Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

zondag 3 juni 2018

Katholieken en Protestanten: metaphysica versus materialisme

Vandaag werd ik aan het denken gebracht over de essentiële verschillen tussen Katholieken en Protestanten. Volgens mij gaat het er uiteindelijk om dat Katholieken in de regel geneigd zijn tot metaphysica, abstractie en symbolisch denken, terwijl Protestanten vaak materialisten zijn, die alleen het concrete (of liever: het geconcretiseerde) willen of kunnen bevatten, en die heel letterlijk denken.
Wanneer we spreken over het Laatste Avondmaal, en dus over de Eucharistie, dan is het voor Katholieken volstrekt aannemelijk en begrijpelijk dat er daadwerkelijk transsubstantiatie plaatsvindt. We nemen werkelijk het lichaam en het bloed van Christus tot ons, en niet alleen maar brood en wijn waaraan we een naampje geven. Voor Protestanten is dit absurd en bevreemdend, want zij kunnen de gedachte niet bevatten dat het één verandert in het ander. Het moet wel een verhaaltje zijn: het is een symbool, en dus niet "echt".
Dit komt omdat Protestanten zo vreselijk materialistisch zijn in hun wereldvisie. Iets is ofwel een overdrachtelijk handeling, ofwel brood wordt letterlijk vlees en wijn wordt letterlijk bloed. En dat laatste zou je dan toch echt wel proeven, niet?!
Katholieken zijn daarentegen heel metaphysisch ingesteld. Het woord "substantie" betekent niet "materie" maar "essentie" voor een Katholiek. De transsubstantiatie die plaatsvindt is dus niet van materiële aard, doch juist van essentiële aard. Het brood veranderd niet materieel in het lichaam van Christus, maar neemt wel die essentie - en dus substantie - aan. De Katholiek erkent als het ware een hogere werkelijkheid, die 'echter' is dan de materie, terwijl de Protestant vastzit in het materiële, en daarmee in de knoop raakt wanneer er iets wordt beschreven dat physiek niet kan. (Maar metaphysisch dus wel!)
Voor een Katholiek houdt iets niet op 'echt' te zijn, gewoon omdat het symbolisch is. Sterker nog: symbolen kunnen echter zijn dan materie!
We zien precies hetzelfde wanneer we kijken naar de neiging tot een strakke predestinatieleer, waar Calvijn zich zo aan bezondigde. Daarmee wilde hij logisch verklaren hoe het toch kon dat God alles voorzag, en dus ook of mensen wel of niet in de hemel zouden komen. Goede werken die men deed konden er dan niet toe doen, want het vooropgezette plan is hoe dan ook onwrikbaar. Vanuit een strict materialistisch wereldbeeld is dit een logische gedachte. Voor de Protestant is zelfs God dus onderhevig aan tijd, en volgt ook voor God het ene moment op het andere moment in een vaste volgorde. Een Protestant moet wel naar predestinatie grijpen om deze paradox -- dus de schijnbare(!) tegenstelling -- "op te lossen".
De notie dat 'tijd' een dimensie is (en dus enkel bestaat binnen het physieke universum) was voor Katholieken echter al intuïtief, lang voordat men wist hoe dimensies eigenlijk werken. (Niet voor niets waren zoveel baanbrekende kosmologen Katholiek!) 'Tijd' geldt wel voor ons, in het materiële universum, maar niet voor God, die de materie ontstijgt. De Katholiek concludeert dus: aha, God bestaat buiten de tijd en neemt alle mogelijke momenten en plaatsen gelijktijdig waar. Het is niet dat God één pad predestineert, maar dat Hij alle mogelijke paden kan zien en dat Hij op alle mogelijke bestemmingen reeds op ons wacht.

zaterdag 12 mei 2018

Ik had vannacht een droom, die me heeft overweldigd zoals dromen dat bijna nooit doen. Het voelde totaal niet zoals mijn dromen normaal aanvoelen.
Ik was in een plaats die op mij overkwam als het Vaticaan, maar niet het Vaticaan was. Het is bijna niet te beschrijven: alsof het de substantie van het Vaticaan daar in zich droeg, maar niet echt de physieke plaats was. Ik was niet verbaasd toen ik een oude houten deur opende, en een kleine ommuurde tuin binnenliep. Ik was niet verbaasd toen er iemand met een witte, stoffen bal een spel aan het spelen was, waarbij hij de bal rustig tegen de muren ketste die hem omringden. Ik was niet verbaasd, tegen mijn over-rationele gevoel voor waarschijnlijkheid in, dat het Paus Benedictus was.
In eerste instantie maakte ik stotterend verontschuldigingen dat ik hem had gestoord, en wilde ik snel weer gaan. Hij verzocht me om te blijven. Ik zag hoe de bal eerder bijna over de muur zijn tuin in was gevlogen, toen iemand anders er in één van de naastgelegen tuinen mee speelde. Toen werd de bal op het laatste moment door een strenge hand tegengehouden, de werper met barse stem toegesnauwd. Ik wist, maar ik weet niet hoe, dat wat ik zag een herinnering van Zijne Heiligheid was. En ik ervoer wat hij erbij voelde: teleurstelling dat degene die hem 'beschermen' niet inzagen dat hij een vredig spel zeker zou waarderen.
In die ommuurde tuin wierpen we samen de bal tegen de muren. Zijne Heiligheid wees mij op een klimplant die kronkelend omhoog was gegroeid, zodat plant een soort nest-achtige vorm had voortgebracht. Als een basket, waar we de bal doorheen konden gooien. Maar de dikke takken groeiden rommelig door elkaar hem, ook boven deze 'basket'-- met als gevolg dat het heel moeilijk was om de bal er goed doorheen te gooien.
We probeerden het toch, vol enthousiasme. Ik merkte dat Zijne Heiligheid bijzonder moe werd, maar hij spoorde mij aan om niet op te geven. Ik herinner me dat ik me er op dat moment over verbaasde dat Paus Benedictus Nederlands sprak. Meteen daarna besefte ik hat hij géén Nederland sprak. En ik ook niet. Ik weet niet welke taal we spraken; alleen dat we elkaar begrepen.
Kort daarna wierp Zijne Heiligheid de bal opnieuw. Ik was ervan overtuigd dat het deze keer zou lukken. Hij had voordat hij wierp een geheimzinnige lach op zijn lippen, alsof hij me iets wilde laten zien. De bal ketste opnieuw af. Ik was enorm teleurgesteld, bijna geschokt. Toen ik me tot Zijne Heiligheid keerde zag ik hem tevreden lachen. En ik wist dat dit was wat hij mij had willen laten zien: de gefaalde poging, en zijn tevredenheid daarover.
Het is helemaal niet dat de worp moet slagen. Het is dat je poogt. Dat maakt het de moeite waard.
Zodra ik dat besefte, leek Zijne Heiligheid veel zwakker dan een moment eerder. "Het spijt mij," zei hij, of althans die gedachte bracht hij op mij over, "maar de pijn is heel erg."
Pas op dat moment besefte ik dat hij zich bewust veel sterker had gehouden dan hij was, puur om mij een ervaring, een inzicht, te schenken. En wellicht een beetje om een spel met iemand te spelen, zonder gehinderd te worden door mensen die meenden dat hij tegen zo'n activiteit in bescherming moest worden genomen. Een fijn spel is de moeite waard, zelfs als het pijn doet. En het leven is een fijn spel.
Terwijl de Paus zich op het gras liet zakken en rustte, wist ik - maar ik weet niet hoe - dat hij door de wereld heen keek, naar iets anders, voorbij de wereld. Ik kon het niet zien, maar op zijn gezicht - alle sporen van pijn verdwenen - kon ik de schoonheid gereflecteerd zien.
Ik werd wakker. Wat ik had ervaren voelde niet aan als de dromen die ik doorgaans heb. De rationele stem in mij zegt dat het absurd is, terwijl een heel ander deel zijn mij meent dat ik arrogant ben door het zelfs maar te denken-' en toch werd ik wakker met de indruk dat ik vannacht op onbegrijpelijke wijze mijn eigen dromen ben uitgewandeld, en een droom van Zijne Heiligheid ben ingestommeld. Zo voelde het. Alsof ik bij hem te gast was, en hij mij met grote warmte verwelkomde.
Het is me niet helemaal duidelijk waarom ik zo sterk de drang heb gevoeld om dit op te schrijven. Deels omdat ik bang ben dat het, in het scherpe daglicht, straks zal vervagen. Maar er zit meer achter. Dit heeft me zo geraakt dat ik er niet zomaar stil over kan zijn, alsof het niet is gebeurd. Want ik ben er van overtuigd dat het wel is gebeurd.

zaterdag 23 december 2017

Onvolmaakte schepsels

"Hoe kan een volmaakte God een onvolmaakt schepsel scheppen?"
Een vraag van Johann Gottfried Herder, die enige overpeinzing wel waard is. Dit is uiteindelijk mijn antwoord:
Een volmaakte God kan niet anders dan onvolmaakte schepsels scheppen. Een volmaakt schepsel zou identiek zijn aan, en één met, de volmaakte God. Een beetje als "twee eeuwigheden": het voegt niet toe, want toevoeging is overbodig. Dat is de eerste paradox. De tweede paradox is dat zelfs een benadering van volmaking zou vereisen dat de geschapen wezens geen kwaad doen. Dat vereist dat ze geen volstrekt vrije wil kunnen hebben, want ze moeten dan niet kunnen kiezen om kwaad te doen. Maar absentie van vrije wil is een imperfectie in zichzelf! Daarom moet een volmaakte God een universum scheppen waarin vrije wil bestaat, en dat impliceert dat de schepsels in dat universum voor het kwade kunnen kiezen, en daarmee onvolmaakt zijn. Toch is dit de enige weg die open ligt voor een volmaakte Schepper. Wij moeten kunnen kiezen voor het goede, want alleen dan heeft het betekenis.

donderdag 14 december 2017

Over de aard van het kwaad

De aard van het kwaad. Wat kunnen wij daar eigenlijk van zeggen? Ik vraag mij dat af omdat er een fascinerende discussie ontstond toen een lichtelijk verdwaalde geest een nogal beschimpend bericht op Facebook plaatste, aangaande enkele uitspraken die Paus Franciscus onlangs over het kwaad en de duivel heeft gedaan.
Helaas liep die discussie, zoals eigenlijk altijd, snel uit op een verbale strijd tussen gelovigen en atheïsten, die al snel nog maar weinig te maken had met het originele onderwerp. In die escalerende discussie raakte het eigenlijke onderwerp (de aard van het kwaad) snel ondergesneeuwd. Toch zit daarin een aardig vraagstuk. De Paus beschrijft het kwaad - te weten de duivel - als een actieve kracht. Zijn woordkeus is daarbij nogal beeldend, dus hoe letterlijk we dat moeten nemen blijft onduidelijk.
Zelf vermoed ik dat die woordkeus niet de verstandigste is geweest. De aard van het kwaad is volgens mij per definitie negatief. Zoals duisternis de absentie van licht is, zo is het kwaad de absentie van het goede. En precies zoals het licht de duisternis verdrijft, kan het kwaad niet bestaan waar het goede heerst. Omgekeerd zal het kwaad automatisch en moeiteloos heersen waar het goede niet actief aanwezig is.
Daarin ligt een zekere verbintenis met het Christelijke besef dat de mens "geneigd is tot het kwade". Accurater geformuleerd: de mens die niet actief kiest voor het goede, kiest daarmee voor het kwade. Wie neutraal wil zijn, kiest feitelijk partij voor het duister. Dit maakt het kwaad tot iets anders dan de Paus beschrijft. Het is geen actieve macht. Het kwaad schuilt in het verzaken van het goede.
Het kwaad is geen actieve kracht, maar is juist geheel latent. Dat is echter een misleidend attribuut, dat ons het kwaad onterecht doet onderschatten. Het is wel latent, maar ook universeel aanwezig. De uitwerking ervan ligt verscholen in menselijke zwakte. De mens wordt niet actief aangetrokken door het kwaad, maar vervalt er automatisch in door het goede te verzaken. Het goede vereist per definitie morele en intellectuele inspanning, het kwade niet.
Uiteindelijk is het dus morele luiheid waar wij voor moeten waken. Ledigheid, zo blijkt, is nog altijd des duivels oorkussen.

maandag 29 februari 2016

Atheïstische geschiedvervalsing


Eerder deze maand is een nieuw epistel verschenen in een lange reeks van werken die we zouden kunnen beschrijven als atheïstische apologieën. Dat wil zeggen: schrijfsels die het atheïsme verdedigen en bepleiten, en doorgaans religie aanvallen. Atheïsme is tegenwoordig hip, en voor het eerst in de geschiedenis verschijnen dit soort atheïstische apologieën dan ook op grote schaal. Voor het eerst in de geschiedenis vindt het atheïsme relatief breed draagvlak onder de bevolking (in de Westersche wereld, althans).
Het opvallende is nu juist dat het eerder deze maand uitgebrachte boek—genaamd Battling The Gods—als centrale stelling heeft dat atheïsme in de oudheid óók al zo’n breed draagvlak genoot, en dat een gepostuleerde atheïstische traditie in Hellas en Rome min of meer is uitgeroeid door het “onverdraagzame” Christendom.
Laat ik er geen doekjes om winden: dat is klinkklare onzin. Er klopt geen snars van. En daarin kunnen wij meteen het grote probleem ontwaren dat voortdurend kleeft aan de atheïstische beweging: het gaat om personen die beweren dat zij (religieus) “dogma” willen bestrijden en de harde feiten als uitgangspunt nemen… maar dat is niet wat zij eigenlijk doen. Zij zijn dogmatisch op hun eigen manier, en zijn ook niet vies van geschiedsvervalsing om de historische rol van het atheïsme even wat mooier te doen lijken dan deze daadwerkelijk was.

zondag 31 maart 2013

Pasen? Ooster!

Net als de meeste Christelijke feesten is Pasen voor een groot deel een amalgaam van oudere tradities, die de Christenen hebben overgenomen van andere geloven. Er is niet heel veel authentieks aan: net als het gehele Christendom is het paasfeest een toonbeeld van een over de jaren bijeengeraapte mythologie, ontdaan van de wortels. Daardoor mist het nu toch echt iets: als een fraai bos bloemen, dat wellicht mooi op tafel staat, maar waarvan de stengels niet meer met de aarde zijn verbonden. Vergeef me derhalve, maar ik wens u geen zalig Pasen. In plaats daarvan beroep ik mij op een oudere traditie: ik wens u een gelukzalig Ooster.

Dat woord herkent u wellicht aan de hand van de Engelse naam van Pasen: Easter. Het is een pre-Christelijke term, die verwijst naar de Germaanse godin Ôstara. In de Angelsaksische talen, de voorlopers van het Engels, heette zij Ēostre of Ēastre. Dat deze naam op de woorden “oosten” en “east” lijkt is niet toevallig: haar feest was het lentefeest, de viering van het nieuwe licht. En iedereen weet dat de zon, bron van al het licht, opkomt in het oosten. De woorden Ôstara, Easter, oosten etc. zijn hoogstwaarschijnlijk allemaal afgeleid van het Proto-Indo-Europese woord voor zonsopkomst, Ausṓs.

Dergelijke lentefeesten zijn heel oud, net als het archetype van de lentegodin. Bijna alle Indo-Europese culturen hebben een dergelijke traditie, en de Christenen hebben de datum van hun feestje gewoon aangepast om daar mee samen te vallen (op dezelfde manier dat ze hun kerstfeest bewust lieten samenvallen met de midwinterviering). In het Engels hebben ze, zoals wel blijkt, zelfs de naam niet eens aangepast.

Dus nee, met dat Christelijke feestgebeuren heb ik toch wat minder. Hun interpretatie van het lentefeest mogen ze zelf houden. Ik gun iedereen dat van harte. Ik betreur enkel wel dat ze hun religie met grof geweld hebben opgelegd aan mijn voorouders. Het gevolg is dat veel te weinig mensen nog kennis hebben van de prachtige en rijke Germaanse cultuur. Maar u heeft nog tijd: het Germanen deelden het jaar in twee seizoenen, zomer en winter. Het begin van de zomer werd gevierd gedurende de maand april—het daadwerkelijke begin van de zomer was op de eerste mei.

Dit hebben de Christenen ook overgenomen, althans in Duitsland, door de nacht van 30 april op één mei te portretteren als een heksennacht—Walpurgissnacht. Dat grijpt terug op het Germaanse geloof dat zomer de tijd van leven en licht is, en winter de tijd van dood en duisternis. Op de laatste nacht vóór de zomer kon de duisternis nog één keer om zich heen grijpen. (Overigens ligt het aantal ongelukken en sterfgevallen in de laatste dagen van april inderdaad onevenredig hoog, en daar is nooit een verklaring voor gevonden.)

De Germanen namen in ieder geval het zekere voor het onzekere: gedurende april hielden ze feesten ter ere van Ôstara. De maand die wij april noemen heette zelfs Ôstarmânoth: de maand van Ôstara. Door deze godin van licht en leven te eren wilde men het duister bezweren, zodat de zomer kon aanbreken. In de laatste nacht van de wintertijd werden grote vuren ontstoken, die de hele nacht bleven branden, en zo werd de duisternis op afstand gehouden. In het noorden en oosten van ons land zien we die traditie nog terug in de paasvuren.

In ieder geval: ik ben er wellicht nogal vroeg mee, maar ik wens u alvast een gelukkig Oosterfeest, en een lange, warme zomer. Bij mij zal het vuur branden, op de laatste nacht vóór de tijd van zomer. Bij u ook? Ik hoop het van harte: laten we ons niet helemaal doodstaren op de gekerstende cultuurvormen van onze beschaving, en ook wat meer oog hebben voor de aloude Germaanse elementen, die beslist nog aanwezig zijn.

---

De discussiedraad op Facebook over dit artikel bevindt zich hier.

vrijdag 21 december 2012

Een Onchristelijke Wereld





Een Onchristelijke Wereld

Wat als de man die wij Jezus noemen nooit geboren was?




Voorwoord


Vandaag, de eenentwintigste december, is een dag waaraan al sinds de oudheid groot belang wordt toegekend. Terecht, want het is de datum van de zonnewende die iedere winter de kortste dag markeert. Vanaf morgen worden de dagen weer langer, keert het licht terug, nadert de zomer. Het is niet voor niets dat de Mayakalender op deze dag afloopt (hetgeen in hun kosmologie overigens niet het einde van de wereld betekent, maar de aanvang van een nieuwe era). Het is niet voor niets dat talrijke volkeren in de oudheid hun winterfeest vierden op deze dag, hun feest van licht en leven. De Germanen vierden het Joelfeest, de Romeinen hielden op deze dag de Saturnaliën.

Het is niet voor niets dat de Christenen rond deze tijd de geboorte van hun messias vieren. Niet omdat Jezus in de winter geboren is, maar specifiek om het feest samen te laten vallen met de heidense lichtfeesten — zodat deze makkelijker door het Christendom gecoöpteerd konden worden. (Wie denkt dat er tegenwoordig een commercialisering van het kerstfeest plaatsvindt kan dus maar beter in gedachte houden dat het hele feest vanaf het begin al stoelt op een slinkse marketingtruc.) De enige reden dat Kerstmis op de 25ste valt, en niet op de ware datum van de zonnewende, is vanwege latere kalenderaanpassingen. Wanneer Jezus nou echt geboren is zullen we wel nooit meer kunnen achterhalen.

Hoe het ook zij, de Christenen vieren zijn geboorte tegenwoordig in december, en daarmee zijn deze dagen, de kortste en donkerste dagen van het jaar, het moment bij uitstek om eens stil te staan bij de enorme invloed die deze geboorte heeft gehad op de wereld zoals wij die kennen. Ik durf te stellen dat er nauwelijks gebeurtenissen zijn die van grotere invloed zijn geweest. We leven, zeker in het Westen, in een wereld die in zeer verregaande mate is gevormd door het Christendom. Onze wereld is een Christelijke wereld. Onze aannames, onze dogma’s, onze morele en ethische opvattingen en onze politieke vanzelfsprekendheden zijn — direct of indirect — producten van een Christelijke belevingswereld.

We zijn ons daar zelden echt van bewust. We staan er niet bij stil, omdat de maatschappij waarin we leven onze enige referentie is. We kennen niets anders dan deze wereld, en daarom zijn we blind voor het feit dat onze visie op de maatschappij, de geschiedenis, de moraal, de ethiek etc. etc. zeer sterk is gevormd door van oorsprong Christelijke aannames. Hoe kunnen we dan ooit tot objectief inzicht komen? Pas als we beseffen dat, en in hoeverre, we door iets beïnvloed worden kunnen we daar rekening mee houden en objectief denken. We moeten ons dan afvragen: hoe, en in hoeverre, heeft het Christendom onze wereld gevormd?

De historicus Niall Ferguson gebruikt een uiterst interessante methode om dergelijke vragen te benaderen: om de invloed van een gebeurtenis te analyseren vraagt hij zich af wat er gebeurt zou zijn als deze gebeurtenis nooit had plaatsgevonden. In zijn boek The Pity of War gebruikt hij deze methode (die hij virtual history noemt) om een aantal aannames inzake de Eerste Wereldoorlog kritisch te bestuderen. Deze aanpak dwingt een onderzoeker om de materie vanuit een totaal andere invalshoek te benaderen — hetgeen uiterst bevorderlijk is voor het loslaten van dogmatische premissen.

Om onze eigen, Christelijke, wereld objectiever te benaderen zou het best wel eens raadzaam kunnen zijn om ons af te vragen wat er geworden zou zijn van onze geschiedenis, onze cultuur, onze wereld, als er geen Christendom bestond. Als Jezus nooit geboren was. Er zijn al grote aantallen boeken geschreven — variërend van nauwkeurige geschiedkunde tot pure fictie — waarin men zich afvraagt wat er gebeurd zou zijn als een cruciale gebeurtenis anders zou zijn verlopen. Hoe vaak heeft men zich niet afgevraagd hoe een wereld zonder Hitler er uit had gezien? (Daar zijn al snel een paar honderd boeken over geschreven.) Een boek of serieus essay dat gaat over een wereld zonder Jezus heb ik echter nog nooit gezien. Wellicht bestaat het, maar het is mij niet bekend. Duidelijk houdt het de gemoederen merkbaar minder bezig. Terwijl de invloed van Jezus op onze wereld toch echt ontelbare malen groter is geweest dan die van Hitler. (En ik schroom niet om daar aan toe te voegen: godzijdank!)

Ik heb vaker zeer interessante gesprekken en discussie gevoerd over de invloed van het Christendom op onze wereld. Het is een onderwerp dat mij — en, gezien die gesprekken, ook anderen — weet te boeien. Vandaar dit essay, waarin ik tracht de vraag te beantwoorden: wat als de man die wij Jezus noemen nooit geboren was? Ik zal hier een portret schetsen van een Onchristelijke wereld. Vanzelfsprekend is het antwoord op de vraag “wat zou er gebeurd zijn als…?” per definitie een vorm van speculatie. Ook een pionier op het gebied, zoals Niall Ferguson, geeft dat direct toe. Aan de andere kant, er zijn heel wat mensen die ook de inhoud van de bijbel zouden kenmerken als een vorm van speculatie — dus door dergelijke bezwaren hoeven we ons niet te laten weerhouden.

In dit essay pretendeer ik tevens niet de Onchristelijke wereld te beschrijven, maar één mogelijke Onchristelijke wereld. Niet de gang van zaken die zonder twijfel zou hebben bestaan, ware het Christendom nooit opgekomen, maar een geschiedenis die had kunnen bestaan. Een gang van zaken die ik, op basis van de historische werkelijkheid, het meest waarschijnlijk acht. Natuurlijk kan ik niet met zekerheid zeggen hoe een versmelting van Germaanse en Romeinse religie in een Onchristelijk Italië onder de Ostrogoten zou hebben uitgepakt (om maar een voorbeeld te noemen). Ik kan enkel beargumenteren dat zo’n syncretische ontwikkeling zou hebben plaatsgevonden. Mijn duiding van hoe zo’n religie er ongeveer uit zou hebben gezien heb ik toegevoegd om de door mij geschetste wereld wat levendigheid te geven. U mag het couleur locale noemen.

Bij alles dat ik mijn lezers voorspiegel zal ik eerst vertellen waarom ik geloof dat het zo gegaan zou zijn, en niet anders: ik onderbouw de wereld die ik met fantasie schets door middel van feitelijke observaties uit de ons welbekende geschiedenis. Ieder “hoofdstuk” van de Onchristelijke geschiedenis die ik opteken wordt voorafgegaan door een analyse die ik baseer op concrete feiten uit onze eigen geschiedenis — die zo sterk gevormd is door het Christendom. Ik zal trachten die vorming, en de gevolgen ervan, helder weer te geven. Mijn hoop is dat daarmee ook de gevolgen van een absentie van het Christendom zichtbaar worden.

Hier, dan, volgt een dubbelportret van twee werelden. De onze, zo ingrijpend gevormd door het Christendom — en een andere, Onchristelijke wereld, die ook door geheel andere krachten is gevormd.

donderdag 29 november 2012

Op zoek naar de waarheid




Plato, Aristoteles, en het realiteitsbesef van de Westerse filosofie

Wat is waarheid? Uiteindelijk is dat de meest fundamentele vraag van de filosofie. Niet “wie ben ik?” of “wat is de zin van het leven?” of enige andere existentiële vraag. Om vragen over het bestaan te stellen, moeten we eerst weten wat echt bestaat, en wat de aard van dat bestaan is. Wat is wáár? Wat is echt? Wat is werkelijkheid?

De grondleggers van de Westerse filosofische traditie – Socrates, Plato en Aristoteles – hielden zich al bezig met deze vraag, hoewel ze niet tot dezelfde conclusies kwamen. We kennen Socrates enkel via de werken van Plato, waarin Plato de Socratische leer verdedigt. Er bestaat zelfs de theorie dat Socrates nooit bestaan heeft, en een verzinsel van Plato was, om diens eigen denkbeelden uit te dragen. Of dit het geval is geweest is onmogelijk na te gaan, maar het is in ieder geval een feit dat Plato en Socrates één hoofdstroming in het Westerse realiteitsbesef vertegenwoordigen, terwijl Aristoteles de andere hoofdstroming belichaamt.