zaterdag 13 augustus 2011

Rivieren van bloed

Aan de overzijde van het kanaal lijkt de rust enigszins weder te keren. Na nachtenlang verwoesting en plunderpartijen begint de rook op te trekken. De puinhopen zien er in het daglicht alleen maar erger uit, en de schade is enorm. Er zijn meerdere doden gevallen, nog veel meer (zwaar)gewonden, talloze eigendommen zijn verwoest, gebouwen in brand gestoken, winkels en huizen leeggeroofd bij de vleet.

Wie de foto’s ziet, zonder enige toelichting, zou op het eerste gezicht vermoeden dat het om plaatjes uit een Syrische stad gaat, vlak nadat islamitische moordcommando’s er hebben huisgehouden. Wie zou nu geloven dat het Britse steden zijn, die zo in puin liggen? Hoe kan een moderne samenleving zo ontwrichten dat het hiertoe komt?

We hebben het antwoord al gekregen voordat de vraag gesteld werd, maar niemand bleek bereid te luisteren. In 1968 hield de Britse staatsman Enoch Powell een roemruchte toespraak, die de geschiedenis in zou gaan als de “Rivers of Blood”-speech. Het was misschien wel de allereerste openbare aanval gericht tegen de multiculturele samenleving. Opvallend is dat Powell al waarschuwde voordat de multiculturele samenleving goed en wel gestalte kreeg. Hij zag destijds de immigratiegolf op stoom komen als gevolg van de dekolonisatie, en hij besefte onmiddellijk dat er ellende van zou komen.

Dit was een gave van Powell: hij voelde ook als een van de eersten aan dat een tweede wereldoorlog tegen Duitsland vrijwel onvermijdelijk was, hij zag in dat Rusland de sleutel tot de overwinning zou zijn (“As it has been in 1812 and 1916”), en hij wist vóór enig ander dat het na de oorlog afgelopen was met het Britse “Empire”. Zelfs de huidige Eurocrisis heeft hij accuraat voorspeld.

Wie als het gaat om gevoelige onderwerpen geen blad voor de mond neemt, kan doorgaans flinke kritiek verwachten. Dat was voor Powell niet anders, want zijn woorden waren nietsverhullend. Immigratie van talloze kansarme mensen zal tot grootschalige armoede leiden, waarschuwde hij – tot gettovorming. En wetgeving die positieve discriminatie afdwingt zal betekenen dat er op afkomst wordt geselecteerd, en niet op talent.

De samenleving die op zo’n zwak en verrot fundament wordt gebouwd, stelde Powell, kan niet overeind blijven. Ofwel de wetgeving voor positieve discriminatie wordt zó streng dat de autochtone Brit een tweederangsburger wordt in eigen land, ofwel hele wijken komen vol te zitten met immigranten zonder een serieus toekomstperspectief. Hoe dan ook: dat gaat op termijn helemaal fout.

Powell voorspelde zelfs burgeroorlog. Als de spanning na verloop van tijd maar blijft oplopen, dan komt het tot vreselijk geweld. De enige manier om dat te voorkomen zou zijn om alleen kansrijke immigranten binnen te laten, die het op eigen kracht konden redden, en ze daarnaast te dwingen tot integratie. Daartoe maakte de politiek geen enkele aanstalten, en Powell zag het dan ook somber in: “As I look ahead, I am filled with foreboding. Like the Roman, I seem to see ‘the River Tiber foaming with much blood’.
                       
Destijds werd de speech door het politieke establishment weggezet als racisme en haatzaaierij. Labour vond dat hij voor de rechter gedaagd moest worden, de conservatieve partijtop wilde hem het liefst royeren (een gedreven parlementslid genaamd Margeret Thatcher riep op om dat vooral niet te doen). Door grote delen van de bevolking werden de woorden van Powell echter met opluchting onthaald: eindelijk een man die durfde te zeggen wat duizenden dachten!

We weten inmiddels dat die vele duizenden een bittere teleurstelling te wachten stond. Powell werd door de conservatieve partijleider Edward Heath op een zijspoor gezet, en op iedere mogelijke manier in de weg gezeten. Uiteindelijke brak Powell met de conservatieven over de Europese Kwestie. De Eurofiel Heath wilde maar wat graag méér “Europa”. Powell vreesde – terecht, blijkt nu – voor de nationale soevereiniteit, en was fel gekant tegen een Europese superstaat.

Met Powell uit de weg kon men de politieke koers van pappen en nathouden gemakkelijk volhouden. Net als in ons eigen Nederland werd “multiculti” tot een utopisch ideaal, dat blijkbaar vanzelf tot een goed einde zou komen. Golf na golf kansarme immigranten kwam het land binnen, en het kwam in niemand op om het leren van de Engelse taal verplicht te stellen.

Het bijbrengen van een gezond respect voor de seculiere rechtsstaat was wellicht ook verstandig geweest, maar ook dat kwam er niet van. En nu zien we het resultaat: de Britse premier is na al die jaren gedwongen om toe te geven dat het multiculturele experiment heeft gefaald. Zoals Powell al voorspelde zijn er wijken die vol zitten met kansarme immigranten. Die wijken zijn in een hopeloze toestand weggezakt, en de bewoners - ongeacht kleur of afkomst - lijden onder een diep geworteld pessimisme. Ze sluiten zich af van de samenleving, keren zich er zelfs regelrecht tegen. Uit die haat borrelt het geweld op, zodat naar aanleiding van één incident de vlam in meerdere steden in de pan kan slaan.

Heel recent zagen we nog hoe religieuze fanatici de hopeloze situatie in deze achterstandsbuurten willen uitbuiten om een totalitaire religieuze ideologie af te dwingen. Dat is alleen maar mogelijk omdat de bevolking daar geen toekomstperspectief heeft, vaak gebrekkig of geen Engels spreekt, en nooit heeft geleerd hoe belangrijke de Westerse rechtsstaat is.

De opkomst van de “shariazone” en het uitbarsten van de bloedige rellen van de afgelopen dagen hebben één en dezelfde oorzaak: het mislukte experiment van de multiculturele samenleving. We hebben te maken met een tweedeling in de maatschappij – niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Frankrijk, Nederland, Duitsland, en vele andere landen.

Men hoopt dat het nu afgelopen is. Dat na deze rellen de druk van het ware van de ketel is geraakt. Wellicht zal dat voor korte tijd ook zo zijn, maar het probleem is alleen maar erger geworden. De achterbuurten, die toch al te kampen hadden met hoge misdaadcijfers en nog hogere werkloosheid, hebben nu nóg een harde klap gekregen.

De economische schade is nu al enorm, maar hoeveel winkels zullen na deze gebeurtenissen wel niet vertrekken uit de betreffende gebieden? De laatste succesvolle elementen zijn zojuist weggejaagd, en de achterbuurten zakken alleen maar verder weg in de ellende. Hoe lang zal het zijn tot de volgende uitbarsting? Hoe lang tot een regelrechte burgeroorlog – tot de rivieren van bloed het land overspoelen?


Only resolute and urgent action will avert it even now. Whether there will be the public will to demand and obtain that action, I do not know. All I know is that to see, and not to speak, would be the great betrayal.

– Enoch Powell, 20 april 1968

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen