dinsdag 24 juli 2012

Rechten en Plichten

Het wordt vaak beweerd dat ieder mens rechten en plichten heeft. Maar welke rechten hebben we dan, en welke plichten? Wat zijn rechten en plichten eigenlijk? Daarover is dikwijls veel discussie. Tijd om er een libertarische blik op te werpen.

Dat is ook hard nodig: overal roepen mensen dat ze “recht” op iets hebben – en ze vinden meestal dat een ander de plicht heeft om het voor ze te regelen. Dat is, of zijn zachtst gezegd, een dubieuze positie. Laten we om te beginnen eens kijken wat rechten precies zijn. Simpel gezegd is een recht een legitieme claim. Ik kan wel beweren dat ik recht heb op heel veel geld, hetgeen impliceert dat anderen de plicht hebben om mij dat geld te geven, maar ik ontleen dat recht nergens aan. De claim heeft geen enkele legitimiteit. De anderen in kwestie hebben zich tenslotte nergens toe verplicht, dus ik heb geen bevoegdheid om ze te dwingen. Daar komt de keerzijde van ieder recht meteen aan bod: de plicht. Ieder recht dicteert dat een ander de plicht heeft om dat recht te respecteren.

Nu we weten wat een recht is, moeten we een onderscheid maken tussen de twee soorten rechten die er bestaan. Dit zijn fundamentele rechten en rechten uit overeenkomst. De fundamentele rechten zijn inherent en onvervreemdbaar: ieder mens heeft recht op zijn eigen leven, op zijn geestelijke en lichamelijke integriteit, op zijn eigendom en op volledige vrijheid van daad en gedachte. Ieder mens heeft deze rechten van nature. Letterlijk van nature: deze rechten volgen uit de natuur van het bestaan zelf. Niemand mag ze van je afnemen, en jij mag ze ook van niemand anders afnemen. Ieders fundamentele rechten worden dus volledig consistent begrensd door dezelfde fundamentele rechten van ieder ander.

Dit besef vormde de filosofische basis van de Verlichting. Het was de “vader van de Verlichting”, John Locke, die het principe van de fundamentele rechten uiteenzette. In zijn Second Treatise of Government (1689) schreef hij: “The state of nature has a law of nature to govern it, which obliges every one: and reason, which is that law, teaches all mankind, who will but consult it, that being all equal and independent, no one ought to harm another in his life, health, liberty, or possessions.”

Waarom zijn deze specifieke rechten “fundamenteel”? Hoe zijn ze anders dan andere rechten? Locke verklaart dat dit komt omdat het universele bezit van deze rechten inherent rationeel is. Deze rechten vormen de basis van alle andere rechten, en de basis van alle rechtszekerheid. Als ieder mens deze rechten heeft, en iedereen ze van elkaar respecteert, is het onmogelijk om een ander te onderdrukken. Moord, lichamelijke of geestelijke slavernij, diefstal en mishandeling – in al hun vormen – worden onmogelijk. Ook de wet, zo lang die deze rechten honoreert, kan geen instrument van despotisme worden.

Andere rechten dan deze zijn niet nodig om onderdrukking te voorkomen. Het ontbreken van één of meerdere van deze rechten garandeert dat onderdrukking wel mogelijk wordt. Je kan er duizend andere rechten voor in de plaats zetten, maar als het recht op eigendom niet universeel erkend wordt, dan worden situaties mogelijk waarin jouw bezittingen tegen jouw wil in worden afgepakt. De fundamentele rechten zijn de logische basis van een samenleving van mensen die elkaar geen geweld of dwang aandoen, en daarmee zijn ze de logische basis van iedere vreedzame samenleving.

Dit wil niet zeggen dat deze fundamentele rechten de enige rechten zijn die bestaan – enkel dat ze de enige rechten zijn waar iedereen per definitie aanspraak op kan maken, en die niemand mag schenden. Met andere woorden: de enige plicht die ieder mens per definitie heeft is de plicht om ieders fundamentele rechten te respecteren. Met die rechten, en met die ene plicht, worden wij allen geschapen.

Alle andere rechten, en alle andere plichten, scheppen we zelf: ze komen voort uit overeenkomsten die mensen onderling (vrijwillig) aangaan. Ze bestaan dus niet van zichzelf: ze worden gemaakt doordat alle betrokkenen daarmee instemmen. Een overeenkomst kan ongeveer elke vorm aannemen: het recht op levering van een bepaald goed ontstaat bijvoorbeeld uit een koopovereenkomst. Dit recht schept ook een plicht: de verkoper moet leveren aan de koper – die op zijn beurt de plicht op zich neemt op de afgesproken prijs te betalen aan de verkoper, die het recht op dat geld heeft verworven. Er vindt een ruil plaats tussen rechten en plichten.

Het essentiële punt is dat een recht nooit tegen de wil van een ander inbreuk op diens rechten kan maken. Ik heb geen recht op de auto van mijn buurman, ook niet als ik een stapel geld op zijn deurmat deponeer: hij moet instemmen met de ruil van het geld tegen de auto. Met de ruil van een recht op dat geld tegen een recht op die auto. Als hij het recht op het geld niet accepteert, accepteert hij ook de plicht om de auto te leveren niet. Ik kan hem niet dwingen zonder zijn fundamentele recht op eigendom te schenden, en daarmee is de kous af.

Op dezelfde manier kan niemand ooit een recht claimen dat inbreuk maakt op andermans fundamentele rechten. Hoe belangrijk iemand een bepaald doel ook vindt, om het te bereiken mag hij nimmer inbreuk maken op het leven, de geestelijke of lichamelijke integriteit, het eigendom of de vrijheid van een ander. Ter illustratie: het “recht” op een overheidsuitkering is een inherent foutieve en misleidende term. Die uitkering wordt immers betaald met geld dat eerst door de overheid onder dwang is afgenomen van andere mensen. Het “recht” op die uitkering vereist dus per definitie een inbreuk op het eigendomsrecht en het vrijheidsrecht van die anderen. Daarmee is de claim op een uitkering automatisch illegitiem, en kan er van een recht geen sprake zijn.

Hiermee wordt ook meteen aangetoond hoe essentieel het is dat ook fundamentele rechten geen inbreuk kunnen maken op de fundamentele rechten van een ander. Het argument “Ik heb recht op leven, zonder uitkering ga ik dood, dus ik heb recht op een uitkering, óók als daarvoor andermans geld gestolen moet worden” kan nooit geldig zijn. Het recht op leven betekent dat niemand jouw leven mag afpakken. Het betekent niet dat hij zijn leven (of zijn gezondheid, of zijn vrijheid, of zijn eigendom) aan jou moet afstaan. Dat zou namelijk moord, geweld en slavernij legitimeren “als er maar mensen mee geholpen worden”.

Op die manier geraken we op de weg naar de hel, geplaveid met goede bedoelingen, en met iedere honderd meter een bordje langs de kant: HET DOEL HEILIGT DE MIDDELEN. Een gevaarlijker pad is niet denkbaar. Ieder kwaad kan goedgepraat worden door degenen die dat pad bewandelen, want ze kunnen altijd wel een “groter goed” bedenken dat het kwaad legitimeren zou. Op die manier halen ze de maatschappij steeds over om nog een stapje richting de hel te zetten. Iedereen die morrelt aan de fundamentele rechten, bewandelt die weg. Het resultaat is een samenleving die moord, slavernij, mishandeling en roof niet per definitie afkeurt. En maatschappij waarin dwang en geweld geen absolute kwaden meer zijn. Een wereld zonder rechtszekerheid.

Om in zo’n waardevrije (en waardeloze) wereld toch orde te scheppen, en de barbarij van ieder tegen ieder te bestrijden, is een machthebber nodig die alle mensen de wet voorschrijft. Een overheid, die wetten maakt, en zelf de rechten verleent… of afpakt. Zonder het morele absoluut van de fundamentele rechten kan deze overheid inbreuk maken op de rechten van iedereen. In de wereld zonder onwrikbare rechten die voortvloeien uit de natuur zelf is het heel goed mogelijk dat de wet plichten oplegt, zonder rechten te verlenen. Dat illegitieme claims op andermans leven, lichaam, geest, bezit of vrijheid toch gesanctioneerd worden.

Het is een wereld waarin de wil van de machthebbers alles is, en het maakt niet uit of deze machthebbers een kleine kliek tirannen zijn of een grote massa die bestaat uit 51% van het volk. Het resultaat is hetzelfde: je bent je rechten niet zeker, maar plichten springen op uit het niets, als gifzwammen. Het is de wereld waarin je beschikt over je leven, behalve als de staat vindt dat vrijwillige beëindiging ervan niet mag. Het is de wereld waarin je zeggenschap hebt over je lichaam en geest, behalve als een arts je tegen je wil in laat opnemen (ook al heb je niemand kwaad gedaan) “voor je eigen bestwil”. Het is een wereld waarin je huis van jouw is, behalve als de overheid de grond waarop het staat nodig heeft voor een nieuwe snelweg. Het is een wereld waarin je vrijuit mag spreken, behalve als je woorden de staat onwelgevallig zijn. Het is een wereld waarin zelfs de meest schamele rechten een fictie zijn, maar waarin je aan de talloze plichten nooit kunt ontsnappen.

Het is de wereld waarin wij leven, en met iedere stap die we zetten komt de hel dichterbij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen