Keer op keer trekt de Europese Unie meer politieke macht naar zich toe, in de misleide veronderstelling dat het falen van de EU op die manier kan worden gecorrigeerd. In werkelijkheid wordt de balans tussen de lidstaten en “Brussel” alleen maar verder verziekt, en schieten we inhoudelijk helemaal niets op. Eurocraten weigeren in te zien dat hun ideaal van een politieke unie helemaal niet nodig is om de EU te redden, te hervormen of te vervangen. Integendeel.
Wat wel nodig is om een gezond en levensvatbaar Europees verbond te vormen, is een stabiele en sterke economische unie. Dát is waar de EU zo enorm heeft gefaald, en het heeft niets met politiek-inhoudelijke bevoegdheid te maken. Staten hebben hun begrotingstekorten en hun staatsschulden enorm laten oplopen, in flagrante strijd met de afspraken die we binnen de EU hadden gemaakt. De EU was volstrekt machteloos om daar tegen op te treden, en dat komt juist omdat Eurofederalisten zo graag een politieke unie wilden opzetten, in plaats van een doelgericht economisch pact.
Ook nu gaat die misleide strijd door. In het pakket aan noodmaatregelen dat nu wordt opgezet, worden inhoudelijke beslissingen in toenemende mate bij Brussel neergelegd. Dat tast de politieke beslissingsvrijheid van de lidstaten aan. Die verzetten zich, geheel terecht, tegen het afstaan van hun beslissingsrecht aan ongekozen EU-bestuurders. Het resultaat is dat er een compromis wordt gesloten waar we allemaal (wederom) een beetje economische bevoegdheid naar Brussel schuiven, en een beetje politieke bevoegdheid. Dat laatste maakt de lidstaten minder soeverein, en lost de crisis niet op. Het eerste betekent dat de EU nog steeds te weinig economisch gezag heeft om zaken op orde te stellen.
Het nieuwe pakket aan maatregelen verplicht de lidstaten opnieuw om het begrotingstekort terug te brengen tot maximaal 3% van de gehele begroting. Maar wat als ze het deze keer óók negeren? In het uiterste geval kan de EU een boete van 0,1% van het bruto binnenlands product opleggen. Zo zo, wel 0,1%! Dat maakt dus totaal geen indruk. Als we deze afspraken écht nageleefd willen zien, moeten de sancties veel hoger zijn. Denk eerder eens aan bijvoorbeeld 5% van het BBP als boete. Met dergelijke sancties op economisch wangedrag zouden staten zich opeens wél aan de regels houden. Maar dergelijke sancties zijn er niet, want de EU eiste naast economische macht ook politieke macht, en dus moest er een halfzacht compromis uitgewerkt worden. Een beetje van alles, dus.
Aan beetjes hebben we niets. Een Europees verbond dat een toekomst wil hebben, heeft echte economische macht nodig. Ja, u leest het goed: een Euroscepticus die pleit voor méér EU-bevoegdheid. Maar dan wél exclusief op economisch terrein, en specifiek niet op politiek terrein. Dat is waar het namelijk wringt: Eurofederalisten willen een EU-superstaat forceren, die steeds meer politieke en economische macht van de lidstaten afneemt. Dus volgen er steeds onderhandelingen over politieke machtsverdeling, en verliezen we de kern van de zaak geheel uit het oog: dat is namelijk de economie.
Als de Eurofederalisten hun zinloze utopie van een politieke unie durfden los te laten, en zich enkel op economisch gezag durfden te richten, dan kon de crisis veel sneller bevochten worden. Lidstaten willen soevereiniteit? Zelf weer beslissen welke wetten en regels ze maken, en hoe ze hun geld uitgeven? Prima. Schrap het gros van de EU-regelgeving, en geef vrijwel alle juridische en politieke beslissingsbevoegdheid weer terug aan de lidstaten. Politici als Wilders zouden opeens niets meer te klagen hebben. Geen Europese regelbrei om zich tegen te verzetten. Ook regeringshoofden als Rutte en Merkel zouden zich in eigen land zéér populair maken, als de leiders die de politieke macht terug hebben genomen van het ondemocratische Brussel.
In ruil voor deze teruggave van politieke beslissingsbevoegdheid geven de lidstaten juist economische bevoegdheid aan de EU. Niet de macht om inhoudelijk te bepalen hoe lidstaten de overheidsinkomsten besteden, maar wel de macht om ze tot een sluitende begroting te dwingen. Om echt te garanderen dat landen geen onbetaalbare schuldenlast opbouwen, is het niet voldoende om een limiet van 3% aan begrotingstekort in te stellen – we hebben een algeheel verbod op tekorten nodig. Dat is de enige echte oplossing van de huidige problematiek. Met meer politieke macht voor Brussel schieten we niets op – het gaat om de centjes!
Het eigenlijke probleem is tenslotte dat staten hun schulden niet meer kunnen betalen. Die schulden zijn zo enorm hoog omdat we gedurende de twintigste eeuw een politiek-economisch model hebben gevormd dat stoelt op enorme overheidsuitgaven. Het geld dat de overheid uitgeeft, wordt ofwel afgenomen van de burger (via belasting), ofwel het wordt door de staat geleend. Politici in heel Europa geven standaard méér uit dan de samenleving kan ophoesten (meer dan we kunnen dragen), waardoor er steeds een tekort is, dat wordt aangevuld met geleend geld. Over de resulterende schuld betalen we naar mate die toeneemt ook steeds meer rente, waardoor we een nog groter tekort oplopen, waardoor we wéér meer gaan lenen… et cetera, et cetera. Het fundamentele probleem is dus dat overheden consequent boven hun stand leven.
De oplossing is logischerwijs dus ook dat overheden niet langer boven hun stand (kunnen) leven, en dáár ligt nu bij uitstek een taak voor een verbond als de EU: toezicht op de begrotingsdiscipline van de lidstaten. Simpel gezegd: van EU-staten moet vereist worden dat ze nooit méér uitgeven dan ze verdienen. Een strenge en duidelijke plicht tot begrotingsdiscipline. De EU krijgt een centrale rekenkamer die alle nationale begrotingen narekent. Sluitende begrotingen worden goedgekeurd, als er toch tekorten zijn wordt een begroting afgekeurd. Daar moeten ook serieuze consequenties aan vastzitten: één waarschuwing, en daarna eerst stevige (en oplopende) boetes. Als na de periode van een fiscaal jaar geen adequate begroting wordt ingediend, wordt het overtredende land uit de EU gezet. In geval van zo’n uitzetting kan zo’n land zich pas weer kandideren nadat het eerst tien jaar achtereenvolgens een sluitende begroting heeft gehad.
Een dergelijke structuur garandeert de economische gezondheid van alle lidstaten, en maakt van de EU een economisch verbond van verantwoordelijke en stabiele landen, die samen één economisch blok kunnen vormen naar de buitenwereld toe. Gelijktijdig kunnen alle lidstaten wel allemaal hun eigen politieke beslissingen maken – zo lang ze maar hun huishoudboekje op orde houden. Als we een dergelijke structuur vanaf het allereerste begin hadden toegepast op de EEG, dan was het nooit nodig geweest om te streven naar politiek centralisme. En dat is het ook nu nog steeds niet. Vergeet de politieke unie, en vorm een krachtige economische unie.
In zo’n non-politieke unie hebben eigenlijk alleen de toch al relatief gezonde Noordelijke lidstaten interesse. De Zuidelijke staten teren juist op politieke EU-bevoegdheden, zoals de voortdurende geldstromen van Noord naar Zuid. Als we van de EU een puur economische unie maken, wordt dat per definitie een Noord-Europese aangelegenheid. Dat is geen enkel probleem: de Zuidelijke (en de Oostelijke) lidstaten zijn toch niet bereid om hun begrotingstekorten te elimineren. Laat die dus gerust uit de EU stappen, hun nationale munten terugnemen, en deze devalueren. Mochten ze in de toekomst beslissen om alsnog hun fiscale verantwoordelijkheden te nemen, dan mogen ze zich na tien jaar ‘goed gedrag’ opnieuw aanmelden voor lidmaatschap.
Al met al is de kans dat de EU een dergelijke hervorming aandurft heel klein. Maar de Noordwestelijke staten zouden er veel baat bij hebben: economische stabiliteit, de voordelen van onderlinge vrijhandel, maar niet de lasten van de bureaucratische EU die we nu hebben. Het zou voor de Noordwestelijke staten uiteindelijk het meest raadzaam zijn om zelf uit de huidige EU te stappen, en een nieuwe EEG te vormen voor de lidstaten die bereid zijn om hun begrotingstekorten volledig weg te werken. Zoals ik al eerder bepleit heb: een Noord-Europese confederatie als opvolger van de EU. Een economisch verbond, waarbij de lidstaten op politiek gebied gewoon baas in eigen huis blijven. Dát zou de economische crisis in korte tijd oplossen. Streven naar een politieke unie, zoals nu gebeurt, maakt de problemen alleen maar erger.
zondag 4 maart 2012
dinsdag 21 februari 2012
Op weg naar een "brokered convention"?
De Amerikaanse voorverkiezingen: het blijft spannend! Wie wordt de Republikeinse presidentskandidaat? Ondanks het opkomen en weer neertuimelen van meerdere troonspretendenten was dit voor veel mensen eigenlijk lange tijd een retorische vraag. Mitt Romney zou het tóch wel worden. De gedoodverfde kandidaat, met de steun van de partijleiding, en bakken vol geld in zijn campagnekas. Wie kon hem nou écht verslaan?
Maar toen barstten de voorverkiezingen los, en Romney wist zijn positie gewoonweg niet te consolideren. Nergens wist hij een écht overtuigende overwinning te leveren, die zijn tegenstanders definitief als ondermaats zou bestempelen. Vlak voor de verkiezingen in South Carolina dacht hij dat het moment was gekomen, toen enkele aantijgingen over een eerder huwelijk van rivaal Newt Gingrich naar buiten kwamen.
Romney is echter vrij zwak in iedere discussie, en Gingrich is juist een begenadigd orator. In de eerste vijf minuten van het debat op de avond vóór de primary van South Carolina wist Gingrich een bijna zekere afgang te veranderen in een monsterzege. En dat liet meteen zien hoe bleekjes Romney daartegen afsteekt.
donderdag 16 februari 2012
De Verenigde Staten van Europa? Het zou een ramp zijn!
Al geruime tijd wankelt de Europese Unie op de rand van een afgrond, en de leiders van de EU doen ons graag geloven dat als wij hen niet vertrouwen en gehoorzamen, we er allemaal in zullen storten. In Griekenland wordt het verzet onder de bevolking tegen de zogenaamde “hulp” van de EU steeds heftiger, en dit moet – zo verzekert de Europese leiding de burgers der lidstaten – worden opgelost door méér geld en méér centrale macht. Want anders wacht ons de afgrond!
In werkelijkheid zijn het niet de lidstaten die in de afgrond dreigen te vallen, maar de politieke structuur van de EU. Wij betalen niet om onszelf te redden, en ook zeker niet om de Grieken te redden, maar om de EU in leven te houden. Desondanks willen de leiders van de Unie ons overhalen (of liever nog, dwingen) om onze soevereiniteit aan hen af te dragen. Eurofederalisten, zoals ze zichzelf noemen, pleiten luider dan ooit voor het vormen van de “Verenigde Staten van Europa”.
Thans leven we in wat formeel een confederatie is, waarin de lidstaten hun soevereiniteit behouden – ook al heeft de EU nu al federale trekjes, en dat worden er steeds méér… In geval van een federatie geven de lidstaten hun soevereiniteit op, en komt de uiteindelijke macht bij Brussel te liggen. Dit is al jaren, zo niet decennia, de droom van mensen als Guy Verhofstadt. Het liefst zouden ze de natie-staat afschaffen, een het verenigde “land” Europa scheppen. Nederland zou achterblijven als provincie van een groot geheel. Dat daarvoor wat vrijheden moeten sneuvelen, lijkt deze mensen niet te deren.
zondag 8 januari 2012
De eeuwige terugkeer van de valse beschuldiging
Een reactie op het onderzoek “Prototypical Fascism in Contemporary Dutch Politics”
Hoe is het mogelijk dat iemand concludeert dat Geert Wilders een fascist is en de PVV een fascistische partij is zonder een sluitende definitie van fascisme aan te leveren? Ik durf te stellen dat die vraag wel een onderzoekje waard is. Een belangrijke tweede onderzoeksvraag zou zijn: hoe kan het bestaan dat een onderzoek dat geen goede definities hanteert een tien krijgt?
Het is namelijk heel moeilijk voor te stellen dat een dergelijk hoog cijfer gerechtvaardigd is. Zoals in een artikel op de website De Jaap al heel goed werd uitgelegd, is een tien niets minder dan een erkenning van perfectie, of tenminste van benadering daarvan. Op dat moment was het onderzoek nog niet wijd verspreid, en was dit een algemene observatie.
In theorie kon het inderdaad gaan om een perfecte uiteenzetting. De auteur van het werk, Henk Bovekerk, heeft het inmiddels zelf online beschikbaar gesteld. Veel mensen, waaronder ikzelf, hebben het meteen gelezen. Nu kunnen we een oordeel vormen: klopt de premisse, de redenering, de conclusie van dit werk? Is het inderdaad een perfecte uiteenzetting die het fascistische karakter van Geert Wilders en de PVV bewijst?
Labels:
discussie,
fascisme,
Geert Wilders,
politiek,
PVV
vrijdag 6 januari 2012
De schaduw van Trianon
In Hongarije gaat het flink de verkeerde kant op. Eén partij
heeft ruim tweederde meerderheid in de volksvertegenwoordiging, en daarmee de
feitelijke almacht. Er is wel een oppositie, maar de regering kan naar
hartelust de grondwet aanpassen – en doet dat ook. In de praktijk is Hongarije
een éénpartijstaat geworden.
dinsdag 3 januari 2012
De domheid van een journalist
Waar het de Amerikaanse politiek betreft is de Nederlandse pers uitgesproken partijdig: de Democraten zijn de “good guys”, de Republikeinen zouden net zo goed een groot doelwit op hun rug geschilderd kunnen hebben. Obama is nog steeds de grote messias, hoor! Zelden is die houding duidelijker getoond dan in dit artikel in de Volkskrant van vandaag, geschreven door Herbert Blankesteijn.
zaterdag 17 december 2011
Maak een einde aan de bio-industrie!
Nederland is het soort land waar de meest oververhitte debatten gevoerd kunnen worden over het al dan niet verdoofd slachten van een vrij gering aantal dieren, terwijl een veel grotere misstand onbesproken blijft. Ook de partijen die vóór betere behandeling van dieren claimen te zijn, tonen zich veelal aardig hypocriet. Als ze écht structureel dierenleed wilden verminderen, zouden ze ook over de bio-industrie moeten reppen. Maar daar hoor je ze niet over. De Partij voor de Dieren wel, maar andere partijen blijven stil. En dat terwijl juist de bio-industrie wel degelijk iets is waar we ons zorgen over moeten maken.
Laten we tenslotte wel wezen: als het om dierenleed gaat, is dat toch echt het grotere kwaad. Wie vóór een verbod op onverdoofd ritueel slachten stemt en diezelfde avond een kiloknaller in de pan mikt is simpelweg niet geloofwaardig bezig. Het gaat echter niet alleen om de dieren, maar ook om mensen. De bio-industrie is een gevaar voor de volksgezondheid, en niet zon klein beetje! Omdat de beesten massaal opeen gepropt in megastallen zitten, kunnen ziektes zich snel verspreiden. Om dát tegen te gaan, krijgen ze massaal preventieve antibiotica toegediend. Gevolg is dat de ziektes een resistentie opbouwen tegen die antibiotica. Het is enkel een kwestie van tijd voordat er een veeziekte opduikt die zeer gevaarlijk is voor mensen én resistent is tegen de meeste (of zelfs alle) antibiotica. Als dat gebeurt, is dat een ramp van ongekende omvang.
Om de volksgezondheid te beschermen, zou de overheid onmiddellijk het preventief toedienen van antibiotica moeten verbieden. Dit is de enige manier om de tikkende tijdbom te ontmantelen waar we nu mee zitten opgescheept. Als we het niet doen, kunnen we wachten op een dodelijke epidemie. Het verbieden van preventieve antibiotica zal direct een einde maken aan de legbatterij en de megastal. Die kunnen alleen maar bestaan omdat met de antibiotica de verspreiding van ziektes wordt onderdrukt (voor zo lang die nog niet resistent zijn). Al daar een einde aan komt, wordt het onmogelijk om dieren opeengepakt te laten leven (als je dat zo mag noemen). Een ziekte zou dan immers de hele megastal infecteren.
De grootst denkbare stap op het gebied van diervriendelijkheid en de hoogst noodzakelijke stap om een ramp op het gebied van volksgezondheid te voorkomen zijn één en dezelfde. Stop de preventieve antibiotica, dan stop je ook de bio-industrie. Natuurlijk moeten we ons geen illusies maken: dit zal de kosten opdrijven, en dus ook de prijs van eieren, vlees en zuivelproducten. Dat is onvermijdelijk. Maar het is wél de prijs die vastzit aan een vorm van veeteelt die géén gevaar is voor de volksgezondheid. Als u de bio-industrie niet wilt opdoeken uit diervriendelijkheid, doe het dan tenminste uit mensvriendelijkheid.
Laten we tenslotte wel wezen: als het om dierenleed gaat, is dat toch echt het grotere kwaad. Wie vóór een verbod op onverdoofd ritueel slachten stemt en diezelfde avond een kiloknaller in de pan mikt is simpelweg niet geloofwaardig bezig. Het gaat echter niet alleen om de dieren, maar ook om mensen. De bio-industrie is een gevaar voor de volksgezondheid, en niet zon klein beetje! Omdat de beesten massaal opeen gepropt in megastallen zitten, kunnen ziektes zich snel verspreiden. Om dát tegen te gaan, krijgen ze massaal preventieve antibiotica toegediend. Gevolg is dat de ziektes een resistentie opbouwen tegen die antibiotica. Het is enkel een kwestie van tijd voordat er een veeziekte opduikt die zeer gevaarlijk is voor mensen én resistent is tegen de meeste (of zelfs alle) antibiotica. Als dat gebeurt, is dat een ramp van ongekende omvang.
Om de volksgezondheid te beschermen, zou de overheid onmiddellijk het preventief toedienen van antibiotica moeten verbieden. Dit is de enige manier om de tikkende tijdbom te ontmantelen waar we nu mee zitten opgescheept. Als we het niet doen, kunnen we wachten op een dodelijke epidemie. Het verbieden van preventieve antibiotica zal direct een einde maken aan de legbatterij en de megastal. Die kunnen alleen maar bestaan omdat met de antibiotica de verspreiding van ziektes wordt onderdrukt (voor zo lang die nog niet resistent zijn). Al daar een einde aan komt, wordt het onmogelijk om dieren opeengepakt te laten leven (als je dat zo mag noemen). Een ziekte zou dan immers de hele megastal infecteren.
De grootst denkbare stap op het gebied van diervriendelijkheid en de hoogst noodzakelijke stap om een ramp op het gebied van volksgezondheid te voorkomen zijn één en dezelfde. Stop de preventieve antibiotica, dan stop je ook de bio-industrie. Natuurlijk moeten we ons geen illusies maken: dit zal de kosten opdrijven, en dus ook de prijs van eieren, vlees en zuivelproducten. Dat is onvermijdelijk. Maar het is wél de prijs die vastzit aan een vorm van veeteelt die géén gevaar is voor de volksgezondheid. Als u de bio-industrie niet wilt opdoeken uit diervriendelijkheid, doe het dan tenminste uit mensvriendelijkheid.
maandag 28 november 2011
De Ontheemde Liberaal
Op het VVD-congres dat dit afgelopen weekeinde plaatsvond, liet Mark Rutte zijn publiek weten dat Nederland wel wat liberalisme kan gebruiken. Hij schetste een beeld van een liberaal en sterk Nederland, vol liberale en sterke burgers die zich niet laten betuttelen. Een heel mooie visie, natuurlijk. Maar is de VVD de partij die dat gaat waarmaken? Het lijkt met de dag onwaarschijnlijker. Er zitten absoluut overtuigde liberalen bij de VVD, zeker onder de stille meerderheid der leden, maar er zijn er genoeg die al besloten hebben om niet meer op de VVD te stemmen. Want de partij is, zoals een vriend van mij het ooit pijnlijk treffend beschreef, ex-liberaal.
Minstens net zo belangrijk: de VVD is (in weerwil van de woorden van Rutte) niet bereid om internationaal op te komen voor Nederland. Patriottisme lijkt het door de VVD geleide kabinet geheel vreemd, en kritiek op internationale ontwikkelingen die ons land zwakker maken, wordt aan de PVV overgelaten. De VVD lijkt er de moed niet voor te hebben. Dat doet pijn, zeker voor de oprecht liberale kiezers die lang hebben geloofd dat de VVD de beste hoop was voor een vrijheidslievend Nederland. Die liberalen zouden toch hopen dat het uitstekende verkiezingsresultaat van de partij dé kans zou zijn om het liberalisme in Nederland vanuit de regering te bekrachtigen en om te knokken voor een sterk Nederland in plaats van een overheersend Brussel.
Het tegendeel is waar. De VVD heeft vooral zetels weggehaald bij partijen die niet liberaal zijn, en werkt ook met partijen samen die sociaal-economisch zeker niet liberaal te noemen zijn. Om de nieuwe kiezers en de partners te paaien, kiest de VVD een meer (neo-)conservatieve koers, zoals dat dan heet. Het komt neer op een dont-rock-the-boat-bestuur, het vleesgeworden regentendom.
Eigenlijk heeft de VVD dat altijd al in zich gehad. Veel beloften over vrijheid, maar nooit een substantiële belastingverlaging doorgevoerd. Ook nu niet, als grootste partij. Veel praatjes over harde stellingname tegen de megalomane EU, maar als puntje bij paaltje komt toch kruipen voor Van Rompuy. Veel liberale woorden, dus, en weinig liberale daden. Totaal niet anders dan de rest van onze partijen. Sociaal-democratie met een liberaal aroma opgespoten (van een sausje durft ik nog niet eens te spreken). De VVD is een partij die belooft de overheid kleiner te maken, maar dan ontdekt dat het pluche toch wel erg lekker zit
Daar zit ook een diepere oorzaak achter. De VVD is, ondanks een aantal welwillende leden, een regentenpartij. Deel van het establishment, dat nooit echt zal hervormen. Deel van een kliek waarin partijen met elkaar verwisselbaar zijn, één grote beschimmelde brei onder een Haagse kaasstolp waar nooit een frisse wind waait. Pim Fortuyn noemde dat kliekje de OSM: Ons Soort Mensen. Ze voelen zich verheven, en vanuit hun vergulde zetels kijken ze neer op het achterlijke stemvee. De VVD onttrekt zich daar beslist niet aan. De EU-elite in Brussel heeft dan ook echt niets te vrezen van de VVD, ook al gruwelen talloze liberalen van de ondemocratische invloed van het Europese monster. En wat aan regelgeving nog niet vanuit Brussel wordt gedicteerd, wordt ook onder VVD-bewind verminkt door allerlei belangenclubs. Volksvertegenwoordiging is op deze manier niets méér dan een (zeer prijzige) farce.
Er zijn zat liberalen in ons land, maar ze worden niet vertegenwoordigd. En wat moeten die liberalen? Waar kunnen ze met hun stem naar toe? Ik stel die vragen oprecht, want ik bén zon liberaal. Ik ben ontheemd, en ik heb geen partij meer die ik in mn hart de mijne kan noemen. Sommige echt vrijheidslievende mensen stemmen (nog) VVD, bij gebrek aan beter. Een aantal stemt ook op de PVV, vanwege het kritische EU-standpunt van die partij, maar gruwelt van de populistische sociale plannen van die partij immers inwisselbaar met die van de SP. En een derde grote groep heeft het al opgegeven. Die stemmen niet meer. Waarom zouden ze nog? Ze zijn nog erger ontworteld dan ik al ben.
Als de VVD al de mooie plannen uit verkiezingstijd écht omzette in beleid, als de VVD het lef had om de EU te verwerpen dan hadden ze al die stemmen terug. Dan was de partij weer een warm thuis voor talloze liberalen. Maar het gaat er niet van komen, dat is al wel duidelijk.
Er zit maar één ding op. Nederlanders die nog in vrijheid geloven zullen zélf het initiatief moeten nemen. Er is ruimte voor een écht liberale partij in ons land. Een partij die streeft naar een zelfstandig, soeverein Nederland, dat samenwerkt met anderen maar de baas is in eigen huis. Dat vol is met zelfstandige burgers die óók de baas zijn in hun eigen huis, en geen betutteling van Vadertje Staat dulden. U weet wel, het Nederland dat Mark Rutte ons altijd belooft, maar nooit levert. Het Nederland dat liberaal en onafhankelijk is. Het Nederland dat aan ons teruggegeven zou worden. Geloof me, het wordt ons niet gegeven. We zullen het zelf terug moeten nemen.
Minstens net zo belangrijk: de VVD is (in weerwil van de woorden van Rutte) niet bereid om internationaal op te komen voor Nederland. Patriottisme lijkt het door de VVD geleide kabinet geheel vreemd, en kritiek op internationale ontwikkelingen die ons land zwakker maken, wordt aan de PVV overgelaten. De VVD lijkt er de moed niet voor te hebben. Dat doet pijn, zeker voor de oprecht liberale kiezers die lang hebben geloofd dat de VVD de beste hoop was voor een vrijheidslievend Nederland. Die liberalen zouden toch hopen dat het uitstekende verkiezingsresultaat van de partij dé kans zou zijn om het liberalisme in Nederland vanuit de regering te bekrachtigen en om te knokken voor een sterk Nederland in plaats van een overheersend Brussel.
Het tegendeel is waar. De VVD heeft vooral zetels weggehaald bij partijen die niet liberaal zijn, en werkt ook met partijen samen die sociaal-economisch zeker niet liberaal te noemen zijn. Om de nieuwe kiezers en de partners te paaien, kiest de VVD een meer (neo-)conservatieve koers, zoals dat dan heet. Het komt neer op een dont-rock-the-boat-bestuur, het vleesgeworden regentendom.
Eigenlijk heeft de VVD dat altijd al in zich gehad. Veel beloften over vrijheid, maar nooit een substantiële belastingverlaging doorgevoerd. Ook nu niet, als grootste partij. Veel praatjes over harde stellingname tegen de megalomane EU, maar als puntje bij paaltje komt toch kruipen voor Van Rompuy. Veel liberale woorden, dus, en weinig liberale daden. Totaal niet anders dan de rest van onze partijen. Sociaal-democratie met een liberaal aroma opgespoten (van een sausje durft ik nog niet eens te spreken). De VVD is een partij die belooft de overheid kleiner te maken, maar dan ontdekt dat het pluche toch wel erg lekker zit
Daar zit ook een diepere oorzaak achter. De VVD is, ondanks een aantal welwillende leden, een regentenpartij. Deel van het establishment, dat nooit echt zal hervormen. Deel van een kliek waarin partijen met elkaar verwisselbaar zijn, één grote beschimmelde brei onder een Haagse kaasstolp waar nooit een frisse wind waait. Pim Fortuyn noemde dat kliekje de OSM: Ons Soort Mensen. Ze voelen zich verheven, en vanuit hun vergulde zetels kijken ze neer op het achterlijke stemvee. De VVD onttrekt zich daar beslist niet aan. De EU-elite in Brussel heeft dan ook echt niets te vrezen van de VVD, ook al gruwelen talloze liberalen van de ondemocratische invloed van het Europese monster. En wat aan regelgeving nog niet vanuit Brussel wordt gedicteerd, wordt ook onder VVD-bewind verminkt door allerlei belangenclubs. Volksvertegenwoordiging is op deze manier niets méér dan een (zeer prijzige) farce.
Er zijn zat liberalen in ons land, maar ze worden niet vertegenwoordigd. En wat moeten die liberalen? Waar kunnen ze met hun stem naar toe? Ik stel die vragen oprecht, want ik bén zon liberaal. Ik ben ontheemd, en ik heb geen partij meer die ik in mn hart de mijne kan noemen. Sommige echt vrijheidslievende mensen stemmen (nog) VVD, bij gebrek aan beter. Een aantal stemt ook op de PVV, vanwege het kritische EU-standpunt van die partij, maar gruwelt van de populistische sociale plannen van die partij immers inwisselbaar met die van de SP. En een derde grote groep heeft het al opgegeven. Die stemmen niet meer. Waarom zouden ze nog? Ze zijn nog erger ontworteld dan ik al ben.
Als de VVD al de mooie plannen uit verkiezingstijd écht omzette in beleid, als de VVD het lef had om de EU te verwerpen dan hadden ze al die stemmen terug. Dan was de partij weer een warm thuis voor talloze liberalen. Maar het gaat er niet van komen, dat is al wel duidelijk.
Er zit maar één ding op. Nederlanders die nog in vrijheid geloven zullen zélf het initiatief moeten nemen. Er is ruimte voor een écht liberale partij in ons land. Een partij die streeft naar een zelfstandig, soeverein Nederland, dat samenwerkt met anderen maar de baas is in eigen huis. Dat vol is met zelfstandige burgers die óók de baas zijn in hun eigen huis, en geen betutteling van Vadertje Staat dulden. U weet wel, het Nederland dat Mark Rutte ons altijd belooft, maar nooit levert. Het Nederland dat liberaal en onafhankelijk is. Het Nederland dat aan ons teruggegeven zou worden. Geloof me, het wordt ons niet gegeven. We zullen het zelf terug moeten nemen.
zaterdag 26 november 2011
Splitsing van de Euro is onvermijdelijk
Een splitsing van de Euro is op termijn onafwendbaar. De EU is opgebouwd uit landen die niet elkaars gelijke zijn, en dat ook nooit zijn geweest. Economisch sterke en zwakke landen met één munt? Dat is vragen om problemen - zoals we nu tot onze grote schade en schande ondervinden. Hoeveel geld we ook in de Zuidelijke landen pompen, hun problemen zijn structureel. Je kan het geld net zo goed in een bodemloze put gooien. Wij lenen nu geld bij, drijven onze staatsschuld (en de jaarlijkse rentelasten daarvan!) enorm op, met vele miljarden zelfs. En dat geld lenen wij vervolgens uit aan het Zuiden maar lees voor lenen gerust geven, want we zullen het niet meer terugzien.
Eerst zouden de zuidelijke landen hun structurele problemen namelijk moeten oplossen. Anders is het dweilen met de kraan open. En als ze hun problemen eenmaal hebben opgelost, hebben ze ironisch genoeg onze hulp niet meer nodig. Hoe langer we ze nu dus nutteloze (schijn-)hulp geven, hoe langer ze geen serieuze druk voelen om hun problemen zelf op te lossen. De enige oplossing is: help ze op de manier die nuttig is. Help ze de Euro uit. Laat ze failliet gaan, hun eigen munten terugnemen, en op hun eigen voorwaarden hun eigen landen herstellen en herstructureren.
Dat betekent dat we al het geld dat we nu al aan het zuiden hebben geleend gewoon kwijt zijn. Nou, dat zijn we sowieso al. Dus laten we onze verliezen maar nemen nu ze nog te overzien zijn. De zuidelijke landen uit de Euro zetten volstaat echter niet eens meer. Dat scenario is nog veel te optimistisch: het volledige Zuiden (inclusief Frankrijk!) is fiscaal-economisch veel te verrot om met ons in één Unie te blijven. Zet een punt achter de vergissing die we de Euro noemen en schrijf de EU ook maar meteen af.
De zuidelijke landen moeten zelf beslissen of ze hun eigen munten willen houden, of ze de EU en de Euro willen handhaven, dat is hun zaak. Maar het Noorden moet niet langer meedoen aan dit gedoemde project. Niet het Zuiden moet er uit: wij moeten er uit! We verlaten de EU, vormen met de economisch sterke landen een nieuw verbond zonder de absurde Brusselse bureaucratie, en we voeren een nieuwe gezamenlijke munt in.
Nee, we gaan niet terug naar de Gulden. Laten we niet vergeten dat onze munt altijd al gekoppeld was aan de koers van de D-Mark. En omdat de Noordelijke landen allemaal economisch gelijkwaardig zijn, kunnen we een eenduidig monetair beleid voeren. Alle Noordelijke landen die nu de Euro voeren kunnen dus het beste één nieuwe munt invoeren. Op die manier behouden we de voordelen van de Euro (niet hoeven wisselen als je even naar de buren gaat) en zijn we af van de nadelen (de hele Europese economie wankelt als een zuidelijk land in de problemen komt). Het zal kosten met zich meebrengen, maar het garandeert een stabiel en vrij Noord-Europa.
De Euro gaat om, en de EU ook. Als we de crisis nu afwenden (lees: afkopen) komt dezelfde ellende later terug, in ergere vorm. Uiteindelijk kan het niet meer afgekocht worden. Uiteindelijk komt aan Euro en EU een einde. Dat is niet te voorkomen. Maar wij, hier in het Noorden, kunnen daar sterker uit komen.
Eerst zouden de zuidelijke landen hun structurele problemen namelijk moeten oplossen. Anders is het dweilen met de kraan open. En als ze hun problemen eenmaal hebben opgelost, hebben ze ironisch genoeg onze hulp niet meer nodig. Hoe langer we ze nu dus nutteloze (schijn-)hulp geven, hoe langer ze geen serieuze druk voelen om hun problemen zelf op te lossen. De enige oplossing is: help ze op de manier die nuttig is. Help ze de Euro uit. Laat ze failliet gaan, hun eigen munten terugnemen, en op hun eigen voorwaarden hun eigen landen herstellen en herstructureren.
Dat betekent dat we al het geld dat we nu al aan het zuiden hebben geleend gewoon kwijt zijn. Nou, dat zijn we sowieso al. Dus laten we onze verliezen maar nemen nu ze nog te overzien zijn. De zuidelijke landen uit de Euro zetten volstaat echter niet eens meer. Dat scenario is nog veel te optimistisch: het volledige Zuiden (inclusief Frankrijk!) is fiscaal-economisch veel te verrot om met ons in één Unie te blijven. Zet een punt achter de vergissing die we de Euro noemen en schrijf de EU ook maar meteen af.
De zuidelijke landen moeten zelf beslissen of ze hun eigen munten willen houden, of ze de EU en de Euro willen handhaven, dat is hun zaak. Maar het Noorden moet niet langer meedoen aan dit gedoemde project. Niet het Zuiden moet er uit: wij moeten er uit! We verlaten de EU, vormen met de economisch sterke landen een nieuw verbond zonder de absurde Brusselse bureaucratie, en we voeren een nieuwe gezamenlijke munt in.
Nee, we gaan niet terug naar de Gulden. Laten we niet vergeten dat onze munt altijd al gekoppeld was aan de koers van de D-Mark. En omdat de Noordelijke landen allemaal economisch gelijkwaardig zijn, kunnen we een eenduidig monetair beleid voeren. Alle Noordelijke landen die nu de Euro voeren kunnen dus het beste één nieuwe munt invoeren. Op die manier behouden we de voordelen van de Euro (niet hoeven wisselen als je even naar de buren gaat) en zijn we af van de nadelen (de hele Europese economie wankelt als een zuidelijk land in de problemen komt). Het zal kosten met zich meebrengen, maar het garandeert een stabiel en vrij Noord-Europa.
De Euro gaat om, en de EU ook. Als we de crisis nu afwenden (lees: afkopen) komt dezelfde ellende later terug, in ergere vorm. Uiteindelijk kan het niet meer afgekocht worden. Uiteindelijk komt aan Euro en EU een einde. Dat is niet te voorkomen. Maar wij, hier in het Noorden, kunnen daar sterker uit komen.
donderdag 27 oktober 2011
Vang asielzoekers op in hun eigen regio!
Vandaag moet er besloten worden: moet Mauro Manuel vertrekken uit Nederland, of mag hij blijven? Dit is niet de eerste keer dat er ophef is over een minderjarige asielzoeker. Dit toont twee dingen aan: ten eerste dat de oppositie graag zielige gevallen uitmelkt voor hun eigen gewin, en ten tweede dat er inderdaad iets mis is met onze wetgeving omtrent asielzoekers. Wat we nu moeten doen is niet steeds naar één geval kijken en daar weken over bekvechten, maar structurele hervormingen op de agenda zetten.
Het is veel te makkelijk, en uiterst hypocriet, om het meest schrijnende geval uit te zoeken, en tig cameras op te richten, en te roepen hoe wreed dit kabinet is. Dat horen we namelijk elk jaar, van elke oppositie, welk kabinet er ook zit. Het was staatssecretaris Albayrak (PvdA) die in 2009 besloot dat Mauro Manuel niet mocht blijven, en ze besloot dit op basis van de wetgeving die was gemaakt door Job Cohen (PvdA). Met partijen heeft dit dus weinig te maken: onze wetgeving is niet in staat om de asielzoekerskwestie op te lossen.
Het probleem is simpel: de procedures zijn zó lang dat asielzoekers hier jaren verblijven, en hier dus aarden. Als ze dan toch weg moeten, terwijl ze hier een leven hebben opgebouwd, is dat van hun oogpunt gezien best wrang. Dat valt vooral op in geval van jongeren, want die hier zijn opgegroeid. Vaak hebben ze ook niet zélf gekozen om hierheen te komen, dus moeten we ze straffen voor iets dat buiten hun schuld ligt?
Rationeel gezien: het gaat niet om straffen, het gaat om het naleven van de wet. Dat is wat minister Leers wil doen. Er zijn niet voor niets criteria opgesteld die bepalen wie mag blijven onder welke omstandigheden en wie niet. Als die er niet waren zat half Afrika morgen in ons land, want wij hebben de boel hier een stuk beter voor elkaar. Nou dat zou dan snel afgelopen zijn. Ons land zou instorten.
Daarom dus criteria. En dat betekent dat er altijd wel mensen zijn die nét niet aan die criteria voldoen, en dus wegmoeten. Als je dan met je hart gaat beslissen, dan krijg je willekeur. Dan besluit een minister op basis van arbitraire gevoelens van sympathie wie wél en wie niet mag blijven. Ondenkbaar, want we hebben in Nederland een stelsel van gelijke behandeling. Dat betekent dat iedere andere asielzoeker in een soortgelijke situatie óók kan procederen om te mogen blijven, waarschijnlijk met succes.
Dan kunnen die criteria dus wel het raam uit, en hebben we totale chaos. Er moeten simpele, heldere regels zijn. We kunnen niet zonder. Aan de andere kant: de huidige regels zijn geenszins simpel of helder, en dat is juist het grote probleem. Want dan krijgen we die lange procedures, en grote groepen eigenlijk best ingeburgerde mensen die weg moeten.
De oplossing is nogal evident, en bovendien al zeker een decennium oud, want Pim Fortuyn stelde het destijds al voor: vang asielzoekers op in hun eigen regio, niet hier. Laten we gewoon ons budget inzetten om asielzoekerscentra op te zetten in de buurt van gebieden die getroffen zijn door rampspoed.
Het doel van de opvang is dat deze tijdelijk is; dat de asielzoekers weer terugkeren als het gevaar is geweken. Dat kan sneller als ze relatief dicht in de buurt worden opgevangen. Dan kunnen ze direct aan de slag om hun thuisland weer op te bouwen. Wat mij betreft bieden we daartoe nuttige opleidingen aan, in de centra zelf.
Een bijkomend voordeel is dat er dus géén asielzoekers meer naar Nederland zelf komen, en ze dus niet inburgeren. Gaan of blijven is geen kwestie meer, want van blijven zal geen sprak zijn. Ze komen hier om te beginnen niet naartoe!
We kunnen dit systeem nóg effectiever maken door samen te werken met andere EU-landen. Ik vermoed dat Duitsland, Denemarken, België, Groot-Brittannië en andere landen hier wel iets in zullen zien. Dan zetten we de centra gezamenlijk op, of besteden we dat uit aan de VN, en vangen we geen asielzoekers meer op in Europa. In één klap het hele probleem opgelost.
Als ik Leers was, zou ik dit nastreven. Wat de oppositie er van vindt weet ik niet, maar ik zou ze het volgende voorstellen: we voeren dit nu in, en dan mogen mensen als Mauro Manuel blijven. Nieuwe wetgeving, nog één keer een generaal pardon om van het hele gedoe af te zijn, en dan gaan de grenzen ook dicht voor asielzoekers. Die vangen we dan op in de eigen regio. En dan hoeven we nooit meer tijd te verspillen aan debatten die toch enkel op de emotie worden gespeeld.
Het is veel te makkelijk, en uiterst hypocriet, om het meest schrijnende geval uit te zoeken, en tig cameras op te richten, en te roepen hoe wreed dit kabinet is. Dat horen we namelijk elk jaar, van elke oppositie, welk kabinet er ook zit. Het was staatssecretaris Albayrak (PvdA) die in 2009 besloot dat Mauro Manuel niet mocht blijven, en ze besloot dit op basis van de wetgeving die was gemaakt door Job Cohen (PvdA). Met partijen heeft dit dus weinig te maken: onze wetgeving is niet in staat om de asielzoekerskwestie op te lossen.
Het probleem is simpel: de procedures zijn zó lang dat asielzoekers hier jaren verblijven, en hier dus aarden. Als ze dan toch weg moeten, terwijl ze hier een leven hebben opgebouwd, is dat van hun oogpunt gezien best wrang. Dat valt vooral op in geval van jongeren, want die hier zijn opgegroeid. Vaak hebben ze ook niet zélf gekozen om hierheen te komen, dus moeten we ze straffen voor iets dat buiten hun schuld ligt?
Rationeel gezien: het gaat niet om straffen, het gaat om het naleven van de wet. Dat is wat minister Leers wil doen. Er zijn niet voor niets criteria opgesteld die bepalen wie mag blijven onder welke omstandigheden en wie niet. Als die er niet waren zat half Afrika morgen in ons land, want wij hebben de boel hier een stuk beter voor elkaar. Nou dat zou dan snel afgelopen zijn. Ons land zou instorten.
Daarom dus criteria. En dat betekent dat er altijd wel mensen zijn die nét niet aan die criteria voldoen, en dus wegmoeten. Als je dan met je hart gaat beslissen, dan krijg je willekeur. Dan besluit een minister op basis van arbitraire gevoelens van sympathie wie wél en wie niet mag blijven. Ondenkbaar, want we hebben in Nederland een stelsel van gelijke behandeling. Dat betekent dat iedere andere asielzoeker in een soortgelijke situatie óók kan procederen om te mogen blijven, waarschijnlijk met succes.
Dan kunnen die criteria dus wel het raam uit, en hebben we totale chaos. Er moeten simpele, heldere regels zijn. We kunnen niet zonder. Aan de andere kant: de huidige regels zijn geenszins simpel of helder, en dat is juist het grote probleem. Want dan krijgen we die lange procedures, en grote groepen eigenlijk best ingeburgerde mensen die weg moeten.
De oplossing is nogal evident, en bovendien al zeker een decennium oud, want Pim Fortuyn stelde het destijds al voor: vang asielzoekers op in hun eigen regio, niet hier. Laten we gewoon ons budget inzetten om asielzoekerscentra op te zetten in de buurt van gebieden die getroffen zijn door rampspoed.
Het doel van de opvang is dat deze tijdelijk is; dat de asielzoekers weer terugkeren als het gevaar is geweken. Dat kan sneller als ze relatief dicht in de buurt worden opgevangen. Dan kunnen ze direct aan de slag om hun thuisland weer op te bouwen. Wat mij betreft bieden we daartoe nuttige opleidingen aan, in de centra zelf.
Een bijkomend voordeel is dat er dus géén asielzoekers meer naar Nederland zelf komen, en ze dus niet inburgeren. Gaan of blijven is geen kwestie meer, want van blijven zal geen sprak zijn. Ze komen hier om te beginnen niet naartoe!
We kunnen dit systeem nóg effectiever maken door samen te werken met andere EU-landen. Ik vermoed dat Duitsland, Denemarken, België, Groot-Brittannië en andere landen hier wel iets in zullen zien. Dan zetten we de centra gezamenlijk op, of besteden we dat uit aan de VN, en vangen we geen asielzoekers meer op in Europa. In één klap het hele probleem opgelost.
Als ik Leers was, zou ik dit nastreven. Wat de oppositie er van vindt weet ik niet, maar ik zou ze het volgende voorstellen: we voeren dit nu in, en dan mogen mensen als Mauro Manuel blijven. Nieuwe wetgeving, nog één keer een generaal pardon om van het hele gedoe af te zijn, en dan gaan de grenzen ook dicht voor asielzoekers. Die vangen we dan op in de eigen regio. En dan hoeven we nooit meer tijd te verspillen aan debatten die toch enkel op de emotie worden gespeeld.
woensdag 26 oktober 2011
Het Eurofascisme
Een encyclopedisch artikel
Eurofascisme is een radicale, autoritaire and
supranationalistische politieke ideologie. Eurofascisten streven ernaar om een
allesoverheersende Europese “identiteit” te scheppen, gebaseerd op
dienstbaarheid van allen jegens de Europese Unie. De EU zien zij als een
organisch geheel, waarin individuen en staten niet zelfstandig zijn (en dat ook
niet horen te zijn), maar samengebonden worden in één “gedeelde
identiteit”.
Om dit te bereiken proberen Eurofascisten de samenleving te
“zuiveren” van bewegingen, ideeën, mensen en systemen die zij als anti-Europees
beschouwen. Voornamelijk anticentralisten en patriotten zijn het slachtoffer
van deze grootschalige hetze, maar iedere groep en ieder individu die aangeeft onafhankelijkheid
belangrijker te vinden dan Europese eenheid is een vijand in de ogen van de
Eurofascisten.
Labels:
discussie,
Europa,
Europese Unie,
politiek
maandag 24 oktober 2011
Het recht om jezelf te verdedigen
Als een inbreker je in je eigen huis met de dood bedreigt, en je ziet kans om hem dood te steken mijn zegen heb je.
Vanuit een menselijk oogpunt is het beschaafder om, als het kan, zelfs een kwaadwillend persoon zonder blijvende schade uit te schakelen. Maar laat niemand je ooit het recht op zelfverdediging ontzeggen. Er kan eindeloos beweerd worden dat de staat het geweldmonopolie heeft, maar dat is een utopie.
De politie is niet altijd en overal aanwezig, en daarmee is het beschermingsmonopolie van de staat incompleet. Criminelen wachten niet op de politie, en plegen zelf wél geweld tegen onschuldigen. De burger die daar tussenin zit heeft het recht om zich te verweren met alle beschikbare middelen.
Vandaag kwam het verhaal naar buiten van een bejaarde meneer die een inbreker van zeventien heeft doodgestoken. Dit gebeurde in België, en daar heeft men blijkbaar nog wat verstand bij de politie. Er werd meteen (voorlopig, in afwachting van verder onderzoek) geconcludeerd dat het ging om zelfverdediging.
En zo hoort het. De men in kwestie woont in een huurt vol met criminaliteit (en de eerlijkheid gebied te zeggen: de overweldigend allochtone bevolking is daarvan de oorzaak). Hij is al vijf keer eerder geconfronteerd met inbraken. En ditmaal werd hij door de inbrekers met een schroevendraaier bedreigd. Toen hij kans zag een mes te pakken, stak hij één van hen neer.
Dat was zijn recht. In ons land word je voor zoiets afgevoerd als ware jij de boef. En er zijn genoeg mensen die het graag zo zien: de allochtone jeugd in de wijk ging woedend de straat op omdat hun broeder zomaar was vermoord. Ze negeren dat hij een notoire veelpleger was. Of liever gezegd: ze vinden zijn gedrag heel normaal.
Gelukkig hebben de autoriteiten in België tot zover geen enkel gehoor gegeven aan de oproep om de man die zichzelf verdedigde te arresteren. De Belgische politie laat daarmee duidelijk weten dat zelfverdediging een recht is. Laat Nederland daar een voorbeeld aan nemen.
Vanuit een menselijk oogpunt is het beschaafder om, als het kan, zelfs een kwaadwillend persoon zonder blijvende schade uit te schakelen. Maar laat niemand je ooit het recht op zelfverdediging ontzeggen. Er kan eindeloos beweerd worden dat de staat het geweldmonopolie heeft, maar dat is een utopie.
De politie is niet altijd en overal aanwezig, en daarmee is het beschermingsmonopolie van de staat incompleet. Criminelen wachten niet op de politie, en plegen zelf wél geweld tegen onschuldigen. De burger die daar tussenin zit heeft het recht om zich te verweren met alle beschikbare middelen.
Vandaag kwam het verhaal naar buiten van een bejaarde meneer die een inbreker van zeventien heeft doodgestoken. Dit gebeurde in België, en daar heeft men blijkbaar nog wat verstand bij de politie. Er werd meteen (voorlopig, in afwachting van verder onderzoek) geconcludeerd dat het ging om zelfverdediging.
En zo hoort het. De men in kwestie woont in een huurt vol met criminaliteit (en de eerlijkheid gebied te zeggen: de overweldigend allochtone bevolking is daarvan de oorzaak). Hij is al vijf keer eerder geconfronteerd met inbraken. En ditmaal werd hij door de inbrekers met een schroevendraaier bedreigd. Toen hij kans zag een mes te pakken, stak hij één van hen neer.
Dat was zijn recht. In ons land word je voor zoiets afgevoerd als ware jij de boef. En er zijn genoeg mensen die het graag zo zien: de allochtone jeugd in de wijk ging woedend de straat op omdat hun broeder zomaar was vermoord. Ze negeren dat hij een notoire veelpleger was. Of liever gezegd: ze vinden zijn gedrag heel normaal.
Gelukkig hebben de autoriteiten in België tot zover geen enkel gehoor gegeven aan de oproep om de man die zichzelf verdedigde te arresteren. De Belgische politie laat daarmee duidelijk weten dat zelfverdediging een recht is. Laat Nederland daar een voorbeeld aan nemen.
zaterdag 22 oktober 2011
Altijd gejank om Sinterklaas en Zwarte Piet
Ze zijn vroeg dit jaar. Meestal begint het pas in November,
of dat is althans mijn ervaring. Maar je kunt er donder op zeggen dat het ieder
jaar weer opgerakeld zal worden: het ver-schrik-ke-lij-ke racisme dat wij
“het Sinterklaasfeest” noemen.
Degenen die hierover beginnen vormen een zeer kleine groep
mensen, en ze maken er een beroep van om zich aan dingen te ergeren. Deze groep
bestaat uit enerzijds mensen van allochtone komaf die zichzelf graag als
slachtoffer neerzetten, en anderzijds uit mensen van autochtone komaf die de
bovengenoemde allochtonen net zo graag als slachtoffer neerzet.
Het zijn deze mensen die het onacceptabel vinden dat
Sinterklaas een kruis op z’n mijter draagt. Die vinden dat er in december een
religie-neutraal “lichtfeest” moet worden gehouden. Die vinden dat Zwarte Piet
een affront is voor alle niet-blanke mensen op deze aardbol.
Juist, ja. We hebben voor degelijke mensen een woord:
aanstellers.
vrijdag 7 oktober 2011
Utopisten
Vrijheid is een extremistisch woord geworden. Want in Europa
is sociaal-democratie geen politieke stroming, maar de politieke standaard.
Zelfs liberale partijen zijn ingebed in een stelsel van etatisme. Noem
tenslotte eens één partij in ons land die écht streeft naar een kleine
overheid…?
Ook de VVD is in essentie “sociaal-liberaal” (zoals dat
dan heet). Men pleit (af en toe) voor een iets kleinere overheid, maar dat betekent relatief
kleiner. Ook als het VVD-programma onverkort werd uitgevoerd, leefden we nog in
een sociaal-democratie naar standaard Europees model. Big Government is
bijna een natuurwet, en nauwelijks durft men er vraagtekens bij te zetten.
Niet zo gek ook, want wie dat wél doet, wordt meteen
uitgemaakt voor “radicaal”, “extremist” of (mijn absolute favoriet) “utopist”.
Geloven in vrijheid is een utopie geworden! Nou ja, volgens de mensen die zelf niet
in vrijheid geloven, dan.
Het typische van een dergelijke beschuldiging is dat deze
naar je hoofd wordt geslingerd zodra je kritiek uit op de EU en/of op een
monetair stelsel dat is gebaseerd op papieren geld en eindeloze schuldenbergen.
Iedereen die er op wijst dat dergelijke stelsels onhoudbaar zijn, krijgt de
wind van voren.
Want dan ben je harteloos. Als je van mening bent dat we
géén honderden miljarden in bij voorbaat gedoemde “hulp”-fondsen van de EU
moeten storten, dan ben je niet “solidair”. Als je gelooft dat een financieel
stelsel gebouwd op drijfzand volstrekt kansloos is, dan ben je een
“doemdenker”.
Nee, zo zullen de hordes sociaal-democraten (al dan niet
vermomd als leden van een andere stroming) je keer op keer de les lezen: we
hebben nu eenmaal voor dit stelsel gekozen. Nu zitten we er aan vast. Als je
het kaartenhuis nu omver blaast, en de hele ellende weg laat zinken in het drijfzand,
dan stort je miljoenen mensen de armoede in.
Never mind dat dit stelsel het sowieso niet gaat
redden. Never mind dat bij een (onvermijdelijke) ineenstorting van zowel
de megalomane EU als een financieel stelsel gebouwd op ongedekt krediet, een
nog veel grotere armoede zal ontstaan. En never mind dat het kunstmatig
in leven houden van dit kansloze bestel ons dagelijks bakken vol geld en bakken
vol vrijheid kost.
En als je er dan voorzichtig de vinger op legt dat het
goedkoper, eerlijker en democratischer is om een onhoudbaar systeem te laten
vallen (met alle kosten van dien), en op een solide fundament opnieuw te
beginnen – dan ben je een utopist. Want we hebben gekozen voor de EU,
dus nu is er geen alternatief meer. Want we hebben gekozen voor ongedekt geld,
dus niet mogen we het casino niet meer uit.
Als het vertrouwen weer terug is, dan is het probleem ook voorbij. Dan maakt het gapende gat in elke begroting niet meer uit, want dan kunnen we gewoon met z’n allen doen alsof het niet bestaat. Tot de volgende crisis, natuurlijk.
Wie verkoopt hier nou utopieën?
In de zeik genomen
Daar haalde Nederland gisteren toch maar weer even het
internationale nieuws! Helaas was het, zoals wel vaker, niet in een positief
daglicht. Integendeel, aan dit nieuws zat een luchtje… een walgelijke pisdamp
kunnen wel zeggen.
De NS kwam met iets dat als 1 april-grap zonder meer
hilarisch zou zijn geweest: de plaszak. Want toiletten op die sprinters, dat
neemt zó veel ruimte in, dat kan gewoon niet meer! Dus die moeten weg. Maar ja,
wat als er dan toch een passagier heel nodig moet? Een incidentje waarbij de
acteur Gérard Dépardieu recentelijk z’n behoefte midden in het gangpad van een
vliegtuig deed, leert dat dit bad for business is.
Er moest dus een andere oplossing komen. Je stelt je gewoon
voor hoe ze daar bij de NS over hebben zitten brainstormen. Zullen we dat
stomme volk maar gewoon uit een raampje laten pissen? Nee, da’s te lastig,
en werkt niet goed voor vrouwen. Iedere stoel een klein brievenbusje achter
in de leuning, dat is tegenwoordig hip…? Kan ook niet, lijkt te veel op een
politiek statement. Een paar gaten in de vloer, dan? Nee, hoe mooi ook,
dat vormt een veiligheidsrisico.
En opeens heb je het! In vliegtuigen zijn er toch van die
zakken om in te kotsen? Waarom niet gewoon een zak om in te urineren? Oh, maar
dat was het he-le-maal! Waarom hadden ze dat niet eerder bedacht? Zo snel
mogelijk ontworpen, en toen direct een persmomentje ingelast om hun genialiteit
wereldkundig te maken.
Zoals men in de Engelstalige wereld zo mooi kan zeggen: it
went down like a lead balloon. Ze waren totaal verbijsterd, daar bij de NS.
Hun mooie plan, ze hadden er zo intens aan gewerkt, en nu bleek enkel spot en
hoon hun deel. Ze weigerden ieder verder commentaar, en trokken zich terug om
zich te beraden. Waar hadden ze deze behandeling nou aan verdiend?
Nee, echt. Het was duidelijk uit hun houding af te lezen: ze
snapten écht niet (en snappen waarschijnlijk nu nog steeds niet) waarom dit
idee zo volstrekt achterlijk is. Het is symptomatisch voor de NS: geheel
losgekoppeld van de burgers, alsof ze zich op een ander spoor bevinden dan de
rest van de wereld.
Uit die ontkoppelde staat komen plannen als de “plaszak”
voort. Het ergste is dat ze het gewoon niet inzien. Ze weten letterlijk niet
wat ze fout doen. Minachting van mensen is de facto hun manier van
denken. “Want we moeten toch besparen…?” Als je naar zo’n directeur van de NS
toeloopt en hem haarfijn uitlegt dat hij A) betaald wordt van jouw
belastinggeld, B) een salaris boven de Balkenendenorm geniet, en C) dus ten
minste het fatsoen dient te hebben om de meest basale voorzieningen voor zijn
klanten te leveren –
…Dan zou die
overbetaalde lapzwans je aankijken alsof je twee hoofden had. Hij zou écht niet
begrijpen waar je het over had. “Maar u krijgt toch een plaszak van ons?
U hoeft er niet eens extra voor te betalen.” En als je dan subtiel uitlegt dat
hij wellicht éérst zijn onverdiende bonus eens in zou moeten leveren en er dán
over andere bezuinigingen gepraat kan worden, dan zou hij beledigd zijn.
En dat, beste
mensen, is de NS anno 2011. Een arrogant monopolie, geheel beschermd door de
overheid, en al jaren geleden op tragische wijze het spoor bijster geraakt. Ik
geef toe, mijn schets van de brainstormsessie én van de NS-directeur zijn
verzonnen – maar ik geloof niet dat ik ver bezijden de waarheid zit!
Wereldvreemde
technocraten, betaald van belastinggeld, vormen het bestuur van de NS. Als deze
koers doorzet mag de naam van de organisatie veranderd worden in Nederlands
Sanitair. Het eerste bedrijf dat z’n klanten echt volledig in de zeik zet
en ook nog verwacht hiervoor bedankt te worden.
Dan weten we ook
weer waar onze centen aan besteed worden. Fijn dat ze ons bij de NS weer even
met de neus op de onwelriekende feiten drukken. Wil de directie nu als de
sodemieter collectief ontslag nemen? Het zal er wel niet van komen. En de
minister zal het lef ook wel niet hebben om ze er uit te schoppen.
En de plaszak? Die
zal wel niet ingevoerd worden… voorlopig. Maar via de achterdeur, als
“noodvoorziening bij slecht weer”, komt-ie er tóch. En als de leiding van de NS
denkt dat we het wel weer vergeten zijn, dan wordt het ding alsnog stilletjes
ingevoerd. Zonder aankondiging, zodat er geen massaal bezwaar is. Misschien was
dat al die tijd hun plan wel, en was dit alleen even een manier om de weerstand
te testen.
zaterdag 24 september 2011
Stakingen in de publieke sector zijn misdadig
Minister Schultz van Haegen heeft er schoon genoeg van: als recalcitrante kinderen willen de werknemers in de OV-sector opnieuw het werk neerleggen. Dat zou al de vijfde keer op een rij zijn dat ze hun werk verzaken – en waarom? Simpel gezegd: omdat ze geen speciale behandeling krijgen.
Er moet 18 miljard euro worden bezuinigd, en geen enkel onderdeel van de publieke sector ontsnapt daar aan. De OV-sector wil er echter niets van weten, en wil door brutale werkweigering afdwingen dat ze vrijgesteld worden. Laat anderen de broekriem maar aanhalen, zij vinden dat ze dat zelf niet hoeven.
Het is een grof schandaal. Laten we vooral niet vergeten dat deze mensen allemaal grotendeels of zelfs geheel worden bekostigd van belastinggeld. Dat wordt opgehoest door de belastingbetalende burger, die dankzij de crisis al geconfronteerd wordt met herhaaldelijke lastenverzwaringen. De OV-sector zegt eigenlijk: betaal nog maar wat meer, zodat wij niet hoeven te betalen.
Een dergelijke mentaliteit moet keihard afgestraft worden. Als je zoiets beloont door nog langer met ze in gesprek te gaan, of ze wellicht zelfs te geven wat ze willen, dan moedig je anderen aan om hetzelfde te doen. En dat zal sowieso gebeuren: het OV heeft een geschiedenis van stakingen, dus men grijpt in die sector meteen naar dat middel. Maar naar mate de bezuinigingen op de publieke sector vorm krijgen, zullen ook andere onderdelen overgaan tot staking.
Wie zal de volgende zijn? Ministeriële ambtenaren? Politieagenten (wéér)? Of nog een andere groep? Eén ding staat vast: ze zullen betaald worden van belastinggeld, en zich het recht om te klagen aanmeten omdat ze net zo veel moeten inleveren als de burgers die hun salaris moeten ophoesten.
Dergelijke hypocrisie is stuitend, en er zullen dan ook zo snel mogelijk stappen moeten worden genomen om verdere stakingen in de publieke sector te voorkomen. De oplossing ligt voor de hand: verbied werknemers in de publieke sector simpelweg om te staken.
Dat idee is helemaal niet vreemd. Lange tijd is het de standaard geweest, en voor bijvoorbeeld de krijgsmacht is het dat nog steeds. Een stakende soldaat pleegt volgens de wet verraad, en zal er voor berecht worden. En toch liggen de lonen in de krijgsmacht helemaal niet absurd laag. Terwijl de stakingsleiders in de rest van de publieke sector altijd roepen dat het kelderen van de lonen onvermijdelijk is als ze niet mogen staken…
Stakingen zijn geen acceptabel middel, als men betaald wordt van belastinggeld. Door geld te accepteren dat onvrijwillig is afgedragen door een ander, neemt een werknemer de verplichting op zich om de dienst waarvoor hij wordt betaald conform de contracten en afspraken uit te voeren. Als hij die plicht verzaakt, steelt hij eigenlijk van de belastingbetaler.
Om deze reden dient onze rijksoverheid zo snel mogelijk een noodwet uit te vaardigen die alle stakingen in de publieke sector verbiedt en deelname aan illegale stakingen zwaar bestraft. Tevens moeten werknemers in de publieke sector die tóch illegaal staken op staande voet kunnen worden ontslagen – zonder een cent ontslagvergoeding, natuurlijk!
Dit land bevindt zich in een crisis. We worden allemaal gedwongen om iets in te leveren, want door te matigen komt men gezond door de magere jaren, zodat er weer volop kan worden genoten in de vette jaren. Als grote delen van de publieke sector nu weigeren te matigen, verteren ze de voorraden van anderen, en dat is intolerabel. Wie wil mogen staken dient werk te vinden op de vrije markt. Wie betaald wil worden van belastinggeld dient gewoon zijn plicht te doen.
Er moet 18 miljard euro worden bezuinigd, en geen enkel onderdeel van de publieke sector ontsnapt daar aan. De OV-sector wil er echter niets van weten, en wil door brutale werkweigering afdwingen dat ze vrijgesteld worden. Laat anderen de broekriem maar aanhalen, zij vinden dat ze dat zelf niet hoeven.
Het is een grof schandaal. Laten we vooral niet vergeten dat deze mensen allemaal grotendeels of zelfs geheel worden bekostigd van belastinggeld. Dat wordt opgehoest door de belastingbetalende burger, die dankzij de crisis al geconfronteerd wordt met herhaaldelijke lastenverzwaringen. De OV-sector zegt eigenlijk: betaal nog maar wat meer, zodat wij niet hoeven te betalen.
Een dergelijke mentaliteit moet keihard afgestraft worden. Als je zoiets beloont door nog langer met ze in gesprek te gaan, of ze wellicht zelfs te geven wat ze willen, dan moedig je anderen aan om hetzelfde te doen. En dat zal sowieso gebeuren: het OV heeft een geschiedenis van stakingen, dus men grijpt in die sector meteen naar dat middel. Maar naar mate de bezuinigingen op de publieke sector vorm krijgen, zullen ook andere onderdelen overgaan tot staking.
Wie zal de volgende zijn? Ministeriële ambtenaren? Politieagenten (wéér)? Of nog een andere groep? Eén ding staat vast: ze zullen betaald worden van belastinggeld, en zich het recht om te klagen aanmeten omdat ze net zo veel moeten inleveren als de burgers die hun salaris moeten ophoesten.
Dergelijke hypocrisie is stuitend, en er zullen dan ook zo snel mogelijk stappen moeten worden genomen om verdere stakingen in de publieke sector te voorkomen. De oplossing ligt voor de hand: verbied werknemers in de publieke sector simpelweg om te staken.
Dat idee is helemaal niet vreemd. Lange tijd is het de standaard geweest, en voor bijvoorbeeld de krijgsmacht is het dat nog steeds. Een stakende soldaat pleegt volgens de wet verraad, en zal er voor berecht worden. En toch liggen de lonen in de krijgsmacht helemaal niet absurd laag. Terwijl de stakingsleiders in de rest van de publieke sector altijd roepen dat het kelderen van de lonen onvermijdelijk is als ze niet mogen staken…
Stakingen zijn geen acceptabel middel, als men betaald wordt van belastinggeld. Door geld te accepteren dat onvrijwillig is afgedragen door een ander, neemt een werknemer de verplichting op zich om de dienst waarvoor hij wordt betaald conform de contracten en afspraken uit te voeren. Als hij die plicht verzaakt, steelt hij eigenlijk van de belastingbetaler.
Om deze reden dient onze rijksoverheid zo snel mogelijk een noodwet uit te vaardigen die alle stakingen in de publieke sector verbiedt en deelname aan illegale stakingen zwaar bestraft. Tevens moeten werknemers in de publieke sector die tóch illegaal staken op staande voet kunnen worden ontslagen – zonder een cent ontslagvergoeding, natuurlijk!
Dit land bevindt zich in een crisis. We worden allemaal gedwongen om iets in te leveren, want door te matigen komt men gezond door de magere jaren, zodat er weer volop kan worden genoten in de vette jaren. Als grote delen van de publieke sector nu weigeren te matigen, verteren ze de voorraden van anderen, en dat is intolerabel. Wie wil mogen staken dient werk te vinden op de vrije markt. Wie betaald wil worden van belastinggeld dient gewoon zijn plicht te doen.
zaterdag 3 september 2011
Greenpeace is een terroristische organisatie
Eerder deze week was het weer raak: het aksievolkje van Greenpeace besloot weer eens dat democratie een veel te verfijnd instrument voor ze is. Er gebeurt iets dat ons niet bevalt? Er wordt een kolencentrale aangelegd waar wij geen zin in hebben? Tja, we kunnen natuurlijk net als ieder normaal burger steun voor ons standpunt gaan winnen, maar waarom zouden we – als we ook gewoon met grof geweld de boel kunnen verstieren?
Want het is geweld, wanneer activisten een bouwplaats gaan bezetten en eerlijke vaklui beletten in de uitvoering van hun taken. Vergist u zich daar niet in! Geen geweld tegen personen deze keer, hoewel Greenpeace daar ook een handje van heeft (door bijvoorbeeld rotsblokken in zee te werpen in de hoop dat schepen daar tegenaan varen en onschuldige vissers verdrinken).
Maar wat is het anders dan geweld, als je fysieke macht uitoefent om jouw wil aan anderen op te leggen? Dit geweld heeft ook nog eens een politiek doel: ze willen met hun actie (zie de vele posters, hoor de gescandeerde leuzen) steun vergaren voor hun doelen, en hun tegenstanders intimideren (zie de woeste gebaren, hoor het gescheld tegen de constructiemedewerkers). We hebben hier een woord voor: terrorisme.
Toegegeven, in dit geval een milde vorm, maar toch onmiskenbare terreur. Waarom staan we dit toe, in een beschaafd land? Natuurlijk is het een groot goed dat belangengroepen hun mening mogen verkondigen, wat voor mening het ook is – maar een mening uitdragen is niet hetzelfde als een mening opleggen. Greenpeace houdt zich in dit geval vooral met het laatste bezig, en dát gaat te ver.
Vooral absurd is het feit dat deze ‘bezetters’ zich beroepen op de wet, terwijl ze zelf de wet met voeten treden. De Raad van State heeft besloten dat de vergunningen voor de energiecentrale-in-aanleg op een beperkt aantal punten niet aan de eisen voldoen. Dus de jongens en meisjes van Greenpeace zullen wel eens effe zorgen dat er geen paal meer de grond in gaat! Zelfs als ze een punt hebben, dan horen ze zich te beklagen bij de politie of bij de rechter. Wat ze hier doen is je reinste eigenrichting.
Daar komt bij dat ze helemaal niet sterk staan. De provincie heeft expliciet toestemming gegeven voor de verdere bouw, omdat de aandachtspunten in de vergunningen zonder al te veel moeite kunnen worden aangepakt. De bouw kan ondertussen gewoon doorgaan. Dat is de keuze van de provincie en van de energiemaatschappij zelf. Mocht de het vergunning alsnog halen, dan hebben zij extra geld gestoken in een centrale die nooit aangezet mag worden. Dat ze doorgaan met bouwen toont aan hoe stevig hun positie is.
Wellicht zal, als het niet goed komt met de vergunning, de rechter zelfs bepalen dat het centralegebouw afgebroken moet worden, op kosten van de energiemaatschappij en de provincie. Als Greenpeace écht een grond tot protest had, dan zouden ze daar toch op aansturen? Dat doen ze niet, en de reden is simpel: Greenpeace wil geen slimme of goede oplossing. Greenpeace wil terreur.
Deze gang van zaken vertelt ons alles dat we hoeven te weten over een club die een ideaal tot een dogma heeft gemaakt, en een protestbeweging tot een haatcampagne. Ja, het milieu verdient ook bescherming, en er zijn mensen en organisaties die daar zorg voor moeten en kunnen dragen. Greenpeace behoort daar niet toe. Greenpeace bezoedelt met het verbeten fanatisme van de ware dogmaticus de boodschap van welwillende en redelijke mensen die het milieu een wam hart toedragen.
En laat daar geen misverstand over bestaan: dit artikel is niet geschreven om de bouw van de kolencentrale te verdedigen. Ik ben zelf een verklaard tegenstander van die inderdaad vervuilende en overbodige kolencentrale. Anders dan de meeste milieuorganisaties pleit ik voor een kerncentrale als alternatief, maar dat maakt mij niet minder tégen de kolencentrale gekant.
Tegen vervuilende technieken, tegen het vernielen van kostbare natuur, mag men zich zonder meer verzetten. Graag zelfs! Maar dat dient te gebeuren op een wettige, democratisch gesanctioneerde wijze. Er zijn tal van organisaties die zich daar ook met hart en ziel voor inzetten, en ze verdienen daarvoor alle lof.
Greenpeace hoort niet tot die organisaties, en verdient ook niets anders dan minachting. “Green” kunnen ze nog heten, maar met “peace” hebben ze al lang niets meer te maken. Ze achten verwerpelijke middelen geoorloofd om hun visie af te dwingen, en daarmee zetten deze “activisten” zichzelf buitenspel. Greenpeace behoort dan ook op de composthoop van de geschiedenis, en tot het zo ver is op de lijst van verboden terroristische organisaties.
Want het is geweld, wanneer activisten een bouwplaats gaan bezetten en eerlijke vaklui beletten in de uitvoering van hun taken. Vergist u zich daar niet in! Geen geweld tegen personen deze keer, hoewel Greenpeace daar ook een handje van heeft (door bijvoorbeeld rotsblokken in zee te werpen in de hoop dat schepen daar tegenaan varen en onschuldige vissers verdrinken).
Maar wat is het anders dan geweld, als je fysieke macht uitoefent om jouw wil aan anderen op te leggen? Dit geweld heeft ook nog eens een politiek doel: ze willen met hun actie (zie de vele posters, hoor de gescandeerde leuzen) steun vergaren voor hun doelen, en hun tegenstanders intimideren (zie de woeste gebaren, hoor het gescheld tegen de constructiemedewerkers). We hebben hier een woord voor: terrorisme.
Toegegeven, in dit geval een milde vorm, maar toch onmiskenbare terreur. Waarom staan we dit toe, in een beschaafd land? Natuurlijk is het een groot goed dat belangengroepen hun mening mogen verkondigen, wat voor mening het ook is – maar een mening uitdragen is niet hetzelfde als een mening opleggen. Greenpeace houdt zich in dit geval vooral met het laatste bezig, en dát gaat te ver.
Vooral absurd is het feit dat deze ‘bezetters’ zich beroepen op de wet, terwijl ze zelf de wet met voeten treden. De Raad van State heeft besloten dat de vergunningen voor de energiecentrale-in-aanleg op een beperkt aantal punten niet aan de eisen voldoen. Dus de jongens en meisjes van Greenpeace zullen wel eens effe zorgen dat er geen paal meer de grond in gaat! Zelfs als ze een punt hebben, dan horen ze zich te beklagen bij de politie of bij de rechter. Wat ze hier doen is je reinste eigenrichting.
Daar komt bij dat ze helemaal niet sterk staan. De provincie heeft expliciet toestemming gegeven voor de verdere bouw, omdat de aandachtspunten in de vergunningen zonder al te veel moeite kunnen worden aangepakt. De bouw kan ondertussen gewoon doorgaan. Dat is de keuze van de provincie en van de energiemaatschappij zelf. Mocht de het vergunning alsnog halen, dan hebben zij extra geld gestoken in een centrale die nooit aangezet mag worden. Dat ze doorgaan met bouwen toont aan hoe stevig hun positie is.
Wellicht zal, als het niet goed komt met de vergunning, de rechter zelfs bepalen dat het centralegebouw afgebroken moet worden, op kosten van de energiemaatschappij en de provincie. Als Greenpeace écht een grond tot protest had, dan zouden ze daar toch op aansturen? Dat doen ze niet, en de reden is simpel: Greenpeace wil geen slimme of goede oplossing. Greenpeace wil terreur.
Deze gang van zaken vertelt ons alles dat we hoeven te weten over een club die een ideaal tot een dogma heeft gemaakt, en een protestbeweging tot een haatcampagne. Ja, het milieu verdient ook bescherming, en er zijn mensen en organisaties die daar zorg voor moeten en kunnen dragen. Greenpeace behoort daar niet toe. Greenpeace bezoedelt met het verbeten fanatisme van de ware dogmaticus de boodschap van welwillende en redelijke mensen die het milieu een wam hart toedragen.
En laat daar geen misverstand over bestaan: dit artikel is niet geschreven om de bouw van de kolencentrale te verdedigen. Ik ben zelf een verklaard tegenstander van die inderdaad vervuilende en overbodige kolencentrale. Anders dan de meeste milieuorganisaties pleit ik voor een kerncentrale als alternatief, maar dat maakt mij niet minder tégen de kolencentrale gekant.
Tegen vervuilende technieken, tegen het vernielen van kostbare natuur, mag men zich zonder meer verzetten. Graag zelfs! Maar dat dient te gebeuren op een wettige, democratisch gesanctioneerde wijze. Er zijn tal van organisaties die zich daar ook met hart en ziel voor inzetten, en ze verdienen daarvoor alle lof.
Greenpeace hoort niet tot die organisaties, en verdient ook niets anders dan minachting. “Green” kunnen ze nog heten, maar met “peace” hebben ze al lang niets meer te maken. Ze achten verwerpelijke middelen geoorloofd om hun visie af te dwingen, en daarmee zetten deze “activisten” zichzelf buitenspel. Greenpeace behoort dan ook op de composthoop van de geschiedenis, en tot het zo ver is op de lijst van verboden terroristische organisaties.
Labels:
Greenpeace,
politiek,
terrorisme
zaterdag 13 augustus 2011
Rivieren van bloed
Aan de overzijde van het kanaal lijkt de rust enigszins
weder te keren. Na nachtenlang verwoesting en plunderpartijen begint de rook op
te trekken. De puinhopen zien er in het daglicht alleen maar erger uit, en de
schade is enorm. Er zijn meerdere doden gevallen, nog veel meer
(zwaar)gewonden, talloze eigendommen zijn verwoest, gebouwen in brand gestoken,
winkels en huizen leeggeroofd bij de vleet.
Wie de foto’s ziet, zonder enige toelichting, zou op het
eerste gezicht vermoeden dat het om plaatjes uit een Syrische stad gaat, vlak
nadat islamitische moordcommando’s er hebben huisgehouden. Wie zou nu
geloven dat het Britse steden zijn, die zo in puin liggen? Hoe kan een
moderne samenleving zo ontwrichten dat het hiertoe komt?
woensdag 10 augustus 2011
De Amerikaanse vrijheid: verdronken in een schuldenput?
“I wish it were
possible to obtain a single amendment to our Constitution. I would be willing
to depend on that alone for the reduction of the administration of our
government to the genuine principles of its Constitution; I mean an additional
article, taking from the federal government the power of borrowing.”
– Thomas Jefferson, in
een brief aan John Taylor, 26 November 1798
De Verenigde Staten van Amerika zijn verwikkeld in een fel debat tussen
klaarblijkelijk onverzoenbare partijen. Aan de ene hand hebben we de voorstanders van een grote
overheid, met veel taken en verantwoordelijkheden. Zij willen dat de federale
overheid geld kan lenen om dat alles te financieren, en zien ook verhoging van
de belastingen wel zitten.
Hier recht tegenover
vinden we de pleitbezorgers van de kleine staat, die zich tot de kerntaken
beperkt. Zij willen koste wat het kost de wet tegenhouden die de overheid
toestaat om verdere schulden aan te gaan. Tevens willen zij niet de belastingen
verhogen, maar juist de uitgaven drastisch verlagen.
Het jaar was 1790, en
de Federalisten van Alexander Hamilton stonden lijnrecht tegenover de
Anti-Federalisten van Thomas Jefferson. De dertien staten hadden zich enkele
jaren eerder vrijgevochten van onder het Britse juk vandaan, en dat had flink
wat geld gekost. De staatsschuld was opgelopen tot 63 miljoen dollar: 38
miljoen schuld van de federale overheid, en 27 miljoen schuld van de
individuele staten.
Hamilton, de minister
van Financiën, stelde destijds voor dat de federale overheid de schulden van de
staten overnam, en staatsobligaties ging verkopen om deze eerste schulden af te
betalen. Dan zou er zo snel mogelijk méér geld geleend moeten worden, om flink
veel geld beschikbaar te krijgen voor de overheid. Daarnaast zouden er hoge
importtarieven moeten komen, om de eigen economie te beschermen. Met de
opbrengst van dit alles kon de Amerikaanse industrie dan door de staat
gesubsidieerd worden, en een machtig leger opgezet worden.
Jefferson had voor
deze megalomanie geen goed woord over. Als de federale overheid de schulden van
de staten overnam, zou dat betekenen dat de schulden over alle Amerikanen
verdeeld zouden worden. De staten die al veel hadden afbetaald (waaronder
Jeffersons eigen Virginia) zouden opdraaien voor de schuld van staten die nog
niets hadden afbetaald.
Erger nog: het zou de
staten afhankelijk maken van de federale overheid, die ze dan financieel in de
tang zou hebben. En als de federale overheid zich dan ook nog zélf in de
schulden zou steken, was dat nog veel erger: “the states will be indebted to a
New York banker, who will in turn be indebted to a London moneyshark!”
Naar mate de overheid
méér taken op zich zou nemen, zou ook het bedrag dat de staat moest lenen steeds
groter worden. De rentelast zou enorm worden, en vereisen dat de belastingen
weer verhoogd werden. En die belastingen - dat was óók al doffe ellende! Want
protectionisme zou alleen maar de prijzen opdrijven. Een vrije wereldmarkt zou
optimale concurrentie garanderen.
Wat wilde die
Hamilton eigenlijk met die grote overheid en dat machtige leger? Had hij ook
niet al eerder voorgesteld om George Washington tot koning te
kronen? (Gelukkig had Washington dat subiet afgewezen, en had hij gekozen voor
het bescheiden “mr. president”.) Volgens Jefferson was een leger vooral een
instrument van onderdrukking: de burger moest zichzelf kunnen en mogen
verdedigen, en krijgsmachten moesten zo klein mogelijk zijn. Hamilton was
volgens hem een dictator in spé.
Zo ver is het nooit
gekomen. Hamilton stierf op 12 juli 1804 in een duel met Aaron Burr, een andere
politieke en persoonlijke tegenstander van hem (hij was namelijk een man die
met zijn arrogante houding veel vijanden in het leven riep). In de
tussenliggende jaren had hij echter een blijvend stempel op de politiek en de
economie van de jonge republiek gedrukt.
In 1791 kwamen
Jefferson en Hamilton tot een compromis over de staatsschuld. Jefferson hoopte
daarmee de schade te beperken, door éénmalig een concessie te doen. Toen was
het hek echter van de dam, en hij erkende het in zijn latere jaren als een
kapitale blunder. Hamilton voerde steeds méér van zijn étatistische en
centralistische politiek door, en dat effect bleek zelfversterkend. Hoe
machtiger de centrale overheid werd, hoe moeilijker het werd om je ertegen te
verzetten, en hoe makkelijker de macht nog verder kon worden gecentraliseerd.
De Federalisten
wonnen het van de Anti-Federalisten, en de centrale overheid werd steeds
machtiger. De schuld en de belastingen liepen ook steeds verder op, en ook de
krijgsmacht werd al maar groter en machtiger. Er stonden twee politieke en
maatschappelijke visies tegenover elkaar, en het ordelijke pragmatisme won met
genadeloze bruutheid van het vrijheidslievende idealisme. Maar idealisten geven
nooit op, dus de strijd gaat verder.
We leven nu 220 jaar
na het fatale compromis van 1791, en hetzelfde debat is in al haar vurigheid
weer opgevlamd. Maar we zien hoe machtig de federalisten zijn, en hoe diep de
voetafdruk van hun tirannieke laars in de Amerikaanse ziel is gestampt: zowel
Democraten als Republikeinen zijn vóór het lenen van meer geld. De enige
politici die het erfgoed van Jefferson bewaken zijn een aantal idealisten die
zich scharen onder de banier van de Tea Party - vernoemd naar de gebeurtenis
waar de Amerikaanse opstand ooit mee is begonnen. En zelfs in die beweging
zitten veel conservatieven die van alles en nog wat willen laten verbieden door
een machtige overheid.
Er is in de Tea Party
gelukkig ook een vleugel van échte vrijheidsstrijders, en die maken zich nu
hard voor de idealen die Jefferson ooit zo krachtig formuleerde. Ze willen géén
verhoging van het schuldenplafond, géén verhoging van de belastingen, géén
bezettingslegers in Irak en Afghanistan, en géén almachtige staat.
Ze willen lagere
uitgaven, meer verantwoordelijkheid voor de burger zelf, een balanced budget en een staatsschuld die netjes
afbetaald wordt. Ze zijn verreweg in de minderheid, maar ze hebben gelijk. Net
zoals Jefferson dat twee eeuwen geleden al had. De strijd is nu nóg moeilijker,
de opportunistische pragmatisten nóg machtiger - maar laten we hopen dat de
verdedigers van de vrijheid een overwinning kunnen boeken. Anders is het lot
van de VS onzeker.
Jefferson, hun
inspirator, schreef de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten. Life, and liberty,
and the pursuit of happiness... dat waren zijn woorden, zijn idealen.
We kunnen hem met recht de vader van de Amerikaanse vrijheid noemen. En hij
waarschuwde tegen aanvallen op die vrijheid, keer op keer. Het lenen van grote
geldbedragen door de federale overheid zag hij als een enorme vergissing, die
uiteindelijk de vrijheid en onafhankelijkheid van de Amerikaanse burgers zou
bedreigen.
Het is zo ver
gekomen. Het grootste deel van de Amerikanen is zijn profetische woorden
blijkbaar vergeten, en nu dreigt een vrij land te bezwijken onder een schuld
die is aangegaan door generatie na generatie van megalomane politici.
woensdag 3 augustus 2011
De shariazone en de val van een keizerrijk: l’histoire se répète?
Een groep islamitische
fundamentalisten heeft een buitenwijk van Londen uitgeroepen tot een
“shariazone”, waar de islamitische wetgeving wordt opgelegd aan allen die zich
er bevinden. Het blijft op dit moment bij een aantal posters, maar de
aanstichters van dit plan zijn ondubbelzinnig: “We
hebben honderden, zo niet duizenden medewerkers die bereid zijn de straten te
patrouilleren,” stelt hun voorman, Anjem Choudary.
Een ijzingwekkende gedachte. Tirannieke fanatici roepen hun
eigen wet uit tot het enige geldende recht, en leggen het aan iedereen op – zo
nodig te vuur en te zwaard. Hoe gaat de Britse regering hier op reageren? Door
zich hard te maken voor de rechtsstaat en de rechtsgelijkheid die er uit
voortvloeit? Of… door het maar als makke lammeren te gedogen? Als men dat
laatste kiest, dan zullen ze uiteindelijk ook als lammeren naar het slachthuis
geleid worden. We moeten ons daarover absoluut geen illusies maken.
Labels:
cultuur,
geschiedenis,
islam,
moslimradicalen,
moslims,
politiek,
sharia,
wetgeving
Abonneren op:
Posts (Atom)
