijd om het goud eens op te poetsen, want onder het vuil van de Keynesiaanse dogma’s blinkt het nog steeds.

woensdag 12 juni 2013

Amerika werd groot als libertarische samenleving


Als libertariër, en dus pleitbezorger van zo min mogelijk overheid, moet ik maar al te vaak horen hoe onrealistisch dat denkbeeld zou zijn. “Een libertarische samenleving heeft nooit bestaan,” heet het dan.

Die triomfantelijke dooddoener zou moeten aantonen dat de maatschappij niet kan bestaan zonder een grote en zorgzame overheid. Ten eerste is dit niet bepaald een geldig argument: dat iets niet eerder heeft bestaan betekent geenszins dat het nooit kan bestaan. Als dat immers het geval was, dan leefden wij nog in grotten, gehuld in dierenvellen.

Ten tweede, en wellicht nog veel belangrijker: de uitspraak klopt gewoon niet. Er hebben diverse libertarische samenlevingen bestaan in de menselijke geschiedenis. Samenlevingen met een minimale overheid en maximale persoonlijke vrijheid. Niet alleen hebben ze bestaan: ze bleken keer op keer extreem succesvol.

donderdag 6 juni 2013

De crisis te lijf: een geschiedenisles

De economische malaise wordt op een totaal verkeerde manier aangepakt. We moeten leren van fouten uit het verleden, en het ditmaal beter doen.

Hoe gaat men een crisis te lijf? Laten we kijken naar het verleden, naar de Grote Depressie van de jaren dertig, want daar ligt het antwoord. Wel moeten we er eerst een dikke laag sociaaldemocratische onzin van afvegen. Want maar al te vaak mogen we aanhoren dat het progressieve beleid van Franklin Delano Roosevelt, gecombineerd met de “economische stimulans” van de Tweede Wereldoorlog, er voor zorgde dat de VS en de wereld uit de depressie werden getild.

De waarheid is exact het tegenovergestelde: de New Deal heeft een crisis die snel voorbij had kunnen zijn veranderd in een depressie die de wereld jarenlang heeft geteisterd (en de opkomst van Hitler mogelijk heeft gemaakt). De oorlog heeft de misère alleen maar erger gemaakt.

vrijdag 24 augustus 2012

De staatsschuld: een groeiend monster

Is het niet vreemd? We hebben tegenwoordig een politiek stelsel waarin de “zuinige” partijen ons een begrotingstekort van “slechts” 3 procent in de maag splitsen. Hoe kan een normaal mens denken dat dit zuinig zou zijn? Ja, het is beter – of liever gezegd: minder erg – dan de plannen van de meest linkse partijen om een nog groter tekort te laten ontstaan. Maar zuinig is toch echt anders. Bij de gevestigde partijen in Den Haag, van links tot (zogenaamd) rechts, is men helemaal niet van plan om te bezuinigen. Zelfs de "rechtse" partijen willen enkel minder méér uitgeven dan de linkse partijen. Maar ze willen allemaal de overheidsuitgaven vergroten, en de staatsschuld laten aanzwellen. Die parasieten vreten meer dan de helft van ons inkomen op, en nog willen ze extra bijlenen. Hun honger is nooit gestild.

Ik zag nog liever dat ze de belasting verhoogden! Ja, dat leest u goed. Natuurlijk pleit ik hier niet vóór hogere lasten, ik vind dat bezuinigen het enige acceptabele middel is om de begroting op orde te krijgen. Maar als ik dan toch gedwongen zou worden om te kiezen tussen twee kwaden, dan heb ik liever extra belastingverhoging dan extra staatsschuld. En ik zal u vertellen waarom. Nederland kampt nu al met een staatsschuld van ruim 400 miljard euro, en die groeit en groeit en groeit maar door. Iedere 24 uur leent de staat 70 miljoen euro bij: 810 euro per seconde. Mijn punt? Dat geld moet ooit terugbetaald worden – met rente! We betalen jaarlijks al miljarden aan rente op de staatsschuld, zonder één cent van het eigenlijke bedrag af te betalen. Jaar na jaar betalen we rente over hetzelfde geld, en de hoeveelheid waarover we die rente betalen wordt alleen maar groter. We zouden dat geld net zo goed kunnen verbranden!

Daarom is een staatsschuld erger dan een belasting. Een staatsschuld is een belasting die je later pas hoeft te betalen, maar waar ieder jaar dat je hem niet betaalt rente over geheven wordt. We worden dus dubbel beroofd, driedubbel, etc. etc. Een eeuwigdurende kaalplukkerij, waar niet alleen wij de dupe van zijn, maar ook toekomstige generaties. Kinderen die dit jaar worden geboren, hebben meteen een schuld van bijna 25.000 euro op hun nek. En dat danken we aan onze spilzieke overheid.

En die “zuinige” partijen? Laat ik het zo zeggen: “Mister VVD”, Mark Rutte, heeft de staatsschuld gedurende zijn twee jaar aan het roer met 30 miljard euro weten te verhogen. En nog wil hij – als we dom genoeg zijn om hem wéér het Torentje in te laten – extra bijlenen. De last die we torsen is blijkbaar nog niet zwaar genoeg. Er kunnen nog wel wat miljardjes (per jaar!) bij, denken onze politici. Het monster groeit maar door en door, en heel Den Haag steekt de kop in het zand.

Dit is onhoudbaar. Het enige dat we kunnen doen, als we Nederland op orde willen krijgen, is de staatsschuld afbouwen. Dat kan op twee manieren. Mogelijkheid één: je verhoogt de belastingen dramatisch, en je gebruikt de extra inkomsten om de staatsschuld af te betalen. Nou… nee. Bedankt. De staat zuigt al meer dan de helft van alles dat we verdienen op via allerlei belastingen. Nog veel meer dan dat overleeft de economie niet. Mogelijkheid twee: je gaat radicaal bezuinigen, en gebruikt het geld dat de overheid daardoor niet meer uitgeeft om de staatsschuld af te betalen. Dat betekent ook dat de rente die je betaalt ieder jaar daalt, omdat immers de hoofdsom waarover je die rente betaalt ook kleiner wordt. Ieder jaar hoeven we dus minder rente te betalen, en ieder jaar kunnen de belastingen een beetje omlaag.

De bezuiniging zal drastisch moeten zijn. De staat geeft nu per jaar 18 miljard te veel uit. Je zal dus in ieder geval 18 miljard per jaar moeten bezuinigen, plus het bedrag dat je per jaar wilt aflossen op de staatsschuld. Aangezien die 400 miljard is, en een aflossing gedurende 40 jaar niet onrealistisch is, zou een bedrag van 10 miljard per jaar heel logisch zijn. Dan moeten we dus in ieder geval 28 miljard euro per jaar moeten bezuinigen. Alles dat je daar bovenop nog extra bezuinigd, vertaalt zich naar een belastingverlaging.

Voor de duidelijkheid: de staat rooft nu per jaar zo’n 255 miljard euro aan belastinggeld uit onze portemonnee. Minus 28 miljard grijpen ze nog steeds 227 miljard. Is dat soms niet genoeg? Liever gezegd: is dat niet al veel te veel? Ik zou voorstellen om radicaal te bezuinigen, zodat we zowel de staatsschuld kunnen afbetalen als de belastingen kunnen verlagen.

Laten we bovenop de structurele bezuiniging van 28 miljard euro ook nog eens ieder jaar een extra bezuiniging van 5 miljard euro toevoegen. Het eerste jaar dus 28+5=33 miljard minder uitgeven dan nu, het tweede jaar 38 miljard minder dan nu, het derde jaar 43 miljard minder dan nu… en na de 40 jaar die ook nodig zijn om van de staatsschuld af te komen blijven we over met een minimale overheid (die alleen nog zorg draagt voor politie, justitie, defensie, buitenlandse zaken en hoofdinfrastructuur zoals wegen en dijken). We hebben dan 228 miljard bezuinigd, en blijven over met een staat die ons jaarlijks 27 miljard euro kost.

Dat klinkt al een stuk acceptabeler.

zaterdag 9 juni 2012

De liberalen en het fabeldier

Er is een fabeldier, nog ongrijpbaarder dan de verschrikkelijke sneeuwman. Het is een verschijning die regelmatig opdoemt in politieke discussies, maar die nooit in levende lijve wordt aangetroffen: de zogenaamde neoliberaal.

zondag 4 maart 2012

Europa heeft helemaal geen politieke unie nodig

Keer op keer trekt de Europese Unie meer politieke macht naar zich toe, in de misleide veronderstelling dat het falen van de EU op die manier kan worden gecorrigeerd. In werkelijkheid wordt de balans tussen de lidstaten en “Brussel” alleen maar verder verziekt, en schieten we inhoudelijk helemaal niets op. Eurocraten weigeren in te zien dat hun ideaal van een politieke unie helemaal niet nodig is om de EU te redden, te hervormen of te vervangen. Integendeel.

Wat wel nodig is om een gezond en levensvatbaar Europees verbond te vormen, is een stabiele en sterke economische unie. Dát is waar de EU zo enorm heeft gefaald, en het heeft niets met politiek-inhoudelijke bevoegdheid te maken. Staten hebben hun begrotingstekorten en hun staatsschulden enorm laten oplopen, in flagrante strijd met de afspraken die we binnen de EU hadden gemaakt. De EU was volstrekt machteloos om daar tegen op te treden, en dat komt juist omdat Eurofederalisten zo graag een politieke unie wilden opzetten, in plaats van een doelgericht economisch pact.

Ook nu gaat die misleide strijd door. In het pakket aan noodmaatregelen dat nu wordt opgezet, worden inhoudelijke beslissingen in toenemende mate bij Brussel neergelegd. Dat tast de politieke beslissingsvrijheid van de lidstaten aan. Die verzetten zich, geheel terecht, tegen het afstaan van hun beslissingsrecht aan ongekozen EU-bestuurders. Het resultaat is dat er een compromis wordt gesloten waar we allemaal (wederom) een beetje economische bevoegdheid naar Brussel schuiven, en een beetje politieke bevoegdheid. Dat laatste maakt de lidstaten minder soeverein, en lost de crisis niet op. Het eerste betekent dat de EU nog steeds te weinig economisch gezag heeft om zaken op orde te stellen.

Het nieuwe pakket aan maatregelen verplicht de lidstaten opnieuw om het begrotingstekort terug te brengen tot maximaal 3% van de gehele begroting. Maar wat als ze het deze keer óók negeren? In het uiterste geval kan de EU een boete van 0,1% van het bruto binnenlands product opleggen. Zo zo, wel 0,1%! Dat maakt dus totaal geen indruk. Als we deze afspraken écht nageleefd willen zien, moeten de sancties veel hoger zijn. Denk eerder eens aan bijvoorbeeld 5%  van het BBP als boete. Met dergelijke sancties op economisch wangedrag zouden staten zich opeens wél aan de regels houden. Maar dergelijke sancties zijn er niet, want de EU eiste naast economische macht ook politieke macht, en dus moest er een halfzacht compromis uitgewerkt worden. Een beetje van alles, dus.

Aan beetjes hebben we niets. Een Europees verbond dat een toekomst wil hebben, heeft echte economische macht nodig. Ja, u leest het goed: een Euroscepticus die pleit voor méér EU-bevoegdheid. Maar dan wél exclusief op economisch terrein, en specifiek niet op politiek terrein. Dat is waar het namelijk wringt: Eurofederalisten willen een EU-superstaat forceren, die steeds meer politieke en economische macht van de lidstaten afneemt. Dus volgen er steeds onderhandelingen over politieke machtsverdeling, en verliezen we de kern van de zaak geheel uit het oog: dat is namelijk de economie.

Als de Eurofederalisten hun zinloze utopie van een politieke unie durfden los te laten, en zich enkel op economisch gezag durfden te richten, dan kon de crisis veel sneller bevochten worden. Lidstaten willen soevereiniteit? Zelf weer beslissen welke wetten en regels ze maken, en hoe ze hun geld uitgeven? Prima. Schrap het gros van de EU-regelgeving, en geef vrijwel alle juridische en politieke beslissingsbevoegdheid weer terug aan de lidstaten. Politici als Wilders zouden opeens niets meer te klagen hebben. Geen Europese regelbrei om zich tegen te verzetten. Ook regeringshoofden als Rutte en Merkel zouden zich in eigen land zéér populair maken, als de leiders die de politieke macht terug hebben genomen van het ondemocratische Brussel.

In ruil voor deze teruggave van politieke beslissingsbevoegdheid geven de lidstaten juist economische bevoegdheid aan de EU. Niet de macht om inhoudelijk te bepalen hoe lidstaten de overheidsinkomsten besteden, maar wel de macht om ze tot een sluitende begroting te dwingen. Om echt te garanderen dat landen geen onbetaalbare schuldenlast opbouwen, is het niet voldoende om een limiet van 3% aan begrotingstekort in te stellen – we hebben een algeheel verbod op tekorten nodig. Dat is de enige echte oplossing van de huidige problematiek. Met meer politieke macht voor Brussel schieten we niets op – het gaat om de centjes!

Het eigenlijke probleem is tenslotte dat staten hun schulden niet meer kunnen betalen. Die schulden zijn zo enorm hoog omdat we gedurende de twintigste eeuw een politiek-economisch model hebben gevormd dat stoelt op enorme overheidsuitgaven. Het geld dat de overheid uitgeeft, wordt ofwel afgenomen van de burger (via belasting), ofwel het wordt door de staat geleend. Politici in heel Europa geven standaard méér uit dan de samenleving kan ophoesten (meer dan we kunnen dragen), waardoor er steeds een tekort is, dat wordt aangevuld met geleend geld. Over de resulterende schuld betalen we naar mate die toeneemt ook steeds meer rente, waardoor we een nog groter tekort oplopen, waardoor we wéér meer gaan lenen… et cetera, et cetera. Het fundamentele probleem is dus dat overheden consequent boven hun stand leven.

De oplossing is logischerwijs dus ook dat overheden niet langer boven hun stand (kunnen) leven, en dáár ligt nu bij uitstek een taak voor een verbond als de EU: toezicht op de begrotingsdiscipline van de lidstaten. Simpel gezegd: van EU-staten moet vereist worden dat ze nooit méér uitgeven dan ze verdienen. Een strenge en duidelijke plicht tot begrotingsdiscipline. De EU krijgt een centrale rekenkamer die alle nationale begrotingen narekent. Sluitende begrotingen worden goedgekeurd, als er toch tekorten zijn wordt een begroting afgekeurd. Daar moeten ook serieuze consequenties aan vastzitten: één waarschuwing, en daarna eerst stevige (en oplopende) boetes. Als na de periode van een fiscaal jaar geen adequate begroting wordt ingediend, wordt het overtredende land uit de EU gezet. In geval van zo’n uitzetting kan zo’n land zich pas weer kandideren nadat het eerst tien jaar achtereenvolgens een sluitende begroting heeft gehad.

Een dergelijke structuur garandeert de economische gezondheid van alle lidstaten, en maakt van de EU een economisch verbond van verantwoordelijke en stabiele landen, die samen één economisch blok kunnen vormen naar de buitenwereld toe. Gelijktijdig kunnen alle lidstaten wel allemaal hun eigen politieke beslissingen maken – zo lang ze maar hun huishoudboekje op orde houden. Als we een dergelijke structuur vanaf het allereerste begin hadden toegepast op de EEG, dan was het nooit nodig geweest om te streven naar politiek centralisme. En dat is het ook nu nog steeds niet. Vergeet de politieke unie, en vorm een krachtige economische unie.

In zo’n non-politieke unie hebben eigenlijk alleen de toch al relatief gezonde Noordelijke lidstaten interesse. De Zuidelijke staten teren juist op politieke EU-bevoegdheden, zoals de voortdurende geldstromen van Noord naar Zuid. Als we van de EU een puur economische unie maken, wordt dat per definitie een Noord-Europese aangelegenheid. Dat is geen enkel probleem: de Zuidelijke (en de Oostelijke) lidstaten zijn toch niet bereid om hun begrotingstekorten te elimineren. Laat die dus gerust uit de EU stappen, hun nationale munten terugnemen, en deze devalueren. Mochten ze in de toekomst beslissen om alsnog hun fiscale verantwoordelijkheden te nemen, dan mogen ze zich na tien jaar ‘goed gedrag’ opnieuw aanmelden voor lidmaatschap.

Al met al is de kans dat de EU een dergelijke hervorming aandurft heel klein. Maar de Noordwestelijke staten zouden er veel baat bij hebben: economische stabiliteit, de voordelen van onderlinge vrijhandel, maar niet de lasten van de bureaucratische EU die we nu hebben. Het zou voor de Noordwestelijke staten uiteindelijk het meest raadzaam zijn om zelf uit de huidige EU te stappen, en een nieuwe EEG te vormen voor de lidstaten die bereid zijn om hun begrotingstekorten volledig weg te werken. Zoals ik al eerder bepleit heb: een Noord-Europese confederatie als opvolger van de EU. Een economisch verbond, waarbij de lidstaten op politiek gebied gewoon baas in eigen huis blijven. Dát zou de economische crisis in korte tijd oplossen. Streven naar een politieke unie, zoals nu gebeurt, maakt de problemen alleen maar erger.

vrijdag 7 oktober 2011

Utopisten

Vrijheid is een extremistisch woord geworden. Want in Europa is sociaal-democratie geen politieke stroming, maar de politieke standaard. Zelfs liberale partijen zijn ingebed in een stelsel van etatisme. Noem tenslotte eens één partij in ons land die écht streeft naar een kleine overheid…?

Ook de VVD is in essentie “sociaal-liberaal” (zoals dat dan heet). Men pleit (af en toe) voor een iets kleinere overheid, maar dat betekent relatief kleiner. Ook als het VVD-programma onverkort werd uitgevoerd, leefden we nog in een sociaal-democratie naar standaard Europees model. Big Government is bijna een natuurwet, en nauwelijks durft men er vraagtekens bij te zetten.

Niet zo gek ook, want wie dat wél doet, wordt meteen uitgemaakt voor “radicaal”, “extremist” of (mijn absolute favoriet) “utopist”. Geloven in vrijheid is een utopie geworden! Nou ja, volgens de mensen die zelf niet in vrijheid geloven, dan.

Het typische van een dergelijke beschuldiging is dat deze naar je hoofd wordt geslingerd zodra je kritiek uit op de EU en/of op een monetair stelsel dat is gebaseerd op papieren geld en eindeloze schuldenbergen. Iedereen die er op wijst dat dergelijke stelsels onhoudbaar zijn, krijgt de wind van voren.

Want dan ben je harteloos. Als je van mening bent dat we géén honderden miljarden in bij voorbaat gedoemde “hulp”-fondsen van de EU moeten storten, dan ben je niet “solidair”. Als je gelooft dat een financieel stelsel gebouwd op drijfzand volstrekt kansloos is, dan ben je een “doemdenker”.

Nee, zo zullen de hordes sociaal-democraten (al dan niet vermomd als leden van een andere stroming) je keer op keer de les lezen: we hebben nu eenmaal voor dit stelsel gekozen. Nu zitten we er aan vast. Als je het kaartenhuis nu omver blaast, en de hele ellende weg laat zinken in het drijfzand, dan stort je miljoenen mensen de armoede in.

Never mind dat dit stelsel het sowieso niet gaat redden. Never mind dat bij een (onvermijdelijke) ineenstorting van zowel de megalomane EU als een financieel stelsel gebouwd op ongedekt krediet, een nog veel grotere armoede zal ontstaan. En never mind dat het kunstmatig in leven houden van dit kansloze bestel ons dagelijks bakken vol geld en bakken vol vrijheid kost.

En als je er dan voorzichtig de vinger op legt dat het goedkoper, eerlijker en democratischer is om een onhoudbaar systeem te laten vallen (met alle kosten van dien), en op een solide fundament opnieuw te beginnen – dan ben je een utopist. Want we hebben gekozen voor de EU, dus nu is er geen alternatief meer. Want we hebben gekozen voor ongedekt geld, dus niet mogen we het casino niet meer uit.

Want het wordt vanzelf beter, bezweren ze ons. Als we maar die miljarden blijven pompen, dan komt het “vertrouwen” weer terug. Ze prevelen het als ware het een heilige naam. Vertrouwen, de patroonheilige van zij die geen daadkracht bezitten.

Als het vertrouwen weer terug is, dan is het probleem ook voorbij. Dan maakt het gapende gat in elke begroting niet meer uit, want dan kunnen we gewoon met z’n allen doen alsof het niet bestaat. Tot de volgende crisis, natuurlijk.

Wie verkoopt hier nou utopieën?

woensdag 10 augustus 2011

De Amerikaanse vrijheid: verdronken in een schuldenput?

“I wish it were possible to obtain a single amendment to our Constitution. I would be willing to depend on that alone for the reduction of the administration of our government to the genuine principles of its Constitution; I mean an additional article, taking from the federal government the power of borrowing.”

– Thomas Jefferson, in een brief aan John Taylor, 26 November 1798


De Verenigde Staten van Amerika zijn verwikkeld in een fel debat tussen klaarblijkelijk onverzoenbare partijen. Aan de ene hand hebben we de voorstanders van een grote overheid, met veel taken en verantwoordelijkheden. Zij willen dat de federale overheid geld kan lenen om dat alles te financieren, en zien ook verhoging van de belastingen wel zitten.

Hier recht tegenover vinden we de pleitbezorgers van de kleine staat, die zich tot de kerntaken beperkt. Zij willen koste wat het kost de wet tegenhouden die de overheid toestaat om verdere schulden aan te gaan. Tevens willen zij niet de belastingen verhogen, maar juist de uitgaven drastisch verlagen.

Het jaar was 1790, en de Federalisten van Alexander Hamilton stonden lijnrecht tegenover de Anti-Federalisten van Thomas Jefferson. De dertien staten hadden zich enkele jaren eerder vrijgevochten van onder het Britse juk vandaan, en dat had flink wat geld gekost. De staatsschuld was opgelopen tot 63 miljoen dollar: 38 miljoen schuld van de federale overheid, en 27 miljoen schuld van de individuele staten.

Hamilton, de minister van Financiën, stelde destijds voor dat de federale overheid de schulden van de staten overnam, en staatsobligaties ging verkopen om deze eerste schulden af te betalen. Dan zou er zo snel mogelijk méér geld geleend moeten worden, om flink veel geld beschikbaar te krijgen voor de overheid. Daarnaast zouden er hoge importtarieven moeten komen, om de eigen economie te beschermen. Met de opbrengst van dit alles kon de Amerikaanse industrie dan door de staat gesubsidieerd worden, en een machtig leger opgezet worden.

Jefferson had voor deze megalomanie geen goed woord over. Als de federale overheid de schulden van de staten overnam, zou dat betekenen dat de schulden over alle Amerikanen verdeeld zouden worden. De staten die al veel hadden afbetaald (waaronder Jeffersons eigen Virginia) zouden opdraaien voor de schuld van staten die nog niets hadden afbetaald.

Erger nog: het zou de staten afhankelijk maken van de federale overheid, die ze dan financieel in de tang zou hebben. En als de federale overheid zich dan ook nog zélf in de schulden zou steken, was dat nog veel erger: “the states will be indebted to a New York banker, who will in turn be indebted to a London moneyshark!”

Naar mate de overheid méér taken op zich zou nemen, zou ook het bedrag dat de staat moest lenen steeds groter worden. De rentelast zou enorm worden, en vereisen dat de belastingen weer verhoogd werden. En die belastingen - dat was óók al doffe ellende! Want protectionisme zou alleen maar de prijzen opdrijven. Een vrije wereldmarkt zou optimale concurrentie garanderen.

Wat wilde die Hamilton eigenlijk met die grote overheid en dat machtige leger? Had hij ook niet al eerder voorgesteld om George Washington tot koning te kronen? (Gelukkig had Washington dat subiet afgewezen, en had hij gekozen voor het bescheiden “mr. president”.) Volgens Jefferson was een leger vooral een instrument van onderdrukking: de burger moest zichzelf kunnen en mogen verdedigen, en krijgsmachten moesten zo klein mogelijk zijn. Hamilton was volgens hem een dictator in spé.

Zo ver is het nooit gekomen. Hamilton stierf op 12 juli 1804 in een duel met Aaron Burr, een andere politieke en persoonlijke tegenstander van hem (hij was namelijk een man die met zijn arrogante houding veel vijanden in het leven riep). In de tussenliggende jaren had hij echter een blijvend stempel op de politiek en de economie van de jonge republiek gedrukt.

In 1791 kwamen Jefferson en Hamilton tot een compromis over de staatsschuld. Jefferson hoopte daarmee de schade te beperken, door éénmalig een concessie te doen. Toen was het hek echter van de dam, en hij erkende het in zijn latere jaren als een kapitale blunder. Hamilton voerde steeds méér van zijn étatistische en centralistische politiek door, en dat effect bleek zelfversterkend. Hoe machtiger de centrale overheid werd, hoe moeilijker het werd om je ertegen te verzetten, en hoe makkelijker de macht nog verder kon worden gecentraliseerd.

De Federalisten wonnen het van de Anti-Federalisten, en de centrale overheid werd steeds machtiger. De schuld en de belastingen liepen ook steeds verder op, en ook de krijgsmacht werd al maar groter en machtiger. Er stonden twee politieke en maatschappelijke visies tegenover elkaar, en het ordelijke pragmatisme won met genadeloze bruutheid van het vrijheidslievende idealisme. Maar idealisten geven nooit op, dus de strijd gaat verder.

We leven nu 220 jaar na het fatale compromis van 1791, en hetzelfde debat is in al haar vurigheid weer opgevlamd. Maar we zien hoe machtig de federalisten zijn, en hoe diep de voetafdruk van hun tirannieke laars in de Amerikaanse ziel is gestampt: zowel Democraten als Republikeinen zijn vóór het lenen van meer geld. De enige politici die het erfgoed van Jefferson bewaken zijn een aantal idealisten die zich scharen onder de banier van de Tea Party - vernoemd naar de gebeurtenis waar de Amerikaanse opstand ooit mee is begonnen. En zelfs in die beweging zitten veel conservatieven die van alles en nog wat willen laten verbieden door een machtige overheid.

Er is in de Tea Party gelukkig ook een vleugel van échte vrijheidsstrijders, en die maken zich nu hard voor de idealen die Jefferson ooit zo krachtig formuleerde. Ze willen géén verhoging van het schuldenplafond, géén verhoging van de belastingen, géén bezettingslegers in Irak en Afghanistan, en géén almachtige staat.

Ze willen lagere uitgaven, meer verantwoordelijkheid voor de burger zelf, een balanced budget en een staatsschuld die netjes afbetaald wordt. Ze zijn verreweg in de minderheid, maar ze hebben gelijk. Net zoals Jefferson dat twee eeuwen geleden al had. De strijd is nu nóg moeilijker, de opportunistische pragmatisten nóg machtiger - maar laten we hopen dat de verdedigers van de vrijheid een overwinning kunnen boeken. Anders is het lot van de VS onzeker.

Jefferson, hun inspirator, schreef de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten. Life, and liberty, and the pursuit of happiness... dat waren zijn woorden, zijn idealen. We kunnen hem met recht de vader van de Amerikaanse vrijheid noemen. En hij waarschuwde tegen aanvallen op die vrijheid, keer op keer. Het lenen van grote geldbedragen door de federale overheid zag hij als een enorme vergissing, die uiteindelijk de vrijheid en onafhankelijkheid van de Amerikaanse burgers zou bedreigen.

Het is zo ver gekomen. Het grootste deel van de Amerikanen is zijn profetische woorden blijkbaar vergeten, en nu dreigt een vrij land te bezwijken onder een schuld die is aangegaan door generatie na generatie van megalomane politici.

Als Hamilton vandaag nog rondliep in Washington, zou hij vast net als Obama pleiten voor extra leningen. Gaten dichten met nog grotere gaten. Twee eeuwen terug dacht hij dat ook al, en daar is de ellende mee begonnen. Zie nu het resultaat. Laten we hopen dat de Amerikanen op tijd in herinnering roepen dat Jefferson ze opriep om dat juist niet te doen, en dat ze dit keer de juiste keuze maken. Anders zal het snel gedaan zijn met wat hen tegenwoordig nog rest van hun vrijheid.

zaterdag 23 juli 2011

Om Europa te redden moeten we de Unie splitsen


Na lang vergaderen heeft de eurotop tot een resultaat geleid, maar het zal Griekenland noch de Euro redden. Het uiteindelijke compromis biedt alleen uitzicht op een weg die ons gestaag dichter bij de afgrond voert, en enig land dat niet meegesleurd wil worden in de val die er onvermijdelijk aankomt, dient serieus te overwegen om de EU te verlaten.

woensdag 15 juni 2011

De Griekse Tragedie is eigenlijk Frans

Minister De Jager bezweert ons dat als we Griekenland geen enorme geldbedragen lenen, de economie van Nederland en de EU zal instorten. Nederlandse banken hebben miljarden aan Griekenland blootgesteld, vooral geld dat vastzit in Griekse staatsobligaties. Dat geld zal praktisch waardeloos worden als Griekenland omvalt, en de euro moet verlaten.

zaterdag 28 mei 2011

U Vraagt, Wij Graaien

De Nederlandse overheid kost ons een rib uit het lijf. Het is één van de duurste staatsapparaten ter wereld, en – laten we eerlijk zijn – dat is onze eigen schuld. Keer op keer wordt er, als zich een probleem voordoet, klagerig geëist dat de overheid er wat aan doet. Is het dan gek dat de staat jaar na jaar opzwelt?

zondag 10 april 2011

Een (Noord-)Europese Confederatie

De Europese Unie is het ontegenzeglijke bewijs dat, overgeleverd aan bureaucraten, zelfs de mooiste droom een verschrikkelijke nachtmerrie wordt. De theorie was heel eenvoudig: wat willen we? Nooit meer oorlog. Wat is de beste manier om te zorgen dat twee landen nooit meer oorlog voeren? Handel. Want als je vecht met je handelspartner, schaadt je óók je eigen belangen. Tot zo ver een foutloos plan, want vrede en handel leiden tot vrijheid en welvaart.

En ja, als je dan toch al economisch samenwerkt, dan zijn er enkele andere terreinen waar je óók heel profitabel zou kunnen samenwerken... “Maar dat zoeken we later wel uit,” was het devies. Zo doende hebben we nooit aangewezen waar onze samenwerking eigenlijk toe beperkt was, en wat de bevoegdheden waren van de instituten die daartoe in het leven werden geroepen. Zo doende werden het geen instituten van internationale samenwerking, maar instrumenten van transnationale onderdrukking. Zo doende werd de Europese droom een Eurocratische nachtmerrie.

De EU kon zich ontpoppen tot een Eurocratie omdat we haar macht nooit begrensd hebben. Daardoor zijn de instituten die we boven ons geplaatst hebben, aan onze controle ontsnapt, en heeft de Unie nu federale pretenties. Alle ellende had voorkomen kunnen worden door in beginsel vast te leggen dat gezag bij de lidstaten hoort te liggen. Door een heldere opsomming van bevoegdheden op te stellen, waarbuiten de EU geen enkel gezag heeft. Door duidelijk te maken dat het om samenwerking tussen staten moet gaan, en niet om gezag boven staten. Kortom: Europees federalisme had voorkomen kunnen worden door in beginsel uit te gaan van een confederatie.

zondag 20 februari 2011

Het Belang van Eigendom

Eigendom is diefstal, beweerde de proto-anarchist Pierre-Joseph Proudhon. Want alles hoort voor eenieder beschikbaar te zijn, dus wie iets voor zichzelf houdt, zonder te delen, 'steelt' van alle anderen. Zelfs Karl Marx vond dit een bespottelijke drogredenering, al ware het omdat hij (heel logisch) concludeerde dat je iets alleen kan stelen als het aan iemand toebehoort. Als alles dus al aan iedereen toebehoort, dan kan je helemaal niets stelen. Marx probeerde met die observatie de nobiliteit van collectief eigendom aan te tonen, maar onbewust illustreerde hij juist de onmogelijkheid van dat idee, en het immense belang van individueel eigendom. Ook vandaag, in het moderne Nederland, staat het eigendomsrecht echter nog regelmatig ter discussie. Krakers scanderen de leuze van Proudhon zonder er ook maar een snars van te begrijpen. Als eigendomsrecht wordt afgeschaft, is iedereen in de aap gelogeerd – zij zelf als eerste.

Ze houden zichzelf voor de gek met een utopisch wereldbeeld waarin alles gedeeld wordt, en de “grote graaiers” niets meer kunnen “afpakken”. Als alles in collectief bezit is, dan bestaat er geen diefstal meer. Collectivisten weigeren de implicaties daarvan in te zien. Juist de absentie van eigendomsrechten zou de hele samenleving overleveren aan harteloze graaiers: als men geen bezit kan claimen, betekent dat namelijk automatisch dat degene met de meeste macht alles kan grijpen dat hij wil. Hij mag zich dan wel niet formeel eigenaar noemen, maar wie neemt het hem nog af? Wie vraagt nog: wat geeft je het recht om dit te nemen? Het is van niemand, dus wie het kan grijpen, mag het houden.

Eigendomsrecht is geen uitvinding van de machtigen der aarde, zoals de radicalen ons willen laten geloven: het is juist een bescherming van de zwakkeren tegen onderdrukking. Zonder een algemeen geldend eigendomsrecht, wordt diefstal juist de norm – omdat het geen diefstal meer mag heten, en dus niet meer bestraft mag worden. Daar wordt het echter niet minder schadelijk door. Het recht van de sterkste zal zegevieren. Korte tijd zullen de collectivisten inderdaad denken dat ze hun krakersparadijs hebben bereikt, terwijl ze alles plunderen en afpakken dat ze maar kunnen. Dan blijkt echter dat zij helemaal niet de sterkste zijn, en worden ze met bruut geweld uit “hun” kraakpanden gesmeten. Net als iedereen die zijn huis niet kan verdedigen tegen een andere, sterkere partij.

Het is niet voor niets dat John Locke steeds wéér hamerde op het belang van eigendom. Property was voor hem de basis van  een rechtvaardige samenleving, die kon steunen op de drie pijlers Life, Liberty en Estate. Ieder mens zou ten miste zijn eigen persoon moeten bezitten (Life), de vrijheid moeten hebben om zijn eigen leven naar wens in te richten (Liberty) en het recht moeten hebben om over de materiële en immateriële vruchten van zijn arbeid te beschikken (Estate).

Zonder het recht op eigendom zullen deze drie pijlers ineenstorten. De collectivisten die zich tegen eigendom verzetten doelen meestal uitsluitend op wat Locke de “Estate” noemde, en zeggen dat ze de arbeider verdedigen tegen “het kapitaal”. In realiteit verzetten ze zich tegen eigendom, en willen ze afpakken van iedereen die iets heeft (ongeacht of hij ervoor heeft gewerkt) en dit “herverdelen” onder de mensen die niets hebben (ook al hebben die nooit de handen uit de mouwen gestoken). Daarmee verklaren de collectivisten zich onbewust  tot vijand van de vrijheid en van het leven zelf.

Als er geen eigendom is, bezit je óók jezelf niet meer. Dan verlies je de vrijheid die wij als vanzelfsprekend zien, en kan een machthebber beschikken over jouw leven. In een wereld zonder eigendom zou de verdeling van kansen en van vrijheid oneerlijker zijn dan ooit. De ontwikkeling zou langzaam gaan, want wie zou nog iets duurzaams en waardevols opbouwen, als het schaamteloos kan worden afgenomen?

Als we ons besef van de waarde van eigendom en vrijheid kwijtraken, werpen we onszelf in het duister. Een samenleving die eigendom niet respecteert is per definitie oneerlijk, onproductief en onvrij. Het socialistische paradijs van de collectivisten is een hel voor ieder zinnig mens.

zondag 23 januari 2011

De Evolutie van de Markt

De vrije markt is een harde leermeester.  Alle acties hebben er gevolgen, en dat is wat het tot een succesformule maakt. Een vrije markt zal onverantwoord gedrag zonder genade afstraffen: slechte ideeën en ondoordachte strategieën zullen resulteren in verliezen, of zelfs in een faillissement. Dit dwingt ondernemers tot reflectie, strategisch handelen en een gezonde drang tot hard werken. Het is een proces van natuurlijke selectie, en deze “evolutie van de markt” garandeert dat de meest geschikte, de meest innovatieve, de meest kansrijke ontwikkelingen ook het meeste succes zullen behalen. Ere wie ere toekomt, zeg maar.