zondag 3 juni 2018

Katholieken en Protestanten: metaphysica versus materialisme

Vandaag werd ik aan het denken gebracht over de essentiële verschillen tussen Katholieken en Protestanten. Volgens mij gaat het er uiteindelijk om dat Katholieken in de regel geneigd zijn tot metaphysica, abstractie en symbolisch denken, terwijl Protestanten vaak materialisten zijn, die alleen het concrete (of liever: het geconcretiseerde) willen of kunnen bevatten, en die heel letterlijk denken.
Wanneer we spreken over het Laatste Avondmaal, en dus over de Eucharistie, dan is het voor Katholieken volstrekt aannemelijk en begrijpelijk dat er daadwerkelijk transsubstantiatie plaatsvindt. We nemen werkelijk het lichaam en het bloed van Christus tot ons, en niet alleen maar brood en wijn waaraan we een naampje geven. Voor Protestanten is dit absurd en bevreemdend, want zij kunnen de gedachte niet bevatten dat het één verandert in het ander. Het moet wel een verhaaltje zijn: het is een symbool, en dus niet "echt".
Dit komt omdat Protestanten zo vreselijk materialistisch zijn in hun wereldvisie. Iets is ofwel een overdrachtelijk handeling, ofwel brood wordt letterlijk vlees en wijn wordt letterlijk bloed. En dat laatste zou je dan toch echt wel proeven, niet?!
Katholieken zijn daarentegen heel metaphysisch ingesteld. Het woord "substantie" betekent niet "materie" maar "essentie" voor een Katholiek. De transsubstantiatie die plaatsvindt is dus niet van materiële aard, doch juist van essentiële aard. Het brood veranderd niet materieel in het lichaam van Christus, maar neemt wel die essentie - en dus substantie - aan. De Katholiek erkent als het ware een hogere werkelijkheid, die 'echter' is dan de materie, terwijl de Protestant vastzit in het materiële, en daarmee in de knoop raakt wanneer er iets wordt beschreven dat physiek niet kan. (Maar metaphysisch dus wel!)
Voor een Katholiek houdt iets niet op 'echt' te zijn, gewoon omdat het symbolisch is. Sterker nog: symbolen kunnen echter zijn dan materie!
We zien precies hetzelfde wanneer we kijken naar de neiging tot een strakke predestinatieleer, waar Calvijn zich zo aan bezondigde. Daarmee wilde hij logisch verklaren hoe het toch kon dat God alles voorzag, en dus ook of mensen wel of niet in de hemel zouden komen. Goede werken die men deed konden er dan niet toe doen, want het vooropgezette plan is hoe dan ook onwrikbaar. Vanuit een strict materialistisch wereldbeeld is dit een logische gedachte. Voor de Protestant is zelfs God dus onderhevig aan tijd, en volgt ook voor God het ene moment op het andere moment in een vaste volgorde. Een Protestant moet wel naar predestinatie grijpen om deze paradox -- dus de schijnbare(!) tegenstelling -- "op te lossen".
De notie dat 'tijd' een dimensie is (en dus enkel bestaat binnen het physieke universum) was voor Katholieken echter al intuïtief, lang voordat men wist hoe dimensies eigenlijk werken. (Niet voor niets waren zoveel baanbrekende kosmologen Katholiek!) 'Tijd' geldt wel voor ons, in het materiële universum, maar niet voor God, die de materie ontstijgt. De Katholiek concludeert dus: aha, God bestaat buiten de tijd en neemt alle mogelijke momenten en plaatsen gelijktijdig waar. Het is niet dat God één pad predestineert, maar dat Hij alle mogelijke paden kan zien en dat Hij op alle mogelijke bestemmingen reeds op ons wacht.

De onbetrouwbare Mohammedaan

De schuimbekpsychopaatjes van DENK (meest misplaatste naam ooit) beweerden herhaaldelijk dat ze echt geen islamitische partij zijn. Nochtans willen ze fuseren met een andere islamitische partij, zijn al hun standpunten conform de islamitische doctrine, en worden ze door (buitenlandsche) islamitische belangengroepen gefinancierd en aangestuurd.
Kortom: ze liegen. Ze doen zich anders voor dan ze eigenlijk toch echt zijn. Ze zijn verdacht grijsharige wolven gehuld in een vunzig schapenpakje.
Dit is voor Mohammedanen niet vreemd. In de koran staat immers dat iedere Mohammedaan niet alleen het recht, maar zelfs de plicht(!) heeft om te liegen tegen ongelovigen wanneer dat het belang van de islam en de jihad dient. Dit is de notoire doctrine van taqiyya en kitmān. (Twee gepaarde handelingen: de eerste komt neer op liegen, de ander op het bewust verzwijgen van de waarheid.)
Omdat alle Mohammedanen van hun religie moeten(!) liegen en verhullen tegenover niet-Mohammedanen, kunnen wij nooit een Mohammedaan vertrouwen. Iemand die taqiyya en kitmān namelijk verwerpt, en dus eerlijk wil zijn, houdt op een Mohammedaan te zijn, en mag zich ook geen islamiet meer noemen. Een Mohammedaan die zegt taqiyya en kitmān niet te bezigen, maar wel een Mohammedaan te zijn, is op DAT moment letterlijk bezig taqiyya te plegen! Want 'taqiyya verwerpen' en 'Mohammedaan zijn' sluiten elkaar uit.
Alle Mohammedanen zijn inherent onbetrouwbaar.
"Maar mijnheer! U generaliseert!" -- Ja, inderdaad. Dat doe ik. Generaliseringen zijn dan ook noodzakelijk. Aristoteles zou ons vertellen dat categorisering een noodzakelijk gevolg is van identificatie, en een noodzakelijke voorwaarde voor relatieve positionering. (Dat wil zeggen: wie niet generaliseert is niet in staat ervaringen in context te plaatsen, en heeft dus geen bruikbare kennis.)
Diezelfde Aristoteles leerde ons ook al dat entiteiten gekenmerkt worden door hun essentiële kenmerken, en dat categorieën bestaan uit entiteiten waarvan deze essenties overeen komen. Entiteiten in een categorie delen kenmerken met elkaar die zie niet delen met entiteiten buiten de categorie. Dit maakt de categorie geldig, en legitimeert daarmee ook generale uitspraken over de hele categorie.
Toegepast op deze context zou Aristoteles kunnen zeggen dat alle Mohammedanen kenmerken hebben die ze delen met elkaar (maar niet met niet-Mohammedanen), en dat die kenmerken hun essentie vormen: hun "Mohammedaan-heid". Als we de essentiële kenmerken van de Mohammedaan kennen, kunnen en mogen we generale uitspraken doen over alle personen die deze kenmerken hebben. En (niet) toevallig somt de koran trots alle essentiële kenmerken van een Mohammedaan op.
Het moeten gehoorzamen van die koran is - ook weer volgens de koran zelf - nu juist één van de essentiële kenmerken van een Mohammedaan. Aangezien de koran het bevel geeft tot list en bedrog, volgt daaruit dat iedere Mohammedaan dit bevel omarmt. Wie dat niet wil, die zou wel uit de islam treden. Wie dat niet doet, die omarmt taqiyya en kitmān.
Derhalve kunnen we zeggen dat iedere Mohammedaan met recht verdacht mag worden van liegen en bedriegen. Je kan ze dus echt niet vertrouwen. Het kan trouwens best zijn dat er individuele Mohammedanen voorkomen die zelden liegen, maar door hun ingebakken religieuze regels kan je er gewoon niet op rekenen dat ze eerlijk tegen je zijn.
Daarom is de generalisering simpelweg terecht. Het volgt uit een logische beredenering. Ons verstand beveelt ons om alle Mohammedanen met wantrouwen en waakzaamheid te benaderen. Om dat niet te doen moet je letterlijk gek zijn.