Minister De Jager bezweert ons dat als we Griekenland geen enorme geldbedragen lenen, de economie van Nederland en de EU zal instorten. Nederlandse banken hebben miljarden aan Griekenland blootgesteld, vooral geld dat vastzit in Griekse staatsobligaties. Dat geld zal praktisch waardeloos worden als Griekenland omvalt, en de euro moet verlaten.
woensdag 15 juni 2011
zaterdag 28 mei 2011
U Vraagt, Wij Graaien
De Nederlandse overheid kost ons een rib uit het lijf. Het is één van de duurste staatsapparaten ter wereld, en – laten we eerlijk zijn – dat is onze eigen schuld. Keer op keer wordt er, als zich een probleem voordoet, klagerig geëist dat de overheid er wat aan doet. Is het dan gek dat de staat jaar na jaar opzwelt?
Labels:
economie,
libertarisme,
politiek
zaterdag 30 april 2011
De Rationele Geest
“Truth is the proper and sufficient antagonist to error, and has nothing to fear from the conflict unless by human interposition disarmed of her natural weapons, free argument and debate, errors ceasing to be dangerous when it is permitted freely to contradict them.”
– Thomas Jefferson, in het door hem opgestelde Virginia Statute of Religious Freedom, van 1779 (en bij wet ingevoerd in 1786)
Wat de menselijke soort uniek maakt, is onze ongeëvenaarde mate van bewustzijn. We hebben een ontwikkeld verstand, zodat we in staat zijn om onszelf en onze wereld niet alleen te observeren, maar óók om het geobserveerde te analyseren, te rationaliseren. Dit is de basis van onze kennisverwerving, en daarmee van onze geestelijke groei – als individu én als soort.
Dat wij rationeel kunnen handelen, betekent echter niet dat wij dit ook (altijd) doen. Mensen zijn nog steeds uit de boom gevallen apen, en hoewel we zijn opgekrabbeld, en nu langzaam bij die boom vandaan reizen; ons verstand is beperkt. Dat is geen schande, overigens, het is slechts een feit. De menselijke geest is hiermee het toneel van een krachtmeting tussen instinct en bewustzijn.
De mens die zijn bewustzijn niet uitoefent, kan heel snel ten prooi vallen aan irrationaliteit. Dit vindt zijn uiting in dogmatisme: men gaat dan dingen geloven die de toets der logica niet kunnen weerstaan, maar verwerpt bij die botsing de logica, en niet de misvattingen. Ik doel hiermee overigens niet op menselijke overtuigingen of vormen van geloof: in mijn ogen hoeft een geloof geen dogma te zijn.
Sterker nog: óók geloof is een product van ons bewustzijn. Niet alleen het geloof in bijvoorbeeld een god, maar onze neiging om het onbekende te willen verklaren, om iedere leegte te willen vullen. Geloof en wetenschap dienen daarin een soortgelijk doel: het brengen van licht waar het nog donker is, opdat wij kunnen zien.
Er zijn verstokte atheïsten die volhouden dat geloof onzin is. Waarom iets verdedigen dat je niet kan bewijzen, zoals het bestaan van god? Daar werp ik tegen in dat het net zo min bewezen is dat god niet bestaat. Bovendien zou je voor een zinnige discussie eerst overeenstemming moeten bereiken over wat “god” dan is: het bestaan van een man met een lange witte baard die op een wolk woont is – in het licht van onze kennis – nogal onwaarschijnlijk. Het bestaan van een nog onbegrepen energie waar wij allemaal deel van uitmaken is echter helemaal niet onrealistisch.
Degene die een dergelijke mogelijkheid glashard ontkent, is net zo dwaas en dogmatisch bezig als degene die zonder enige twijfel of argumentatie aanneemt dat de gehele Bijbel letterlijk gelezen moet worden.
We kunnen een voorbeeld nemen aan Thomas Jefferson, die zijn hele leven gefascineerd was door de verhouding tussen geloof en rationaliteit. Hij was een oprechte vrijdenker, een zoon van de Verlichting, en dit vormde zijn beschouwing van de wereld. Eén van zijn grote voorbeelden was John Locke, de vader van de empirische benadering: we weten alléén zeker wat we zélf hebben kunnen observeren en verifiëren, de rest kunnen we slechts vermoeden, op basis van een zekere mate van waarschijnlijkheid. Deze rationele wereldbeschouwing sluit geen enkel geloof bij voorbaat uit, en toch is het de basis van de wetenschappelijke methode.
Door de wetenschappelijke methode consequent toe te passen, beschouwen we de wereld rationeel, en voorkomen we de valstrik van het dogmatisme. De wetenschappelijke methode is immers de geformaliseerde evolutie van onze kennis: het is een zelfcorrigerend en constant ontwikkelend systeem. Daardoor verwerpt het geslotenheid en dogmatisme, en richt het zich juist op openheid en vernieuwing. Jefferson zag dit als de basis van de menselijke vooruitgang. In 1787 schreef hij in een brief aan zijn neef, Peter Carr: “Shake off all of the fears and servile prejudices under which weak minds are servilely crouched. Fix reason firmly in her seat and call to her tribunal every fact, every opinion. Question with boldness even the existence of God because, if there be one, he must more approve of the homage of reason than that of blindfolded fear.”
Jefferson pleitte voortdurend voor een kritische blik. Zowel de aanname dat een god zou bestaan, als de aanname dat dit niet zo zou zijn, vond hij voorbarig. We zouden allemaal op rationele wijze moeten streven naar vergroting van onze kennis, en dan zou de waarheid vanzelf aan het licht komen. Pas wanneer mensen zich afsluiten voor bepaalde mogelijkheden, ontstaat er immers een probleem.
De conclusie is onvermijdelijk. Wie het onbekende, het (nog) onbewezene, bij voorbaat uitsluit, bedrijft geen wetenschap – slechts een nieuwe vorm van dogmatisme. En wie blindelings vasthoudt aan een religieus standpunt, ook als de onwaarheid ervan feitelijk bewezen is, handelt niet uit geloof – maar juist uit ontkenning van de werkelijkheid.
Het blijkt dat de “tegenstelling” tussen geloof en wetenschap een kunstmatige is: ze zijn allebei gericht op het vergroten van ons begrip. De ware antithese van onze kennis ligt in het dogmatisme, omdat dit juist leidt tot het afsluiten van onze geest, waardoor onze kennis niet meer groeit. Het is dan ook mijn opvatting dat dogmatisme een soort handicap is: het maakt niet je ogen blind, maar je verstand.
Dogmatisme kan overal opduiken – met hetzelfde gemak in de wetenschap als in het geloof – maar het heeft geen schijn van kans als we vertrouwen op ons eigen verstand. Als we open staan voor alle mogelijkheden, ze ook allemaal kritisch beschouwen, en geen definitieve conclusies trekken totdat er sluitend bewijs is. Dan stappen we met gemak voorbij iedere kunstmatige tegenstelling, en zien we dat geloof en wetenschap allebei wortels hebben in de geest van onze rationaliteit, en in het hart van onze verwondering.
zondag 10 april 2011
Een (Noord-)Europese Confederatie
De Europese Unie is het ontegenzeglijke bewijs dat, overgeleverd aan bureaucraten, zelfs de mooiste droom een verschrikkelijke nachtmerrie wordt. De theorie was heel eenvoudig: wat willen we? Nooit meer oorlog. Wat is de beste manier om te zorgen dat twee landen nooit meer oorlog voeren? Handel. Want als je vecht met je handelspartner, schaadt je óók je eigen belangen. Tot zo ver een foutloos plan, want vrede en handel leiden tot vrijheid en welvaart.
En ja, als je dan toch al economisch samenwerkt, dan zijn er enkele andere terreinen waar je óók heel profitabel zou kunnen samenwerken... “Maar dat zoeken we later wel uit,” was het devies. Zo doende hebben we nooit aangewezen waar onze samenwerking eigenlijk toe beperkt was, en wat de bevoegdheden waren van de instituten die daartoe in het leven werden geroepen. Zo doende werden het geen instituten van internationale samenwerking, maar instrumenten van transnationale onderdrukking. Zo doende werd de Europese droom een Eurocratische nachtmerrie.
De EU kon zich ontpoppen tot een Eurocratie omdat we haar macht nooit begrensd hebben. Daardoor zijn de instituten die we boven ons geplaatst hebben, aan onze controle ontsnapt, en heeft de Unie nu federale pretenties. Alle ellende had voorkomen kunnen worden door in beginsel vast te leggen dat gezag bij de lidstaten hoort te liggen. Door een heldere opsomming van bevoegdheden op te stellen, waarbuiten de EU geen enkel gezag heeft. Door duidelijk te maken dat het om samenwerking tussen staten moet gaan, en niet om gezag boven staten. Kortom: Europees federalisme had voorkomen kunnen worden door in beginsel uit te gaan van een confederatie.
En ja, als je dan toch al economisch samenwerkt, dan zijn er enkele andere terreinen waar je óók heel profitabel zou kunnen samenwerken... “Maar dat zoeken we later wel uit,” was het devies. Zo doende hebben we nooit aangewezen waar onze samenwerking eigenlijk toe beperkt was, en wat de bevoegdheden waren van de instituten die daartoe in het leven werden geroepen. Zo doende werden het geen instituten van internationale samenwerking, maar instrumenten van transnationale onderdrukking. Zo doende werd de Europese droom een Eurocratische nachtmerrie.
De EU kon zich ontpoppen tot een Eurocratie omdat we haar macht nooit begrensd hebben. Daardoor zijn de instituten die we boven ons geplaatst hebben, aan onze controle ontsnapt, en heeft de Unie nu federale pretenties. Alle ellende had voorkomen kunnen worden door in beginsel vast te leggen dat gezag bij de lidstaten hoort te liggen. Door een heldere opsomming van bevoegdheden op te stellen, waarbuiten de EU geen enkel gezag heeft. Door duidelijk te maken dat het om samenwerking tussen staten moet gaan, en niet om gezag boven staten. Kortom: Europees federalisme had voorkomen kunnen worden door in beginsel uit te gaan van een confederatie.
zondag 3 april 2011
Strijden om het Avondland
In 1918 en 1922 verscheen het tweedelige werk van Oswald Spengler (1880-1936), genaamd Der Untergang des Abendlandes. Hierin voorspelde hij de val van de Westerse Beschaving, en dan in het bijzonder die van Europa. Deze beschaving herkende hij als het product van de Verlichting, de triomf van de “Westerse wil”. Daaruit waren rationaliteit, objectieve wetenschap en individueel bewustzijn voortgekomen. En dit alles, zo stelde hij, was gedoemd om ten onder te gaan. Europa, het Avondland, was al verstrikt in haar eigen doodsstrijd.
zaterdag 2 april 2011
Kernenergie en Populisme
Regelmatig vernemen we uit de hoek van GroenLinks kritiek op het populisme, en dat is zeker niet onterecht. Helaas voegt met de daad niet bij het woord, en speelt men zelf óók maar wat graag in op onderbuikgevoelens. Iets anders kan ik er namelijk echt niet van maken als Liesbeth van Tongeren vlak na een gigantische natuurramp waarbij een kerncentrale zwaar beschadigd raakte, oproept tot een referendum over kernenergie. Dat gaat namelijk totaal niet over de inhoud.
Labels:
groenlinks,
kernenergie,
politiek,
populisme
zondag 20 februari 2011
Het Belang van Eigendom
Eigendom is diefstal, beweerde de proto-anarchist Pierre-Joseph Proudhon. Want alles hoort voor eenieder beschikbaar te zijn, dus wie iets voor zichzelf houdt, zonder te delen, 'steelt' van alle anderen. Zelfs Karl Marx vond dit een bespottelijke drogredenering, al ware het omdat hij (heel logisch) concludeerde dat je iets alleen kan stelen als het aan iemand toebehoort. Als alles dus al aan iedereen toebehoort, dan kan je helemaal niets stelen. Marx probeerde met die observatie de nobiliteit van collectief eigendom aan te tonen, maar onbewust illustreerde hij juist de onmogelijkheid van dat idee, en het immense belang van individueel eigendom. Ook vandaag, in het moderne Nederland, staat het eigendomsrecht echter nog regelmatig ter discussie. Krakers scanderen de leuze van Proudhon zonder er ook maar een snars van te begrijpen. Als eigendomsrecht wordt afgeschaft, is iedereen in de aap gelogeerd – zij zelf als eerste.
Ze houden zichzelf voor de gek met een utopisch wereldbeeld waarin alles gedeeld wordt, en de “grote graaiers” niets meer kunnen “afpakken”. Als alles in collectief bezit is, dan bestaat er geen diefstal meer. Collectivisten weigeren de implicaties daarvan in te zien. Juist de absentie van eigendomsrechten zou de hele samenleving overleveren aan harteloze graaiers: als men geen bezit kan claimen, betekent dat namelijk automatisch dat degene met de meeste macht alles kan grijpen dat hij wil. Hij mag zich dan wel niet formeel eigenaar noemen, maar wie neemt het hem nog af? Wie vraagt nog: wat geeft je het recht om dit te nemen? Het is van niemand, dus wie het kan grijpen, mag het houden.
Eigendomsrecht is geen uitvinding van de machtigen der aarde, zoals de radicalen ons willen laten geloven: het is juist een bescherming van de zwakkeren tegen onderdrukking. Zonder een algemeen geldend eigendomsrecht, wordt diefstal juist de norm – omdat het geen diefstal meer mag heten, en dus niet meer bestraft mag worden. Daar wordt het echter niet minder schadelijk door. Het recht van de sterkste zal zegevieren. Korte tijd zullen de collectivisten inderdaad denken dat ze hun krakersparadijs hebben bereikt, terwijl ze alles plunderen en afpakken dat ze maar kunnen. Dan blijkt echter dat zij helemaal niet de sterkste zijn, en worden ze met bruut geweld uit “hun” kraakpanden gesmeten. Net als iedereen die zijn huis niet kan verdedigen tegen een andere, sterkere partij.
Het is niet voor niets dat John Locke steeds wéér hamerde op het belang van eigendom. Property was voor hem de basis van een rechtvaardige samenleving, die kon steunen op de drie pijlers Life, Liberty en Estate. Ieder mens zou ten miste zijn eigen persoon moeten bezitten (Life), de vrijheid moeten hebben om zijn eigen leven naar wens in te richten (Liberty) en het recht moeten hebben om over de materiële en immateriële vruchten van zijn arbeid te beschikken (Estate).
Zonder het recht op eigendom zullen deze drie pijlers ineenstorten. De collectivisten die zich tegen eigendom verzetten doelen meestal uitsluitend op wat Locke de “Estate” noemde, en zeggen dat ze de arbeider verdedigen tegen “het kapitaal”. In realiteit verzetten ze zich tegen eigendom, en willen ze afpakken van iedereen die iets heeft (ongeacht of hij ervoor heeft gewerkt) en dit “herverdelen” onder de mensen die niets hebben (ook al hebben die nooit de handen uit de mouwen gestoken). Daarmee verklaren de collectivisten zich onbewust tot vijand van de vrijheid en van het leven zelf.
Als er geen eigendom is, bezit je óók jezelf niet meer. Dan verlies je de vrijheid die wij als vanzelfsprekend zien, en kan een machthebber beschikken over jouw leven. In een wereld zonder eigendom zou de verdeling van kansen en van vrijheid oneerlijker zijn dan ooit. De ontwikkeling zou langzaam gaan, want wie zou nog iets duurzaams en waardevols opbouwen, als het schaamteloos kan worden afgenomen?
Als we ons besef van de waarde van eigendom en vrijheid kwijtraken, werpen we onszelf in het duister. Een samenleving die eigendom niet respecteert is per definitie oneerlijk, onproductief en onvrij. Het socialistische paradijs van de collectivisten is een hel voor ieder zinnig mens.
Ze houden zichzelf voor de gek met een utopisch wereldbeeld waarin alles gedeeld wordt, en de “grote graaiers” niets meer kunnen “afpakken”. Als alles in collectief bezit is, dan bestaat er geen diefstal meer. Collectivisten weigeren de implicaties daarvan in te zien. Juist de absentie van eigendomsrechten zou de hele samenleving overleveren aan harteloze graaiers: als men geen bezit kan claimen, betekent dat namelijk automatisch dat degene met de meeste macht alles kan grijpen dat hij wil. Hij mag zich dan wel niet formeel eigenaar noemen, maar wie neemt het hem nog af? Wie vraagt nog: wat geeft je het recht om dit te nemen? Het is van niemand, dus wie het kan grijpen, mag het houden.
Eigendomsrecht is geen uitvinding van de machtigen der aarde, zoals de radicalen ons willen laten geloven: het is juist een bescherming van de zwakkeren tegen onderdrukking. Zonder een algemeen geldend eigendomsrecht, wordt diefstal juist de norm – omdat het geen diefstal meer mag heten, en dus niet meer bestraft mag worden. Daar wordt het echter niet minder schadelijk door. Het recht van de sterkste zal zegevieren. Korte tijd zullen de collectivisten inderdaad denken dat ze hun krakersparadijs hebben bereikt, terwijl ze alles plunderen en afpakken dat ze maar kunnen. Dan blijkt echter dat zij helemaal niet de sterkste zijn, en worden ze met bruut geweld uit “hun” kraakpanden gesmeten. Net als iedereen die zijn huis niet kan verdedigen tegen een andere, sterkere partij.
Het is niet voor niets dat John Locke steeds wéér hamerde op het belang van eigendom. Property was voor hem de basis van een rechtvaardige samenleving, die kon steunen op de drie pijlers Life, Liberty en Estate. Ieder mens zou ten miste zijn eigen persoon moeten bezitten (Life), de vrijheid moeten hebben om zijn eigen leven naar wens in te richten (Liberty) en het recht moeten hebben om over de materiële en immateriële vruchten van zijn arbeid te beschikken (Estate).
Zonder het recht op eigendom zullen deze drie pijlers ineenstorten. De collectivisten die zich tegen eigendom verzetten doelen meestal uitsluitend op wat Locke de “Estate” noemde, en zeggen dat ze de arbeider verdedigen tegen “het kapitaal”. In realiteit verzetten ze zich tegen eigendom, en willen ze afpakken van iedereen die iets heeft (ongeacht of hij ervoor heeft gewerkt) en dit “herverdelen” onder de mensen die niets hebben (ook al hebben die nooit de handen uit de mouwen gestoken). Daarmee verklaren de collectivisten zich onbewust tot vijand van de vrijheid en van het leven zelf.
Als er geen eigendom is, bezit je óók jezelf niet meer. Dan verlies je de vrijheid die wij als vanzelfsprekend zien, en kan een machthebber beschikken over jouw leven. In een wereld zonder eigendom zou de verdeling van kansen en van vrijheid oneerlijker zijn dan ooit. De ontwikkeling zou langzaam gaan, want wie zou nog iets duurzaams en waardevols opbouwen, als het schaamteloos kan worden afgenomen?
Als we ons besef van de waarde van eigendom en vrijheid kwijtraken, werpen we onszelf in het duister. Een samenleving die eigendom niet respecteert is per definitie oneerlijk, onproductief en onvrij. Het socialistische paradijs van de collectivisten is een hel voor ieder zinnig mens.
zondag 23 januari 2011
De Evolutie van de Markt
De vrije markt is een harde leermeester. Alle acties hebben er gevolgen, en dat is wat het tot een succesformule maakt. Een vrije markt zal onverantwoord gedrag zonder genade afstraffen: slechte ideeën en ondoordachte strategieën zullen resulteren in verliezen, of zelfs in een faillissement. Dit dwingt ondernemers tot reflectie, strategisch handelen en een gezonde drang tot hard werken. Het is een proces van natuurlijke selectie, en deze “evolutie van de markt” garandeert dat de meest geschikte, de meest innovatieve, de meest kansrijke ontwikkelingen ook het meeste succes zullen behalen. Ere wie ere toekomt, zeg maar.
zondag 16 januari 2011
Een Toekomst voor de Nederlanden
Na het Einde van België: de Lage Landen Herenigd
Stel dat het Belgische experiment uiteindelijk wordt beëindigd, en de Vlamingen en Walloniërs ieder een eigen weg gaan. Ik acht dit op de lange termijn onvermijdelijk, en zelfs uiterst wenselijk. Als uiterste conclusie van dit proces hoop ik van harte op het samengaan van Nederland en Vlaanderen en één staat. Dit idee is beslist niet nieuw. Sterker nog, het bestaat al sinds het moment dat Nederland en België opsplitsten. Opvallend is dat al vrij vroeg het idee van hereniging met Wallonië grotendeels werd opgegeven, terwijl er altijd significante steun is geweest voor een Vlaams-Nederlandse unificatie – aan beide kanten van de grens. Aan de Vlaamse kant is dit wat bedaard, juist omdat Nederland nooit een poot heeft uitgestoken om Vlaanderen te helpen in de moeilijke worsteling met de Franstaligen. De Vlamingen werden op zichzelf aangewezen, en streven nu allereerst naar onafhankelijkheid. Dat is niets minder dan hun recht, en ik juich het streven toe. Toch hoop ik dat een onafhankelijk Vlaanderen in ieder geval de mogelijkheid van een Groot-Nederlandse hereniging niet bij voorbaat zal afschieten. Er is veel dat ons verenigd, en samen staan we sterk.
Stel dat het Belgische experiment uiteindelijk wordt beëindigd, en de Vlamingen en Walloniërs ieder een eigen weg gaan. Ik acht dit op de lange termijn onvermijdelijk, en zelfs uiterst wenselijk. Als uiterste conclusie van dit proces hoop ik van harte op het samengaan van Nederland en Vlaanderen en één staat. Dit idee is beslist niet nieuw. Sterker nog, het bestaat al sinds het moment dat Nederland en België opsplitsten. Opvallend is dat al vrij vroeg het idee van hereniging met Wallonië grotendeels werd opgegeven, terwijl er altijd significante steun is geweest voor een Vlaams-Nederlandse unificatie – aan beide kanten van de grens. Aan de Vlaamse kant is dit wat bedaard, juist omdat Nederland nooit een poot heeft uitgestoken om Vlaanderen te helpen in de moeilijke worsteling met de Franstaligen. De Vlamingen werden op zichzelf aangewezen, en streven nu allereerst naar onafhankelijkheid. Dat is niets minder dan hun recht, en ik juich het streven toe. Toch hoop ik dat een onafhankelijk Vlaanderen in ieder geval de mogelijkheid van een Groot-Nederlandse hereniging niet bij voorbaat zal afschieten. Er is veel dat ons verenigd, en samen staan we sterk.
zondag 9 januari 2011
Het Einde van België?
“Sire, Vous régnez sur deux peuples. Il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands; il n'y a pas de Belges.”
– Jules Destrée, in een open brief aan Koning Albert I, 15 augustus 1912
Ten zuiden van onze huidige landsgrens brokkelt België langzaam af. Het resultaat van honderdtachtig jaar spanning tussen twee groepen mensen die elkaar om te beginnen al niet mochten, en onderhand in een koude oorlog leven. Het is niet verbazingwekkend dat de Vlamingen liefst onafhankelijk zijn van de Walloniërs, en dat deze wens omgekeerd niet wordt gedeeld. Gezien de huidige economische verhoudingen betaalt het financieel gezonde Vlaanderen de rekeningen van het verpauperde Wallonië. Er worden hele academische discussies gevoerd over de vraag of Wallonië in het verleden, toen de rollen omgedraaid waren, Vlaanderen wel of niet heeft geholpen. Eindconclusies verschillen al naar gelang een historisch onderzoek Vlaams of Waals is…
Dat op zich laat al zien dat het land op sterven na dood is. Vlamingen eisen drastische hervormingen als men België wil behouden. Maar die hervormingen zouden juist een eind maken aan de geldstroom richting het Franstalige zuiden, en die geldstroom is de enige reden waarom Wallonië zo sterk Pro-België is. Pogingen tot fundamentele hervorming kunnen op een Waals “Non” rekenen, terwijl kleinere hervormingen voor de Vlamingen alleen zoethoudertjes zijn, die een ferm “Neen” mogen verwachten.
Het is dan ook een kwestie van tijd voordat België tot een einde komt, door te barsten of door te verdampen. Die dag zal naderhand gelukkig blijken voor zowel Vlamingen als Walloniërs. Hoewel die laatste groep vreest om aan de bedelstaf te raken zonder de Vlaamse transfers, het is eerder gebleken dat het rigoureus dichtdraaien van de subsidiekraan leidt tot plotselinge innovaties die daarvóór als onmogelijk werden gezien. Kijk naar het vaak genoemde opbreken van Tsjecho-Slowakije. Slowakije, destijds afhankelijk van Tsjechische betalingen, werd gedwongen om onder ogen te zien dat het land al die tijd arm was gebleven doordat het liever afhankelijk bleef. Ook Wallonië zal onder ogen moeten zien dat de socialistische verzorgingsstaat aldaar simpelweg onhoudbaar is. Na een flinke sanering zal het bedrijfsleven zich bevrijd zien van te hoge belastingen, en komt de economie weer op gang. Maar eerst is onafhankelijkheid geboden, eigenlijk nog meer voor Wallonië dan voor Vlaanderen.
Laten we in het geval van een eventuele splitsing een aantal zaken niet uit het oog verliezen: allereerst zijn er in België niet twee maar drie taalgroepen. De Duitse Gemeenschap in de Oostkantons valt formeel onder het Gewest Wallonië. Daarnaast loopt de huidige formele taalgrens niet exact langs de werkelijke taalgrens; er zijn Nederlandstalige gemeenschappen net over de Waalse grens, evenals Franstalige gemeenschappen die net-aan onder Vlaams gezag vallen. En dan is er natuurlijk Brussel. Deze drie kwesties moeten op een degelijke manier worden opgelost bij een eventuele splitsing.
De Duitstalige Gemeenschap, feitelijk na de Eerste Wereldoorlog onder dwang aangehecht bij de Belgische staat, dient het recht te verkrijgen om zich per referendum uit te spreken over de keuze tussen bij Wallonië blijven, of na al die jaren terugkeren bij Duitsland. Dat laatste is een lang gekoesterde wens onder de Duitstaligen in Oostkantons, en valt dan ook te verwachten. Zeker gezien het feit dat Wallonië zelf wel eens aansluiting bij Frankrijk zou kunnen zoeken. De Duitstaligen, begrijp ik, horen veel liever bij Duitsland dan bij Frankrijk.
De Taalgrens is een heikel punt. Geen van beide partijen wil eigenlijk ook maar een centimeter opgeven. Toch is de meest rechtvaardige oplossing een territoriaal referendum, waarbij de grensstroken de keuze krijgen om bij Vlaanderen dan wel Wallonië te gaan. Dit kan het beste zeer fijnmazig opgezet worden, zodat de grens zo precies mogelijk aansluit bij de werkelijke situatie. Eis moet ook zijn dat de gebieden aaneengesloten zijn, zodat er geen exclaves ontstaan.
Brussel is nog wel het lastigste probleem van allemaal. Historisch is het een Nederlandstalige stad, maar in werkelijkheid is de bevolking nu grotendeels Franstalig. Officieel geldt er tweetaligheid. Aansluiting van Brussel bij Wallonië is een geschiedkundig affront, en sowieso een ernstige klap in het gezicht van iedere Vlaming. De mogelijkheden omtrent Brussel beperken zich tot een volledige aanhechting bij Vlaanderen, of een voortbestaan als een autonoom Hoofdstedelijk District van de EU, vergelijkbaar met Washington D.C. (Als Eurocriticus geniet het zonder twijfel mijn voorkeur om Brussel te herstellen als Vlaamse stad. Laat de Eurocraten en de Franstalige indringers elders hun heil zoeken!)
Wanneer al deze problemen zijn opgelost is de splitsing van de kunstmatige staat België een feit. Vlaanderen en Wallonië kunnen nu ieder hun eigen gang gaan. Maar stel nu dat de gelukkige dag van splitsing gloort, hoe gaan deze twee dan verder? In feite zijn er twee opties. Ofwel ze gaan verder als twee onafhankelijke staten, ofwel ze zoeken aansluiting bij respectievelijk Nederland en Frankrijk. Vooral Wallonië heeft veel te winnen bij zogenaamd “rattachisme” aan de Franse staat. Frankrijk zelf zal er ook niet al te huiverig tegenover staan: het is een significante gebiedsuitbreiding, en met de broodnodige hervormingen is Wallonië pure winst. Wallonië zelf kan bij eventuele aansluiting van Frankrijk financiering verkrijgen om die hervormingen door te voeren.
Nee, dan Vlaanderen – indien men zich net heeft losgerukt uit een ongewenst staatsverband, zal men er nogal twijfelachtig tegenover een unie met Nederland staan. Toch is die mogelijke unie één van de redenen dat ik, als Nederlander, zo betrokken ben bij het lot van de Vlamingen. Ik hoop vurig op een Groot-Nederlandse hereniging. Natuurlijk bestaan er hindernissen, maar de voordelen die we er samen uit kunnen putten zijn vele malen groter.
– Jules Destrée, in een open brief aan Koning Albert I, 15 augustus 1912
Ten zuiden van onze huidige landsgrens brokkelt België langzaam af. Het resultaat van honderdtachtig jaar spanning tussen twee groepen mensen die elkaar om te beginnen al niet mochten, en onderhand in een koude oorlog leven. Het is niet verbazingwekkend dat de Vlamingen liefst onafhankelijk zijn van de Walloniërs, en dat deze wens omgekeerd niet wordt gedeeld. Gezien de huidige economische verhoudingen betaalt het financieel gezonde Vlaanderen de rekeningen van het verpauperde Wallonië. Er worden hele academische discussies gevoerd over de vraag of Wallonië in het verleden, toen de rollen omgedraaid waren, Vlaanderen wel of niet heeft geholpen. Eindconclusies verschillen al naar gelang een historisch onderzoek Vlaams of Waals is…
Dat op zich laat al zien dat het land op sterven na dood is. Vlamingen eisen drastische hervormingen als men België wil behouden. Maar die hervormingen zouden juist een eind maken aan de geldstroom richting het Franstalige zuiden, en die geldstroom is de enige reden waarom Wallonië zo sterk Pro-België is. Pogingen tot fundamentele hervorming kunnen op een Waals “Non” rekenen, terwijl kleinere hervormingen voor de Vlamingen alleen zoethoudertjes zijn, die een ferm “Neen” mogen verwachten.
Het is dan ook een kwestie van tijd voordat België tot een einde komt, door te barsten of door te verdampen. Die dag zal naderhand gelukkig blijken voor zowel Vlamingen als Walloniërs. Hoewel die laatste groep vreest om aan de bedelstaf te raken zonder de Vlaamse transfers, het is eerder gebleken dat het rigoureus dichtdraaien van de subsidiekraan leidt tot plotselinge innovaties die daarvóór als onmogelijk werden gezien. Kijk naar het vaak genoemde opbreken van Tsjecho-Slowakije. Slowakije, destijds afhankelijk van Tsjechische betalingen, werd gedwongen om onder ogen te zien dat het land al die tijd arm was gebleven doordat het liever afhankelijk bleef. Ook Wallonië zal onder ogen moeten zien dat de socialistische verzorgingsstaat aldaar simpelweg onhoudbaar is. Na een flinke sanering zal het bedrijfsleven zich bevrijd zien van te hoge belastingen, en komt de economie weer op gang. Maar eerst is onafhankelijkheid geboden, eigenlijk nog meer voor Wallonië dan voor Vlaanderen.
Laten we in het geval van een eventuele splitsing een aantal zaken niet uit het oog verliezen: allereerst zijn er in België niet twee maar drie taalgroepen. De Duitse Gemeenschap in de Oostkantons valt formeel onder het Gewest Wallonië. Daarnaast loopt de huidige formele taalgrens niet exact langs de werkelijke taalgrens; er zijn Nederlandstalige gemeenschappen net over de Waalse grens, evenals Franstalige gemeenschappen die net-aan onder Vlaams gezag vallen. En dan is er natuurlijk Brussel. Deze drie kwesties moeten op een degelijke manier worden opgelost bij een eventuele splitsing.
De Duitstalige Gemeenschap, feitelijk na de Eerste Wereldoorlog onder dwang aangehecht bij de Belgische staat, dient het recht te verkrijgen om zich per referendum uit te spreken over de keuze tussen bij Wallonië blijven, of na al die jaren terugkeren bij Duitsland. Dat laatste is een lang gekoesterde wens onder de Duitstaligen in Oostkantons, en valt dan ook te verwachten. Zeker gezien het feit dat Wallonië zelf wel eens aansluiting bij Frankrijk zou kunnen zoeken. De Duitstaligen, begrijp ik, horen veel liever bij Duitsland dan bij Frankrijk.
De Taalgrens is een heikel punt. Geen van beide partijen wil eigenlijk ook maar een centimeter opgeven. Toch is de meest rechtvaardige oplossing een territoriaal referendum, waarbij de grensstroken de keuze krijgen om bij Vlaanderen dan wel Wallonië te gaan. Dit kan het beste zeer fijnmazig opgezet worden, zodat de grens zo precies mogelijk aansluit bij de werkelijke situatie. Eis moet ook zijn dat de gebieden aaneengesloten zijn, zodat er geen exclaves ontstaan.
Brussel is nog wel het lastigste probleem van allemaal. Historisch is het een Nederlandstalige stad, maar in werkelijkheid is de bevolking nu grotendeels Franstalig. Officieel geldt er tweetaligheid. Aansluiting van Brussel bij Wallonië is een geschiedkundig affront, en sowieso een ernstige klap in het gezicht van iedere Vlaming. De mogelijkheden omtrent Brussel beperken zich tot een volledige aanhechting bij Vlaanderen, of een voortbestaan als een autonoom Hoofdstedelijk District van de EU, vergelijkbaar met Washington D.C. (Als Eurocriticus geniet het zonder twijfel mijn voorkeur om Brussel te herstellen als Vlaamse stad. Laat de Eurocraten en de Franstalige indringers elders hun heil zoeken!)
Wanneer al deze problemen zijn opgelost is de splitsing van de kunstmatige staat België een feit. Vlaanderen en Wallonië kunnen nu ieder hun eigen gang gaan. Maar stel nu dat de gelukkige dag van splitsing gloort, hoe gaan deze twee dan verder? In feite zijn er twee opties. Ofwel ze gaan verder als twee onafhankelijke staten, ofwel ze zoeken aansluiting bij respectievelijk Nederland en Frankrijk. Vooral Wallonië heeft veel te winnen bij zogenaamd “rattachisme” aan de Franse staat. Frankrijk zelf zal er ook niet al te huiverig tegenover staan: het is een significante gebiedsuitbreiding, en met de broodnodige hervormingen is Wallonië pure winst. Wallonië zelf kan bij eventuele aansluiting van Frankrijk financiering verkrijgen om die hervormingen door te voeren.
Nee, dan Vlaanderen – indien men zich net heeft losgerukt uit een ongewenst staatsverband, zal men er nogal twijfelachtig tegenover een unie met Nederland staan. Toch is die mogelijke unie één van de redenen dat ik, als Nederlander, zo betrokken ben bij het lot van de Vlamingen. Ik hoop vurig op een Groot-Nederlandse hereniging. Natuurlijk bestaan er hindernissen, maar de voordelen die we er samen uit kunnen putten zijn vele malen groter.
woensdag 22 december 2010
Legaliseer Alle Drugs!
De overheid beweert te bestaan om onze rechten te beschermen, niet om ze in te perken. Dat botst echter met de praktijk. Als de overheid onze rechten zou respecteren, zouden alleen zaken en handelingen verboden zijn waar anderen schade van ondervinden. Uitgangspunt zou dan zijn dat de overheid orde houdt door mensen tegen elkaar te beschermen, maar vrijheid koestert door mensen niet “tegen zichzelf te beschermen”. Dat soort paternalisme veroorzaakt in de regel immer veel meer schade dan het voorkomt. Bovendien is het immorele dwang. Mensen verdienen het recht om hun eigen keuzes te maken.
woensdag 8 december 2010
Een Duivelse Deal
Zelfs nu de Republikeinen hun invloed kunnen laten gelden, weet Barack Obama de zaken flink naar zijn hand te zetten. We moeten hem het nageven: hij is een bedreven politicus. Alleen jammer dat de burger voor de kosten opdraait.
Obama speelt een complex politiek spel. De Republikeinen hadden al heel lang de vurige wens om de belastingmaatregelen van voormalig president Bush te handhaven, en Obama wist dat als geen ander. Hijzelf wilde deze maatregelen, die het belastingregime vlakker en dus minder progressief maken, juist heel graag afschaffen. Dan zouden rijke mensen exponentieel méér belasting gaan betalen. Met de inkomsten wilde Obama een uitbreiding van de sociale voorzieningen financieren. Met hun recente electorale winst hebben de Republikeinen echter een stokje kunnen steken voor de belastingverhoging van de president. Daarmee valt de financiering van Obama’s sociale programma weg. Een tekort op de begroting weerhoudt hem er echter niet van om zijn sociale programma’s gewoon tóch door te laten gaan. Sterker nog: hij laat zijn streven om de belastingmaatregelen van Bush te schrappen alleen vallen als de Republikeinen instemmen met verlenging van bepaalde werkloosheidsuitkeringen.
Dit betekent dat de overheidsinkomsten lager zullen uitvallen dan verwacht, terwijl de uitgaven niet evenredig verlaagd worden. Het begrotingstekort neemt toe, en daarmee ook de staatsschuld. De fiscal conservatives van de Republikeinse Partij denken dat ze door belastingverhoging te dwarsbomen een overwinning hebben geboekt, maar ze komen bedrogen uit: de burger draait hoe dan ook op voor de kosten. Het begrotingstekort zal leiden tot een (nog) hogere staatsschuld, en dus tot een verdere verzwakking van de economie. Obama zal dat goedpraten door te claimen dat het begrotingstekort binnen de perken was gebleven als hij de belastingen had mogen verhogen. Dat is echter een drogredenering: de Republikeinen hadden in eerste instantie voorgesteld dat de kosten van de nu dus verlengde uitkeringsregeling gedekt moesten worden door elders te bezuinigen. Op die manier zouden zowel belasting als staatsschuld niet hoeven te verhogen.
Nu wordt gekozen voor de “gemakkelijke” oplossing: de overheid neemt er méér taken bij. Daarvoor zal de burger moeten opdraaien, linksom of rechtsom. Als het dan niet via belastingverhoging gaat, dan gaat het wel via het oplopen van de nu al torenhoge staatsschuld. De Republikeinen denken dat ze slim bezig zijn, maar het zal blijken dat die oplossing helemaal niet zo gemakkelijk is. Uiteindelijk moet er alsnog betaald worden. Mét rente.
Obama speelt een complex politiek spel. De Republikeinen hadden al heel lang de vurige wens om de belastingmaatregelen van voormalig president Bush te handhaven, en Obama wist dat als geen ander. Hijzelf wilde deze maatregelen, die het belastingregime vlakker en dus minder progressief maken, juist heel graag afschaffen. Dan zouden rijke mensen exponentieel méér belasting gaan betalen. Met de inkomsten wilde Obama een uitbreiding van de sociale voorzieningen financieren. Met hun recente electorale winst hebben de Republikeinen echter een stokje kunnen steken voor de belastingverhoging van de president. Daarmee valt de financiering van Obama’s sociale programma weg. Een tekort op de begroting weerhoudt hem er echter niet van om zijn sociale programma’s gewoon tóch door te laten gaan. Sterker nog: hij laat zijn streven om de belastingmaatregelen van Bush te schrappen alleen vallen als de Republikeinen instemmen met verlenging van bepaalde werkloosheidsuitkeringen.
Dit betekent dat de overheidsinkomsten lager zullen uitvallen dan verwacht, terwijl de uitgaven niet evenredig verlaagd worden. Het begrotingstekort neemt toe, en daarmee ook de staatsschuld. De fiscal conservatives van de Republikeinse Partij denken dat ze door belastingverhoging te dwarsbomen een overwinning hebben geboekt, maar ze komen bedrogen uit: de burger draait hoe dan ook op voor de kosten. Het begrotingstekort zal leiden tot een (nog) hogere staatsschuld, en dus tot een verdere verzwakking van de economie. Obama zal dat goedpraten door te claimen dat het begrotingstekort binnen de perken was gebleven als hij de belastingen had mogen verhogen. Dat is echter een drogredenering: de Republikeinen hadden in eerste instantie voorgesteld dat de kosten van de nu dus verlengde uitkeringsregeling gedekt moesten worden door elders te bezuinigen. Op die manier zouden zowel belasting als staatsschuld niet hoeven te verhogen.
Nu wordt gekozen voor de “gemakkelijke” oplossing: de overheid neemt er méér taken bij. Daarvoor zal de burger moeten opdraaien, linksom of rechtsom. Als het dan niet via belastingverhoging gaat, dan gaat het wel via het oplopen van de nu al torenhoge staatsschuld. De Republikeinen denken dat ze slim bezig zijn, maar het zal blijken dat die oplossing helemaal niet zo gemakkelijk is. Uiteindelijk moet er alsnog betaald worden. Mét rente.
Labels:
Amerika,
Barack Obama,
politiek
Abonneren op:
Posts (Atom)
