zaterdag 23 juli 2011

Om Europa te redden moeten we de Unie splitsen


Na lang vergaderen heeft de eurotop tot een resultaat geleid, maar het zal Griekenland noch de Euro redden. Het uiteindelijke compromis biedt alleen uitzicht op een weg die ons gestaag dichter bij de afgrond voert, en enig land dat niet meegesleurd wil worden in de val die er onvermijdelijk aankomt, dient serieus te overwegen om de EU te verlaten.

Als we de Unie hadden willen redden, dan hadden we veel eerder moeilijke keuzes moeten maken, door Griekenland uit de EU te stoten. Dat had echter ook de val van Frankrijk betekend, omdat de Fransen circa 55 miljard euro hebben vastzitten in Griekse staatsobligaties. Griekenland krijgt dan ook eigenlijk vooral een geldinjectie om Frankrijk te redden.

Waar Griekenland zichtbaar de “zieke man” van Europa was (en nog steeds is), was (en is) Frankrijk achter de schermen zeker net zo verziekt door een onverantwoordelijk financieel-economisch beleid. Niemand had de moed om te erkennen dat het ondenkbare nu het onvermijdelijke was geworden: we hadden Griekenland en Frankrijk allebei uit de EU moeten werpen.

Niemand zal beweren dat zo’n drastische beslissing geen harde klap zou zijn geweest, maar het had de schade ten minste beperkt. Maar ja, er werd bij hoog en bij laag het tegenovergestelde beweerd. Als Griekenland zou vallen, zouden Italië, Spanje en Portugal óók omgaan. Daarom moesten de Grieken écht een bailout krijgen, en snel. In werkelijkheid had het alles te maken met de belangen van Frankrijk en het Europese establishment, en niets met het beschermen van Italië, Spanje en Portugal.

Heeft het “redden” van Griekenland de andere zwakke landen tot nu toe geholpen? Nee, niet eens een beetje. Sterker nog: het heeft de positie van die landen alleen maar verzwakt. Door de voortmodderende ellende in Griekenland neemt het vertrouwen in Europa steeds verder af, en daarmee ook de kredietwaardigheid van de toch al zwakke staten. Door Griekenland (en Frankrijk) uit te stoten had het vertrouwen hersteld kunnen worden, maar daarvoor is het nu te laat.

Italië wankelt al, en het valt te verwachten dat Spanje en Portugal spoedig zullen volgen. Dát zal op z’n beurt weer andere Europese landen verzwakken, en uiteindelijk stort de EU als een kaartenhuis ineen. Gezien de huidige aanpak zullen we tegen die tijd vele miljarden hebben weggesmeten in een zinloze poging om deze landen staande te houden. Dergelijke verkwisting heeft geen enkel nut. Tegen de enorme verliezen waar het in dat geval om gaat valt niet op te “redden”. We kunnen het geld net zo goed verbranden, daar schieten we even weinig mee op.

De noordelijke EU-landen zijn nu nog gezond, maar als we miljarden in de zwakke landen pompen, en ze vervolgens tóch omvallen, gaan wij er óók aan onderdoor. Als we onze welvaart willen behouden, moeten we de Unie opsplitsen. Dat kan door de zwakke landen – Griekenland, Italië, Spanje, Portugal en Frankrijk – subiet uit de EU te werpen. Maar houdt het daar op? Kunnen we er op rekenen dat Oost-Europa wél overeind blijft?

Het probleem van de EU is en blijft dat financieel sterke en financieel zwakke staten met elkaar verstrengeld zijn. Het gevolg is structurele ongelijkwaardigheid op financieel-economisch gebied. Dat maakt zich al sinds jaar en dag kenbaar door de geldstromen van tientallen miljarden die vanuit het welvarende noordwesten naar het zuiden en oosten worden gezogen.

Als gevolg van de economische crisis wordt duidelijk hoe gigantisch de ongelijkwaardigheid tussen de lidstaten eigenlijk is. Als gevolg van hun eigen onverantwoordelijke financieel-economische beleid zijn een aantal van de toch al zwakke landen nu in acute problemen gekomen. Maar waar komt de rekening te liggen? In het succesvolle noordwesten. En daar zal de rekening voor problemen van de zwakke landen altijd komen te liggen, tenzij die landen op eigen benen leren staan.

De enige manier om dat te bewerkstelligen, is om ze te confronteren met de gevolgen van hun keuzes. Het noordwesten moet stoppen met het betalen van hun schulden. Zo lang de sterke en de zwakke landen verbonden zijn in één (munt)unie, weten de zwakke landen zich echter verzekerd van het feit dat de sterke landen ze tóch wel moeten redden – omdat ze er anders zelf ook onder lijden. De zwakke landen worden alleen verantwoordelijk voor hun eigen problemen als de sterke noordwestelijke landen zich van hen separeren.

Nu kunnen we dit realiseren door de overhaaste uitbreiding van de EU ongedaan te maken: door een groot aantal zwakkere lidstaten af te stoten. Maar dat zou tot enorme strubbelingen leiden met de landen die hun uitzetting uit de Unie ongetwijfeld zouden aanvechten. En is vanuit het perspectief van de noordwestelijke staten een geheel nieuw begin niet veel aanlokkelijker?

Wat als we simpelweg géén landen uit de Unie dwingen? Wat als de noordwestelijke staten geheel vrijwillig zélf de EU verlaten? Dat zou niemand ons kunnen verbieden. In één klap zouden we verlost zijn van zowel de zwakke staten als de gigantische Europese bureaucratie, die ons nu als loden gewichten om de nek hangen. Ik heb dit al eerder voorgesteld – hier en hier – en ik zie zo’n “noordelijke secessie” als dé oplossing voor de Eurocratische ellende.

De noordwestelijke staten kunnen dan in volledige vrijheid een geheel nieuw verbond aan kunnen gaan met elkaar. Een samenwerking gebaseerd op vrijwilligheid en gelijkwaardigheid. We kunnen de Euro verruilen een nieuwe munt, een sterke munt, die ons niet vastketent aan zwakke economieën. Ik stel voor dat we die munt dan de Hansa noemen, naar het oude en trotse handelsnetwerk dat Noord-Europa ooit rijk en welvarend maakte. (En ere wie ere toekomt: deze uitstekende naam voor een nieuwe, stabiele muntunie is bedacht door dhr. Thomas Wentzel.)

De zuidelijke en oostelijke staten zouden van het subsidie-infuus afgehaald worden, en zelf verantwoordelijk worden voor hun eigen voorspoed of onheil. Dat is de enige manier om het noordwesten stabiel te houden, en het zuiden en oosten eindelijk stabiel te krijgen. Zij kunnen dan op hun eigen tempo aan de slag om economische gelijkwaardigheid met het noordwesten te bereiken.

Pas als ze daadwerkelijk zo ver zijn, kunnen we gaan overwegen of we wederom een (economische) unie met deze landen willen aangaan. Maar wellicht hebben ze tegen die tijd hun eigen unie gevormd, of Zuid-Europese en een Oost-Europese unies naast elkaar. Wellicht hebben ze dan helemaal geen behoefte aan eenwording meer, en kunnen we gewoon verdragen sluiten die onderlinge vrijhandel garanderen.

Het enige dat we met zekerheid kunnen zeggen, is dit: een Europa dat wordt gebonden door één verstikkende unie van ongelijkwaardige landen heeft geen schijn van kans. Het zal in vroeger of later instorten, waarbij zelfs de sterkste landen zullen worden meegesleurd.

Als we Europa willen redden, moeten we de EU opsplitsen, en wel zo snel mogelijk. Hoeveel miljarden we er ook aan verspillen, de val van de EU komt steeds dichterbij. Vóór het zo ver is, moeten we het zinkende schip verlaten hebben. De noordwestelijke staten moeten zich losworstelen, of reddeloos ten onder gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen