Posts tonen met het label staatsschuld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label staatsschuld. Alle posts tonen

vrijdag 24 augustus 2012

De staatsschuld: een groeiend monster

Is het niet vreemd? We hebben tegenwoordig een politiek stelsel waarin de “zuinige” partijen ons een begrotingstekort van “slechts” 3 procent in de maag splitsen. Hoe kan een normaal mens denken dat dit zuinig zou zijn? Ja, het is beter – of liever gezegd: minder erg – dan de plannen van de meest linkse partijen om een nog groter tekort te laten ontstaan. Maar zuinig is toch echt anders. Bij de gevestigde partijen in Den Haag, van links tot (zogenaamd) rechts, is men helemaal niet van plan om te bezuinigen. Zelfs de "rechtse" partijen willen enkel minder méér uitgeven dan de linkse partijen. Maar ze willen allemaal de overheidsuitgaven vergroten, en de staatsschuld laten aanzwellen. Die parasieten vreten meer dan de helft van ons inkomen op, en nog willen ze extra bijlenen. Hun honger is nooit gestild.

Ik zag nog liever dat ze de belasting verhoogden! Ja, dat leest u goed. Natuurlijk pleit ik hier niet vóór hogere lasten, ik vind dat bezuinigen het enige acceptabele middel is om de begroting op orde te krijgen. Maar als ik dan toch gedwongen zou worden om te kiezen tussen twee kwaden, dan heb ik liever extra belastingverhoging dan extra staatsschuld. En ik zal u vertellen waarom. Nederland kampt nu al met een staatsschuld van ruim 400 miljard euro, en die groeit en groeit en groeit maar door. Iedere 24 uur leent de staat 70 miljoen euro bij: 810 euro per seconde. Mijn punt? Dat geld moet ooit terugbetaald worden – met rente! We betalen jaarlijks al miljarden aan rente op de staatsschuld, zonder één cent van het eigenlijke bedrag af te betalen. Jaar na jaar betalen we rente over hetzelfde geld, en de hoeveelheid waarover we die rente betalen wordt alleen maar groter. We zouden dat geld net zo goed kunnen verbranden!

Daarom is een staatsschuld erger dan een belasting. Een staatsschuld is een belasting die je later pas hoeft te betalen, maar waar ieder jaar dat je hem niet betaalt rente over geheven wordt. We worden dus dubbel beroofd, driedubbel, etc. etc. Een eeuwigdurende kaalplukkerij, waar niet alleen wij de dupe van zijn, maar ook toekomstige generaties. Kinderen die dit jaar worden geboren, hebben meteen een schuld van bijna 25.000 euro op hun nek. En dat danken we aan onze spilzieke overheid.

En die “zuinige” partijen? Laat ik het zo zeggen: “Mister VVD”, Mark Rutte, heeft de staatsschuld gedurende zijn twee jaar aan het roer met 30 miljard euro weten te verhogen. En nog wil hij – als we dom genoeg zijn om hem wéér het Torentje in te laten – extra bijlenen. De last die we torsen is blijkbaar nog niet zwaar genoeg. Er kunnen nog wel wat miljardjes (per jaar!) bij, denken onze politici. Het monster groeit maar door en door, en heel Den Haag steekt de kop in het zand.

Dit is onhoudbaar. Het enige dat we kunnen doen, als we Nederland op orde willen krijgen, is de staatsschuld afbouwen. Dat kan op twee manieren. Mogelijkheid één: je verhoogt de belastingen dramatisch, en je gebruikt de extra inkomsten om de staatsschuld af te betalen. Nou… nee. Bedankt. De staat zuigt al meer dan de helft van alles dat we verdienen op via allerlei belastingen. Nog veel meer dan dat overleeft de economie niet. Mogelijkheid twee: je gaat radicaal bezuinigen, en gebruikt het geld dat de overheid daardoor niet meer uitgeeft om de staatsschuld af te betalen. Dat betekent ook dat de rente die je betaalt ieder jaar daalt, omdat immers de hoofdsom waarover je die rente betaalt ook kleiner wordt. Ieder jaar hoeven we dus minder rente te betalen, en ieder jaar kunnen de belastingen een beetje omlaag.

De bezuiniging zal drastisch moeten zijn. De staat geeft nu per jaar 18 miljard te veel uit. Je zal dus in ieder geval 18 miljard per jaar moeten bezuinigen, plus het bedrag dat je per jaar wilt aflossen op de staatsschuld. Aangezien die 400 miljard is, en een aflossing gedurende 40 jaar niet onrealistisch is, zou een bedrag van 10 miljard per jaar heel logisch zijn. Dan moeten we dus in ieder geval 28 miljard euro per jaar moeten bezuinigen. Alles dat je daar bovenop nog extra bezuinigd, vertaalt zich naar een belastingverlaging.

Voor de duidelijkheid: de staat rooft nu per jaar zo’n 255 miljard euro aan belastinggeld uit onze portemonnee. Minus 28 miljard grijpen ze nog steeds 227 miljard. Is dat soms niet genoeg? Liever gezegd: is dat niet al veel te veel? Ik zou voorstellen om radicaal te bezuinigen, zodat we zowel de staatsschuld kunnen afbetalen als de belastingen kunnen verlagen.

Laten we bovenop de structurele bezuiniging van 28 miljard euro ook nog eens ieder jaar een extra bezuiniging van 5 miljard euro toevoegen. Het eerste jaar dus 28+5=33 miljard minder uitgeven dan nu, het tweede jaar 38 miljard minder dan nu, het derde jaar 43 miljard minder dan nu… en na de 40 jaar die ook nodig zijn om van de staatsschuld af te komen blijven we over met een minimale overheid (die alleen nog zorg draagt voor politie, justitie, defensie, buitenlandse zaken en hoofdinfrastructuur zoals wegen en dijken). We hebben dan 228 miljard bezuinigd, en blijven over met een staat die ons jaarlijks 27 miljard euro kost.

Dat klinkt al een stuk acceptabeler.

woensdag 10 augustus 2011

De Amerikaanse vrijheid: verdronken in een schuldenput?

I wish it were possible to obtain a single amendment to our Constitution. I would be willing to depend on that alone for the reduction of the administration of our government to the genuine principles of its Constitution; I mean an additional article, taking from the federal government the power of borrowing.”

– Thomas Jefferson, in een brief aan John Taylor, 26 November 1798


De Verenigde Staten van Amerika zijn verwikkeld in een fel debat tussen klaarblijkelijk onverzoenbare partijen. Aan de ene hand hebben we de voorstanders van een grote overheid, met veel taken en verantwoordelijkheden. Zij willen dat de federale overheid geld kan lenen om dat alles te financieren, en zien ook verhoging van de belastingen wel zitten.

Hier recht tegenover vinden we de pleitbezorgers van de kleine staat, die zich tot de kerntaken beperkt. Zij willen koste wat het kost de wet tegenhouden die de overheid toestaat om verdere schulden aan te gaan. Tevens willen zij niet de belastingen verhogen, maar juist de uitgaven drastisch verlagen.

Het jaar was 1790, en de Federalisten van Alexander Hamilton stonden lijnrecht tegenover de Anti-Federalisten van Thomas Jefferson. De dertien staten hadden zich enkele jaren eerder vrijgevochten van onder het Britse juk vandaan, en dat had flink wat geld gekost. De staatsschuld was opgelopen tot 63 miljoen dollar: 38 miljoen schuld van de federale overheid, en 27 miljoen schuld van de individuele staten.

Hamilton, de minister van Financiën, stelde destijds voor dat de federale overheid de schulden van de staten overnam, en staatsobligaties ging verkopen om deze eerste schulden af te betalen. Dan zou er zo snel mogelijk méér geld geleend moeten worden, om flink veel geld beschikbaar te krijgen voor de overheid. Daarnaast zouden er hoge importtarieven moeten komen, om de eigen economie te beschermen. Met de opbrengst van dit alles kon de Amerikaanse industrie dan door de staat gesubsidieerd worden, en een machtig leger opgezet worden.

Jefferson had voor deze megalomanie geen goed woord over. Als de federale overheid de schulden van de staten overnam, zou dat betekenen dat de schulden over alle Amerikanen verdeeld zouden worden. De staten die al veel hadden afbetaald (waaronder Jeffersons eigen Virginia) zouden opdraaien voor de schuld van staten die nog niets hadden afbetaald.

Erger nog: het zou de staten afhankelijk maken van de federale overheid, die ze dan financieel in de tang zou hebben. En als de federale overheid zich dan ook nog zélf in de schulden zou steken, was dat nog veel erger: “the states will be indebted to a New York banker, who will in turn be indebted to a London moneyshark!”

Naar mate de overheid méér taken op zich zou nemen, zou ook het bedrag dat de staat moest lenen steeds groter worden. De rentelast zou enorm worden, en vereisen dat de belastingen weer verhoogd werden. En die belastingen - dat was óók al doffe ellende! Want protectionisme zou alleen maar de prijzen opdrijven. Een vrije wereldmarkt zou optimale concurrentie garanderen.

Wat wilde die Hamilton eigenlijk met die grote overheid en dat machtige leger? Had hij ook niet al eerder voorgesteld om George Washington tot koning te kronen? (Gelukkig had Washington dat subiet afgewezen, en had hij gekozen voor het bescheiden “mr. president”.) Volgens Jefferson was een leger vooral een instrument van onderdrukking: de burger moest zichzelf kunnen en mogen verdedigen, en krijgsmachten moesten zo klein mogelijk zijn. Hamilton was volgens hem een dictator in spé.

Zo ver is het nooit gekomen. Hamilton stierf op 12 juli 1804 in een duel met Aaron Burr, een andere politieke en persoonlijke tegenstander van hem (hij was namelijk een man die met zijn arrogante houding veel vijanden in het leven riep). In de tussenliggende jaren had hij echter een blijvend stempel op de politiek en de economie van de jonge republiek gedrukt.

In 1791 kwamen Jefferson en Hamilton tot een compromis over de staatsschuld. Jefferson hoopte daarmee de schade te beperken, door éénmalig een concessie te doen. Toen was het hek echter van de dam, en hij erkende het in zijn latere jaren als een kapitale blunder. Hamilton voerde steeds méér van zijn étatistische en centralistische politiek door, en dat effect bleek zelfversterkend. Hoe machtiger de centrale overheid werd, hoe moeilijker het werd om je ertegen te verzetten, en hoe makkelijker de macht nog verder kon worden gecentraliseerd.

De Federalisten wonnen het van de Anti-Federalisten, en de centrale overheid werd steeds machtiger. De schuld en de belastingen liepen ook steeds verder op, en ook de krijgsmacht werd al maar groter en machtiger. Er stonden twee politieke en maatschappelijke visies tegenover elkaar, en het ordelijke pragmatisme won met genadeloze bruutheid van het vrijheidslievende idealisme. Maar idealisten geven nooit op, dus de strijd gaat verder.

We leven nu 220 jaar na het fatale compromis van 1791, en hetzelfde debat is in al haar vurigheid weer opgevlamd. Maar we zien hoe machtig de federalisten zijn, en hoe diep de voetafdruk van hun tirannieke laars in de Amerikaanse ziel is gestampt: zowel Democraten als Republikeinen zijn vóór het lenen van meer geld. De enige politici die het erfgoed van Jefferson bewaken zijn een aantal idealisten die zich scharen onder de banier van de Tea Party - vernoemd naar de gebeurtenis waar de Amerikaanse opstand ooit mee is begonnen. En zelfs in die beweging zitten veel conservatieven die van alles en nog wat willen laten verbieden door een machtige overheid.

Er is in de Tea Party gelukkig ook een vleugel van échte vrijheidsstrijders, en die maken zich nu hard voor de idealen die Jefferson ooit zo krachtig formuleerde. Ze willen géén verhoging van het schuldenplafond, géén verhoging van de belastingen, géén bezettingslegers in Irak en Afghanistan, en géén almachtige staat.

Ze willen lagere uitgaven, meer verantwoordelijkheid voor de burger zelf, een balanced budget en een staatsschuld die netjes afbetaald wordt. Ze zijn verreweg in de minderheid, maar ze hebben gelijk. Net zoals Jefferson dat twee eeuwen geleden al had. De strijd is nu nóg moeilijker, de opportunistische pragmatisten nóg machtiger - maar laten we hopen dat de verdedigers van de vrijheid een overwinning kunnen boeken. Anders is het lot van de VS onzeker.

Jefferson, hun inspirator, schreef de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten. Life, and liberty, and the pursuit of happiness... dat waren zijn woorden, zijn idealen. We kunnen hem met recht de vader van de Amerikaanse vrijheid noemen. En hij waarschuwde tegen aanvallen op die vrijheid, keer op keer. Het lenen van grote geldbedragen door de federale overheid zag hij als een enorme vergissing, die uiteindelijk de vrijheid en onafhankelijkheid van de Amerikaanse burgers zou bedreigen.

Het is zo ver gekomen. Het grootste deel van de Amerikanen is zijn profetische woorden blijkbaar vergeten, en nu dreigt een vrij land te bezwijken onder een schuld die is aangegaan door generatie na generatie van megalomane politici.

Als Hamilton vandaag nog rondliep in Washington, zou hij vast net als Obama pleiten voor extra leningen. Gaten dichten met nog grotere gaten. Twee eeuwen terug dacht hij dat ook al, en daar is de ellende mee begonnen. Zie nu het resultaat. Laten we hopen dat de Amerikanen op tijd in herinnering roepen dat Jefferson ze opriep om dat juist niet te doen, en dat ze dit keer de juiste keuze maken. Anders zal het snel gedaan zijn met wat hen tegenwoordig nog rest van hun vrijheid.